Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#328: Als alles een illusie is, hoe kan de Cursus dan bestaan?

Twee vragen over het bestaan:

i) Ik heb onlangs via een vriend kennis gemaakt met Een cursus in wonderen , maar ik vind uitspraken zoals ‘het hele fysieke universum is een illusie’ wel verwarrend. Als dat waar is, dan bestaat de Cursus niet, en als hij niet bestaat, dan kan ook niemand de Cursus bestuderen of erdoor geholpen worden . Maar als hij wel bestaat, dan is de Cursus onjuist, omdat iets in het hele fysieke universum géén illusie is. Bestaat Een cursus in wonderen wel?

ii) Aangezien God geen weet heeft van ons bestaan in onze huidige staat, waarom zou een gebed tot Hem dan effect hebben? En verder: als de Heilige Geest werd geschapen om zorg te dragen voor deze uitdaging, dan moet het bestaan toch wel bekend zijn geweest.

Antwoord: Het antwoord op deze vragen ligt in het begrijpen van wat de Cursus onderwijst over werkelijkheid en illusie. Werkelijkheid verwijst naar God en het leven dat we als Gods ene Zoon in de Hemel met Hem delen. Dat alleen is werkelijk en dat alleen bestaat waarlijk. De metafysica van de Cursus zegt ons dit: "In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen" (T27.VIII.6:2). Het ‘nietig dwaas idee’ is de gedachte dat de ene Zoon afgescheiden kan zijn van God. De keuze voor deze gedachte leidt tot wat wij ervaren als ons leven als lichaam in het fysieke universum. De Cursus zegt ons dat dit een illusie is, een droom: "Jij bent thuis in God en droomt van ballingschap, maar bent volmaakt in staat te ontwaken tot de werkelijkheid" (T10.I.2:1). Dit is de ‘verklaring’ die de Cursus geeft voor het ogenschijnlijke bestaan van het fysieke universum; dit is de illusie. Maar omdat de Zoon niet afgescheiden kan zijn van de Vader, draagt hij de Godsherinnering in zijn denkgeest met zich mee in de droom. De gedachte van afgescheidenheid en de Godsherinnering zijn de twee delen van de gespleten denkgeest van het dromende Zoonschap. Het is heel belangrijk niet te vergeten dat dit alles onderdeel is van de droom. Het is dus niet werkelijk en bestaat in waarheid niet. Hoewel we ervoor hebben gekozen ons met ons lichaam te vereenzelvigen, is er een deel van onze denkgeest dat zich herinnert wie we werkelijk zijn. De Cursus verwijst naar dit deel van de denkgeest van het Zoonschap als de juist gerichte denkgeest. Omdat we onszelf in alle opzichten van onze denkgeest gedissocieerd hebben, wordt onze juist gerichte denkgeest in de Cursus gesymboliseerd door Jezus of de Heilige Geest. Zij zijn onze leraren in de droom en Een cursus in wonderen is Hun leerplan zodat we kunnen "[leren] dat zelfs de donkerste nachtmerrie die de denkgeest van Gods slapende Zoon verstoort, geen macht over hem heeft. Hij zal de les van ontwaken leren” (T13.XI.9:5-6). Hoewel Een cursus in wonderen in werkelijkheid dus niet bestaat en deel uitmaakt van de illusie, weerspiegelt haar boodschap de herinnering van onze werkelijkheid en leidt ons naar ons ontwaken uit de droom van afscheiding.

De gebeden in de Cursus die zich tot God de Vader richten zijn prachtige uitingen van de inhoud van dat deel van onze denkgeest dat zich God herinnert. Ze zijn geformuleerd op een manier die ons helpt ons God te herinneren en te leren dat we, ondanks ons geloof in de afscheiding, onze Bron niet echt verlaten hebben. Je hebt het juist als je zegt dat God deze gebeden eigenlijk niet hoort. Ze zijn milde herinneringen voor onszelf in een vorm die ons troost, omdat we er behoefte aan hebben te weten dat God ons niet vergeten heeft, hoewel het lijkt alsof wij zijn afgedwaald en Hem vergeten hebben.