Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#389 Zijn afscheiding en ego ‘natuurlijke’ leermiddelen?

a. Volgens Een cursus in wonderen is God O.K. en wij niet. Dit lijkt op de Bijbelse zienswijze: de zonde van Adam, enzovoort. Aan de ene kant God Die altijd goed is, aan de andere kant de misleide, ontaarde mensheid. Het oude religieuze cliché dus. 

b. Wij zijn helemaal niet wij. We zijn het ego en het ego is slecht en onwerkelijk, het bestaat helemaal niet, dus wij bestaan niet. Het ego is een illusie, dus wij zijn een illusie. Maar wie is misleid? De denkgeest van de Zoon van God? Waarom verkiest die denkgeest in een illusie te vertoeven? Houdt hij niet van de waarheid? Verdraagt hij de waarheid niet?
c. Ik heb de indruk dat de Cursus de schuld geeft aan alle natuurlijke menselijke zaken zoals liefdesrelaties, de drang om dingen te weten, vragen te stellen, te onderzoeken. Dit zijn allemaal egodingen, ze zijn slecht en bestaan niet eens. Wat is dit machtige Monster-Ego dat, hoewel het niet bestaat, de hele mensheid in zijn greep houdt en waar zelfs God niets tegen kan doen?
d. Is het niet mogelijk dat de afscheiding een deel is van het natuurlijke proces van de ontwikkeling van Gods Zoon, opzettelijk door God bedacht? Dat het ego iets natuurlijks is en niet tegengesteld aan God? “Het lichaam is een leermiddel", zegt de Cursus. Is het ego misschien niet gewoon een ander leermiddel?

Antwoord: Het lijkt er misschien op dat de Cursus en Jezus al het negatieve beweren dat jij over ons opsomt. Maar dat doen zij niet – dat doen wij! De Cursus helpt ons om in contact te komen met alle onjuiste overtuigingen die we over onszelf koesteren en juist niet vertegenwoordigen hoe Jezus ons ziet. Volgens de Cursus zijn we in werkelijkheid méér dan prima, we zijn volmaakt (zie bijvoorbeeld T1.I.32:4; T1.II.3:3; T2.I.1:3; T2.II.5:7; T2.III.5:6-7; T6.IV.10; T9.I.13:1-2; T10.IV.1:4). Wij zijn degenen die blijven ontkennen dat we volmaakt zijn (zie bijvoorbeeld T6.III.2:3; T15.III.4:9,5:6; T21.II.13:1-2). In tegenstelling tot de Bijbel is de Cursus er volkomen duidelijk over dat zonde geen werkelijkheid is (T19.III). Nogmaals: wij zijn degenen die, mét het ego, blijven volhouden dat zonde werkelijk is (T21.IV.1,2,3). De Cursus zegt ook niet dat we het ego zijn, maar dat we gekozen hebben ons te identificeren met het ego, dat niet is wie we zijn (T4.III.3,4; T4.VI.1,3). De Cursus beweert evenmin dat het ego slecht is – dat doet het ego zelf, om voor elkaar te krijgen dat we het serieus nemen. En hoewel we het ego niet zijn, geloven we dat dit wel zo is, en dus denken we dat we slecht en zondig zijn (T5.V.3:1-6; 4:1-3). Nogmaals: hoe het ego ons ziet is beslist niet hoe Jezus ons ziet. Hij helpt ons inzien wat we geloven en wat daarmee gepaard gaat, zodat we kunnen besluiten of we het al dan niet blijven geloven. Maar hij neemt niets ervan serieus, want hij weet dat niets ervan werkelijk is (zie bijvoorbeeld T2.VII.1:2,3).

Wat betreft je vraag waarom de denkgeest van de Zoon van God ervoor gekozen heeft in een illusie te vertoeven: je neemt aan dat het waar is dat we hier vertoeven, en dat is inderdaad onze ervaring. De Cursus en Jezus weten dat dit niet waar is, maar zolang we geloven van wel, spreekt Jezus tot ons in de enige taal die we onszelf toestaan nú te begrijpen (T25.I.7:4), over de dingen waarvan we denken dat ze werkelijk zijn, en op een manier die ons tot het inzicht zal brengen dat ze niét werkelijk zijn. Het is niet zo dat God niets aan de illusie kan doen, maar er ís niets dat gedaan hoeft te worden! Alleen voor ons lijkt het alsof er veel ongedaan moet worden gemaakt. De Cursus spreekt geen oordeel of afkeuring uit over de verzinsels van het ego, over al zijn vragen, zijn zoeken en zijn relaties. Wij zijn degenen die oordelen, afkeuren en beschuldigen. De Cursus helpt ons alleen om te zien welke consequenties onze keuzes en overtuigingen hebben. Maar hij valt ze nooit aan, want dat zou betekenen dat ze werkelijk zijn en bestreden moeten worden. Alleen het ego ziet zichzelf als groot en machtig – of probeert ons daarvan te overtuigen (T22.V.4).

De Cursus dringt er niet op aan dat we zijn bijzondere symboliek over de oorsprong van de wereld en de oorzaak van onze pijn en ons ongelukkig zijn accepteren. Jij lijkt tamelijk grote bezwaren te hebben tegen zijn logica en argumenten. Het taalgebruik van de Cursus is nadrukkelijk en compromisloos, en het is belangrijk om te begrijpen wat hij zegt, zodat je kunt beoordelen of het jou al dan niet persoonlijk aanspreekt. Maar als het geen betekenis voor je heeft, dan is dat ook prima, dan zal er een ander pad zijn dat andere symbolen gebruikt die meer passen bij jouw persoonlijke behoeften. Andere leerwegen, inclusief veel New Age paden, spreken over dualiteit en de wereld als scheppingen van God, en geloven dat de ziel zich ontplooit en ontwikkelt door zijn ervaringen in de wereld van vorm. Als deze geloofssystemen je beter liggen, zou het dwaas zijn om te blijven botsen met de Cursus. Hij maakt geen aanspraak op de universaliteit van zijn vorm, alleen van zijn inhoud. In zijn eigen woorden: "Er is een cursus voor iedere leraar van God. De vorm van de cursus varieert aanzienlijk. En dat geldt ook voor de specifieke leermiddelen die ermee gemoeid zijn. Maar de inhoud van de cursus verandert nooit. Het centrale thema is altijd: 'Gods Zoon is schuldeloos en in zijn onschuld ligt zijn verlossing’" (H1.3:1-5). Weet dus dat vrede je zal vergezellen waar je ook gaat en vertrouw erop dat je zult vinden wat je werkelijk van dienst zal zijn op je weg naar God.