Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#322 De moeilijkheid om onszelf als oorzaak te zien en niet als effect

Een paragraaf van Hoofdstuk 21 van het Tekstboek van Een cursus in wonderen, die een bijzondere betekenis voor mij heeft, is “De verantwoordelijkheid voor het zien”. Het illustreert het onbehagen dat ik voel als ik besef dat de beslissingen die ik lijk te nemen, eigenlijk op een ander niveau worden genomen, een niveau waarvan ik me als keuzemaker helemaal niet bewust ben. ‘Ik’ en de beslissingen die ‘ik’ lijk te nemen zijn slechts de gevolgen in vorm van de beslissing voor schuld of onschuld die op een ander niveau wordt genomen. De uitspraak: “Het is even noodzakelijk dat je inziet dat jij de wereld die je ziet hebt gemaakt als dat je inziet dat jij jezelf niet hebt geschapen. Het is dezelfde vergissing” gaat hierover en ik zou graag commentaar of verdere uitleg over de betekenis ervan krijgen.

Antwoord: Deze twee zinnen zeggen ons vooral dat we moeten aanvaarden dat we, als gespleten denkgeest, binnen het denksysteem van het ego oorzaak en niet gevolg zijn. Zo kunnen we de wereld loslaten als verdediging tegen onze ware Identiteit en inzien dat we in werkelijkheid, in de Hemel, Gevolg en niet Oorzaak zijn. We zien hier, even duidelijk als ergens anders, de waanzin van het denksysteem van het ego. De afscheiding lijkt tot stand gekomen omdat we het God kwalijk namen dat wij degenen zijn die geschapen werden en dus niet de Schepper zijn, dat wij Gevolg zijn en niet Oorzaak, Zoon en niet Vader.

En dus proberen we een nieuwe, afgescheiden identiteit voor onszelf te maken op het neergeslagen dode lichaam van God. Het is duidelijk dat we hier een waandenksysteem ingaan dat gelooft dat het mogelijk is ons van onze Bron af te scheiden en dat moord en dood werkelijkheid zijn. Waandenkbeelden zijn onstabiel (T19.IV.A.8:4) en moeten voortdurend beschermd worden om te kunnen blijven bestaan. En dus spelen we met het ego onder één hoedje en brouwen een wild verhaal van wraak en verdediging, en maken een wereld om ons in te verbergen, en ook nog een valse identiteit – een fysiek zelf met een eigen afzonderlijke persoonlijkheid – om ons achter te verschuilen. We vergeten helemaal dat wij de denkgeest zijn die deze waanzinnige hallucinatie droomt en geloven in plaats daarvan dat we aan de genade van de hallucinatie zijn overgeleverd – gevolg in plaats van oorzaak. Vandaar de waanzin van dit alles, omdat we hadden uitgemaakt dat we onze eigen oorzaak zijn en onszelf ervan overtuigd hebben dat we dat voor elkaar hebben gekregen. Maar dan laten we het bewustzijn van die ‘macht’ los en aanvaarden in plaats daarvan onszelf als een gevolg van de wereld die wij hebben gemaakt om onze individualiteit te beschermen en de werkelijke bron van de pijn van de afscheiding – onze eigen keuze om onszelf los van Liefde te zien – af te dekken. We zien de wereld als de oorzaak van al onze pijn zodat we nooit bij de bron in onze eigen denkgeest komen, de bron van zowel de wereld als de pijn. Want daar kunnen we een andere keuze maken over onszelf en de schuld waarvan wij geloven dat die zo werkelijk is.

Het citaat dat jij vermeldt wijst erop dat als wij ontkennen dat we de oorzaak en niet het gevolg van de wereld zijn, dit niets meer is dan een dekmantel over ons verlangen om een eigen wereld te maken buiten de Hemel, en onze ware Identiteit als Gods schepping – Christus – te ontkennen; elk is alleen maar een ander aspect van dezelfde vergissing. Maar zoals je vraag ook benadrukt, het is niet gemakkelijk je perspectief weer naar de denkgeest te verschuiven, want onze identiteit is diep geworteld in de wereld, en we hebben geprobeerd onszelf te zien als een onbewust gevolg of een slachtoffer van die wereld. En dus leidt Jezus ons uit de gevangenis die we ons zelf hebben opgelegd door ons uit te nodigen de kleine, voorzichtige stappen te nemen langs het pad van vergeving, waar we leren zien dat onze belangen en onze doelen met al onze broeders worden gedeeld en niet gescheiden zijn. Deze kleine stapjes zullen de angst en de schuld in onze denkgeest geleidelijk ongedaan maken. Daardoor zullen we in staat zijn de ‘macht’ van onze denkgeest te herkennen om van een wereld te dromen die machtig en werkelijk lijkt, zolang we in de droom verblijven. Vervolgens zullen we inzien zien dat wij, aangezien het slechts een droom is en wij de dromer zijn, de oorzaak zijn van niets dat werkelijk is. En dus zijn we voor eeuwig de liefdevolle Effecten gebleven van een Vader die Zijn Gedachten over Zijn Liefde voor ons nooit heeft veranderd.

In V#226 kun je een verdere bespreking vinden over de beslissingsmacht van de denkgeest.