Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#309 Hoe kunnen we weten of we het probleem werkelijk naar Jezus brengen?

Het wordt in de antwoorden steeds weer benadrukt dat we onze ego-gedachten naar de liefde van Jezus moeten brengen in onze juist gerichte denkgeest. Hoe weten we dat we dat doen? Wat ik bedoel is dat het niet is zoals praten met iemand in een menselijke gedaante die je kunt zien en horen en waarmee je kunt spreken en weten dat je dat doet.

Antwoord: Hoewel we er op geen enkel moment ooit zeker van kunnen zijn of we onze denkgeest van het ego hebben afgewend en ons met Jezus hebben verbonden, is een gevoel van bevrijding van beklemming en spanning vanwege de oordelen waaraan we hebben vastgehouden, een van de duidelijke aanwijzingen. Want dat is uiteindelijk al wat vergeving inhoudt en, of we er ons nu bewust van zijn of niet dat we met Jezus verbonden zijn, dat zijn we wel degelijk wanneer we onze gedachten van veroordeling en aanval loslaten. Als we eerlijk zijn met onszelf, kunnen we altijd bewust zijn van de spanning die we vasthouden (in onze denkgeest, geprojecteerd op ons lichaam) wanneer we een oordeel vellen, of het nu het negatieve oordeel van haat en afkeer is, of het zogenaamde positieve oordeel van verlangen en aantrekking – het gevoel dat er iets of iemand buiten ons is dat of die we willen en nodig hebben. Spanning in haar ontelbare verschijningsvormen is altijd een signaal van conflict en afgescheidenheid, ongeacht of we dat als goed of als slecht interpreteren.

Jezus is niet werkelijk een aparte entiteit of iemand zoals je moeder of je beste vriend, maar hij is gewoon een aanwezigheid die we kunnen ervaren, met wie we in onze denkgeest, op een persoonlijk niveau in relatie kunnen staan, terwijl we nog steeds geloven dat we een persoon zijn. Jij hebt misschien wel ervaren bij het lezen van zijn woorden in Een cursus in wonderen, dat Jezus bij jou aanwezig is en dat hij werkelijk tegen je spreekt. Laat je ego je niet wijsmaken dat het alleen jouw verbeelding is. Die ervaring is reëler dan alle ervaringen met andere lichamen die wij najagen om onze eenzaamheid te ontlopen. Verbondenheid en vrede vinden plaats in de denkgeest, en niet tussen lichamen. Daarom kunnen we ons heel eenzaam voelen, ook al zijn we omringd door anderen, als onze gedachten op afscheiding en afzondering gericht zijn. En we kunnen ons heel tevreden en volledig voelen door alleen maar aan iemand te denken die niet fysiek aanwezig is, maar van wie we zeker weten dat hij ons accepteert en van ons houdt. Jezus wil dat we weten dat, ongeacht de grillen en schommelingen van wereldse liefde, zijn liefde altijd constant en altijd aanwezig is. In de momenten dat we daaraan twijfelen, kunnen we gewoon zijn boek openslaan en zijn woorden en beloften lezen. Er zijn er vele, maar overweeg deze ene passage eens, helemaal op het einde van het Werkboek: "Je gaat niet alleen. Gods engelen zweven dichtbij en overal om jou heen. Zijn Liefde omringt jou, en wees hiervan overtuigd: ik zal jou nooit zonder troost achterlaten" (WdII.Nw.6:6-8).