Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#331 Kun je commentaar geven op de ideeën van Krishnamurti in verband met angst en autoriteit?

Krishnamurti zegt in een van zijn boeken dat er aan alle angst een einde komt op het moment dat elke psychologische autoriteit, die van onszelf inbegrepen, in de denkgeest tot een einde komt. Hoe kan er zonder autoriteit angst zijn? Hij vermeldt ook dat er aan alle angst een einde komt op het moment dat je beseft dat jij er de auteur van bent. Hij zegt dat dit zelfs geen dag in beslag neemt. Misschien maar tien minuten om dat duidelijk te zien. Kun je iets zeggen over deze ideeën? En tenslotte nog dit: als er geen gedachten aan speciaalheid zijn, waarom moeten we ze dan opgeven? Versterkt dat het ego niet door hem werkelijk te maken?

Antwoord: Wat Krishnamurti zegt en wat Een cursus in wonderen zegt, verschilt niet zoveel van elkaar. De Cursus voegt daar alleen de mythologie van het ego aan toe, om de oorsprong van de ‘dynamiek’ van de angst te illustreren. De Cursus zegt dat we met het geloof in de afscheiding het idee van een afgescheiden superieure oordelende autoriteit – de ego-god die in werkelijkheid niets meer is dan een projectie van ons eigen verlangen om de autoriteit/het auteurschap van God onze Bron te bemachtigen (T3.VI.7, 8) – heel werkelijk hebben gemaakt in onze denkgeest. En we blijven in onmin met deze autoriteit zolang we ons eigen individuele bestaan proberen te handhaven en daardoor deze controlerende autoriteit als afgescheiden van onszelf zien. Angst is dan onvermijdelijk, want het illusoire, fragmentarische zelf dat we denken te zijn moet wel heel kwetsbaar lijken als we ontkennen dat wij in de eerste plaats de autoriteit voor onszelf grepen. We projecteren de verantwoordelijkheid voor de aanval buiten onszelf om onze schuld te verzachten.

De enige werkelijke Autoriteit is de volkomen goedaardige God van Liefde in Wie we ons wezen vinden dat boven alle begrippen van afscheiding en individualiteit verheven is. Angst is onmogelijk in deze volmaakte staat van Eenheid, waarin er niets buiten het Zelf is waar je bang voor moet zijn. Dus moet alle angst gewoon verdwijnen op het moment dat wij ons geloof in gescheiden belangen en strijdige autoriteit – van onszelf en van ieder ander – loslaten. Dit hoeft geen tijd in beslag te nemen, want alleen ons eigen denken hoeft maar een omslag maken. Alleen onze eigen weerstand tegen de liefde, waardoor we ons afgescheiden zelf in stand houden, maakt dat het moeilijk lijkt en het waarschijnlijk een hele tijd zal vergen om angst los te laten.

Wat de gedachten over speciaalheid betreft, heb je gelijk: ze zijn niet werkelijk en vormen ook niet het probleem. Het is ons  verlangen naar en geloof in speciaalheid, en niet de gedachten zelf, die we moeten loslaten, maar niet door ertegen te vechten of er weerstand tegen te bieden. Ons wordt ooit alleen maar gevraagd te kijken naar wat we in onze eigen denkgeest werkelijk hebben gemaakt en te erkennen wat de gevolgen van die illusoire keuze voor onze innerlijke vrede zijn. Wanneer we niet langer speciaalheid en wat het ons brengt willen, dan zullen de gedachten gewoon “in het niets verdwijnen vanwaaruit [ze zijn] voortgekomen” (H13.1:2)