Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#337 Dwalingen, het ego, moord en de natuur

Wat zijn dwalingen en vergissingen? Zijn het fysieke handelingen of een manier van kijken? Waarom herinnert het ego ons er altijd aan hoe we andere mensen en onszelf kwetsen, of wanneer iets niet eerlijk was. Waarom lijkt het ego gelijk te hebben en waarom lijkt het logisch? Is het het ego of de Heilige Geest die mij op mijn fouten wijst? Als de Heilige Geest ons helpt om de vergissing te corrigeren, betekent dit dan dat het ego gelijk heeft als het oordeelt over die zogenaamde ‘vergissing’? Hoe weet je dat iets een vergissing is en waarom vraagt het ego ook om ‘correctie’ daarvan? Er wordt ook verscheidene keren gezegd dat een Zoon van God niet zal moorden, toch doden dieren de hele tijd om te kunnen leven. Is de natuur verkeerd en hoe zijn wij daarvan vrijgesteld?

Antwoord: Er is een heel boek voor nodig om je zondvloed aan vragen op een bevredigende manier te beantwoorden, maar we zullen hier een paar ideeën naar voren brengen die je hopelijk in de goede richting zullen leiden. Aangezien er vanuit het standpunt van Een cursus in wonderen alleen maar denkgeest is, kunnen dwalingen en vergissingen alleen maar van de denkgeest zijn. Jezus maakt dat duidelijk in het begin van het Tekstboek wanneer hij uitlegt: “Alleen de denkgeest is tot vergissingen in staat. Het lichaam kan alleen verkeerd handelen wanneer het gehoor geeft aan verkeerd denken” (T2.IV.2:4-5). En zoals je zegt, zijn vergissingen werkelijk een verkeerde manier van zien, of om meer specifiek te zijn, een verkeerde manier om naar de wereld, naar onze broeders en naar onszelf te kijken, met het ego als gids in plaats van met Jezus of de Heilige Geest. Kijken onder leiding van het ego is altijd oordelend. Alleen het ego wijst op onze fouten. De Heilige Geest zal ons zachtmoedig uitnodigen in te zien hoe ons denken wordt misleid als we naar het ego luisteren, maar Zijn doel zal nooit zijn ons te beschuldigen of een schuldgevoel teweeg te brengen over onze vergissingen (T9.III.1).

Onze oorspronkelijke dwaling was dus de gedachte dat we ons van God konden afscheiden en dat we er in feite in geslaagd zijn een aparte identiteit voor onszelf vast te stellen, onafhankelijk van Hem. Elke dwaling die sindsdien in ons denken is gevolgd, komt voort uit die aanvankelijke afscheidingsgedachte. Maar we hebben de dwalingen in onze denkgeest doelbewust op een dusdanige manier samengesteld dat we in verwarring raakten en die oorspronkelijke dwaling uit het oog hebben verloren. Vanaf het moment van die aanvankelijke dwaling zijn al onze dwalingen in werkelijkheid misleidingen die ons onbewust houden van de oorspronkelijke vergissing en onze aandacht in plaats daarvan richten op het oplossen van alle andere ogenschijnlijke vergissingen en problemen in ons leven. En, zoals je zelf opmerkt, is dat de reden dat het ego ons er altijd aan herinnert hoe we anderen kwetsen en zelf gekwetst zijn – dit is de dekmantel voor het werkelijke probleem, zodat we het geloof in de afscheiding nooit in twijfel trekken.

 

Omdat het ego is gebaseerd op een verkeerde gedachte – het waanzinnige uitgangspunt dat we ons van God zouden kunnen afscheiden – betekent dit niet dat het denksysteem dat op dat uitgangspunt is gebouwd geen heel uitgesproken en overtuigende logica in zich draagt, als wij dat uitgangspunt eenmaal hebben aanvaard. Jezus zegt in de Cursus: “De logica van het ego is even onberispelijk als die van de Heilige Geest, omdat jouw denkgeest over de middelen beschikt zich naar keuze te scharen aan de zijde van de Hemel of de aarde” (T5.V.1:4). En in feite vindt de logica zijn oorsprong in het denksysteem van het ego, want in de Hemel hoeft er niets beslist, afgeleid of bewezen te worden. Maar ook al hebben we de logica van het ego, die ons eeuwig tot de hel lijkt te veroordelen, ooit aanvaard, het goede nieuws is dat we het gebruik dat we ervan maken om onze schuld te versterken, los kunnen laten en ons door de Heilige Geest kunnen laten leiden bij het toepassen van logica, met een totaal ander resultaat: “De Heilige Geest maakt even makkelijk en even goed gebruik van logica als het ego, alleen zijn Zijn conclusies niet waanzinnig. Die gaan in precies tegenovergestelde richting en wijzen even duidelijk op de Hemel als het ego wijst op duisternis en dood. We hebben veel van de logica van het ego gevolgd, en gezien wat zijn logische conclusies zijn. En nu we die hebben gezien, zijn we tot het besef gekomen dat ze alleen binnen illusies gezien kunnen worden, want alleen daar lijkt hun ogenschijnlijke duidelijkheid duidelijk te zien. Laten we ons er nu van afkeren, en de eenvoudige logica volgen waarmee de Heilige Geest de eenvoudige conclusies onderwijst die spreken ten gunste van de waarheid, en niets dan de waarheid” (T14.In.1:4-8).

Correctie volgens het denksysteem van de Heilige Geest is in alle opzichten, ook qua doel, anders dan dat van het ego. Het ego ziet de dwaling als een zonde om zijn eigen bestaan te bewijzen en ons ervan te overtuigen dat we de schuld, die we in verband met die dwaling werkelijk hebben gemaakt, eerder in anderen dan in onszelf zien. Daar tegenover is de enige dwaling die de Heilige Geest corrigeert ons geloof in het ego. Dit is duidelijk een dwaling die het ego niet kan corrigeren, aangezien zijn eigen bestaan afhangt van ons geloof in de afscheiding. Het ego corrigeert door aanval en straf, de Heilige Geest door het zachtmoedige vergevingsproces. De Heilige Geest maakt ons geloof in de afscheiding ongedaan door ons naar de erkenning te leiden dat we met onze broeders gedeelde in plaats van gescheiden belangen hebben. In “Het corrigeren van vergissingen” (T9.III) in het Tekstboek kun je meer vinden over het contrast tussen de manier waarop de Heilige Geest en het ego vergissingen corrigeren.

De Zoon van God kan in werkelijkheid niet aanvallen of moorden. Maar dat hij kan geloven dat hij dat kan wordt duidelijk als je een krant leest of het nieuws op TV ziet, of gewoon naar je eigen gedachten kijkt, wanneer je boos bent. Het is niet de natuur die mensen of andere dieren ertoe brengt om te doden. De natuur is niet meer dan een aspect van de illusoire wereld die een gevolg is van onze verkeerde keuze voor afscheiding in de denkgeest. Het is het verlangen om ons persoonlijke illusoire zelf ten koste van wat dan ook te beschermen, dat tot moord leidt, eerst in gedachten, en dan door te handelen. En toch is er, in tegenstelling tot wat het ego, de wereld en onze zintuigen ons ook vertellen, geen correctie nodig op het niveau van ons gedrag, maar alleen in onze koortsachtige verbeelding, die gelooft dat dit alles waar is. “Maar wat als je inzag dat deze wereld een hallucinatie is? En wat als je werkelijk begreep dat jij haar hebt bedacht? Wat als je besefte dat degenen die erin lijken rond te lopen om te zondigen en te sterven, aan te vallen en te moorden en zichzelf te vernietigen, totaal onwerkelijk zijn? Zou je vertrouwen kunnen hebben in hetgeen je ziet, als je dit aanvaardde? En zou je het dan zien?” (T20.VIII.7:3-7). Dit betekent niet dat ons wordt gevraagd te ontkennen wat onze ogen ons lijkten te tonen, maar wel om open te staan voor een andere interpretatie van wat we zien, door middel van het wonder. Het wonder brengt onze focus van de wereld terug naar onze denkgeest, waar we kunnen erkennen welk doel we aan de wereld hebben gegeven: de projectie naar buiten van onze dwaling, zodat de schuld ergens anders ligt. Als we deze stap hebben genomen, kunnen we de Heilige Geest uitnodigen de wereld Zijn doel te geven: de erkenning dat de dwaling in waarheid nooit heeft plaatsgevonden en dat onze schuld niet werkelijk is.