Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#333 Wat zegt de Cursus over wedijver?

Wat zegt Een cursus in wonderen over wedijver, zoals in de sport, op het werk, bij het spreken in het openbaar (Toastmaster, een programma om communicatie en leiderschapsvaardigheden te ontwikkelen), enzovoort en hoe pas ik dat standpunt toe in dit gedroomde leven?

Antwoord: V#203 bespreekt het onderwerp ‘wedijver’. Wedijver doordringt elk aspect van ons leven in deze wereld; je zou kunnen zeggen dat dat het DNA van het ego is. “Het ego lééft van vergelijkingen” (T4.II.7:1). Zijn bestaan is juist geworteld in de wedijver wie de uiteindelijke autoriteit over het leven krijgt, en het heeft het gevoel dat het altijd wedijvert met een rivaliserende kracht die vastbesloten is het te verslaan. Als fragment van het ego, delen we deze eigenschappen dus. De wereld die uit het ego voortkwam, is naar haar aard een wereld van wedijver, vergelijking en verovering (H8.1). Het komt vrij veel voor dat je mensen hoort zeggen dat ze op wedijver gedijen en het leven nogal saai zouden vinden als die wedijver er niet was. Hoe kan het ook anders, als ‘afstammelingen’ van het ego, tenzij we ons bewust zijn van “een andere manier”.

Doel is een van de belangrijkste begrippen in de Cursus. Ons leven kan of het doel van het ego of het doel van de Heilige Geest dienen. We kunnen geen andere keuze maken. Als we ervoor kiezen de manier te delen waarop de Heilige Geest onszelf en ieder ander waarneemt, zal onze aandacht erop gericht zijn onze belangen en noden als dezelfde te zien als die van ieder ander. Dan zullen wij onze rol gewetensvol en op een bekwame manier uitvoeren – bijvoorbeeld als atleet, zakenman, spreker – maar zonder een op het ego gebaseerde motivatie. Zo leren we hoe we kunnen wedijveren zonder kwaadaardig of wreed te zijn en zonder de bedoeling de andere persoon, het andere team of de andere firma alleen maar te willen vernietigen. De wereld zit zo in elkaar dat het ene team/de ene zaak wint en het andere/de andere verliest, maar dat hoeft niet ons aandachtspunt of onze motivatie te zijn, of de reden voor ons geluk of ongeluk.

We kunnen Jezus altijd om hulp vragen om ons te helpen vaststellen hoe we het denksysteem van het ego, van verdeeldheid of doden of gedood worden, steunen. We kunnen ons bewust worden van de manier waarop we ons verkneukelen wanneer bijvoorbeeld een andere persoon, een ander team of een andere firma, ten onder gaat. Dan kunnen we deze gedachten en gevoelens naar de liefde van Jezus in onze denkgeest brengen, begrijpen waar ze vandaan komen en er dan voor kiezen hem te volgen in plaats van het ego. Vervolgens kunnen we naar dezelfde situatie terugkeren, maar met een nieuwe motivatie.

Het is interessant om te zien hoe we onze rol efficiënter gaan uitvoeren wanneer we de dorst van het ego naar overwinning ten koste van een nederlaag van iemand anders loslaten. De cyclus van schuld en aanval die het onvermijdelijke gevolg is als je de aanpak van het ego volgt van doden of gedood worden, is een enorme mentale en emotionele last die al onze waarnemingen en oordelen beïnvloedt. Objectiviteit is onmogelijk wanneer onze denkgeest gevangen zit in deze dynamiek. Wanneer we van die last bevrijd zijn, functioneren we dikwijls efficiënter. Je kunt dus bijvoorbeeld bekwaam en mentaal scherp zijn in een zakelijke overeenkomst of bij een basketbalwedstrijd, terwijl tegelijkertijd het doel in je denkgeest is om in te zien hoe betekenisloos alles is wat jou van die persoon aan de andere kant van het bureau of van het andere team lijkt te scheiden. De Heilige Geest kan al onze vaardigheden – die oorspronkelijk werden gemaakt om het denksysteem van het ego uit te spelen – benutten om ons te leren over de eenheid die we met elkaar delen.

Wat Jezus ons in het citaat hieronder leert, kan van nut zijn om onze motivatie een nieuwe richting te geven voordat we ons bezighouden met activiteiten die in de vorm concurrerend zijn.

“Ik heb al gezegd dat de vriend van het ego geen deel van jou is, omdat het ego zichzelf ziet alsof het in oorlog is en dus bondgenoten nodig heeft. Jij die niet in oorlog bent moet naar broeders uitzien en al wie je ziet als jouw broeders erkennen, want alleen gelijken zijn in vrede. Omdat Gods gelijke Zonen alles hebben, kunnen ze niet met elkaar wedijveren. Maar als ze ook maar één van hun broeders als iets anders dan hun volmaakte gelijke zien, is het idee van wedijver hun denkgeest binnengeslopen. Onderschat niet hoe noodzakelijk het voor jou is waakzaam te zijn tegen dit idee, want al je conflicten vloeien daaruit voort. Dit is het geloof dat conflicterende belangen mogelijk zijn, en daardoor heb je het onmogelijke voor waar aangenomen. Is dat wat anders dan te zeggen dat jij jezelf als onwerkelijk ziet? (T7.III.3)