Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#216: Waarom is elke vorm van geluk dat dankzij de Cursus tot stand komt, zo broos?

Gedurende de 12 jaar dat ik student ben van Een cursus in wonderen heb ik een heel verontrustend patroon opgemerkt. Ik bereik tijdelijk een toestand waar ik naar gehunkerd heb en ervaar werkelijk geluk, afwezigheid van pijn, en een wonderbaarlijk gevoel van verbondenheid. Maar dan voel ik me ineens overvallen door iets werkelijk kleins dat in de tijd gebeurt. En voor ik het weet, is al dat gevoel van geluk, evenwichtigheid en liefde totaal verdwenen. De schuld die daarop volgt, brengt me nog meer van streek, het wordt onmogelijk naar de vorige gemoedstoestand terug te keren, en daardoor ervaar ik een intens gevoel van verlies. Ik lijk in een gemoedstoestand te komen van helder of zacht licht, om dan weer in de duisternis teruggeworpen te worden. Zelfs de duisternis stuurt lichtstralen uit. Het hele patroon is alsof ik een hele reeks ervaringen doorloop, die ik in termen van deze wereld niet kan verklaren: van zwart naar wit en terug naar zwart. Het effect van die ervaringen is echter dat ik respect voor mezelf en voor anderen verlies, aangezien mijn houding heen en weer lijkt te slingeren tussen de diametraal tegenover elkaar staande punten van het ‘kompas’. Mijn vraag is dan ook: Als de goedheid die ik denk te ervaren zo gemakkelijk doorgeprikt kan worden, hoe werkelijk is die dan eigenlijk?

Antwoord: Het patroon dat je beschrijft is niet zo ongewoon, hoewel de specifieke vorm die het aanneemt voor jou enigszins uniek lijkt. Tot we de Verzoening voor onszelf aanvaarden (T2.V.4:4; T9.VII.2; T14.III.10:1-2), blijven we van onze juist gerichte denkgeest naar onze onjuist gerichte denkgeest gaan en terug. Het werkelijke probleem is niet de schommelingen die je ervaart, maar jouw oordeel hierover. Zeker, de wisselingen maken je waarschijnlijk van streek, vooral wanneer je jezelf overgeleverd ziet aan een herhaalde terugkeer naar de duisternis. Het kan je helpen, ook al is dat eerst alleen verstandelijk, als je inziet dat het je eigen angst voor het licht en de vrede en het geluk is, die je terugwerpt in de duisternis. Jezus weet dat dit ons allemaal overkomt en merkt op: “Wanneer het licht dichterbij komt zul je de duisternis insnellen omdat jij terugdeinst voor de waarheid, waarbij je soms je toevlucht neemt tot lichtere vormen van angst, en soms tot hevige paniek” (T18.III.2:1). Heel diep begraven in je onbewuste neem je een beslissing om ‘iets heel kleins’ uit te nodigen om je ervaring van geluk te verstoren. Want als je jezelf toelaat onbeperkt verder te gaan met deze ervaring, zullen alle grenzen rond het zelf dat jij denkt dat je bent, verdwijnen en zul jij je niet langer met dat zelf vereenzelvigen. En dat ‘verlies’ van het zelf is angstaanjagend voor elke denkgeest die zich met het ego vereenzelvigt. Angst, oordeel en schuld zijn het favoriete tegengif dat het ego gebruikt tegen ervaringen van vrede en liefde, want ze versterken onze vereenzelviging met het afgescheiden zelf. Per slot is het alleen een afgescheiden zelf met zijn zelfopgelegde grenzen dat zich ‘overvallen’ kan voelen.

Een sleutel voor dit alles is te herkennen dat een toestand van geluk niet iets is dat je moet ‘bereiken’ en dat je verlangen ernaar alleen maar de kracht van je eigen denkgeest ontkent om ertegen te kiezen. Als je om hulp kunt vragen om je eigen angst voor het licht bloot te leggen en je schommelingen zonder oordeel begint waar te nemen, zonder er een etiket van wenselijk of niet wenselijk op te plakken (want alle polariteiten komen van het tegengestelde ego-denksysteem), zal de macht die deze negatieve ervaringen over je lijken te hebben, langzamerhand afnemen.

Terwijl we het pad van vergeving bewandelen, laten we onszelf glimpen opvangen van het werkelijke, onveranderlijke geluk dat ons wacht aan het einde van de reis. Maar alleen wanneer we waarlijk weten dat we niet het zelf zijn dat we nu denken te zijn, pas wanneer we weten dat we niet in deze wereld zijn en dus ook haar slachtoffer niet kunnen zijn, pas dan staan we open voor het werkelijke geluk dat nooit verandert, en de werkelijke vrede die nooit verstoord kan worden.