Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#398 Wat is het verschil tussen terugkeer en wederkerigheid?

Wil je alsjeblieft het verschil behandelen tussen het idee van terugkeer, zoals besproken in de paragraaf “De tempel van de Heilige Geest”, en wederkerigheid in de betekenis zoals besproken in het onderstaande fragment? Wat is een juist gerichte kijk op wederkerigheid of wederdiensten binnen onze relaties in de wereld?

Antwoord: De twee ideeën zijn in feite niet verwant. Hun betekenis is verschillend, zoals hieronder wordt uitgelegd.

(WdI.76.8:1-3) “We zullen de langere oefenperioden vandaag beginnen met een kort overzicht van de verschillende soorten ‘wetten’ die we meenden te moeten gehoorzamen. Hieronder vallen bijvoorbeeld de ‘wetten’ van voeding, immunisering, medicatie en de bescherming van het lichaam op ontelbare manieren. Denk verder na: je gelooft in de ‘wetten’ van vriendschap, van ‘goede’ relaties en wederdiensten.”

In deze context verwijst de term wederdiensten naar ruilhandel binnen speciale relaties. Het uitgangspunt van dit soort relaties is dat we moeten geven om te krijgen, al zouden we veel liever – als we echt eerlijk naar onszelf zijn – gewoon pakken wat we willen zonder iets te hoeven teruggeven. Maar in de wereld van de speciale relaties is de naam van het spel marchanderen en dit is altijd wederkerig. A marchandeert met B en B doet dat op zijn beurt met A. Onze diep verborgen schuld en zelfhaat maken dat we denken dat niemand ons gewoon zou geven wat we willen hebben – dat verdienen we niet – dus moeten we altijd offers brengen en compromissen sluiten binnen onze relaties. Als ik me opoffer voor jou, dan offer jij je op voor mij. Deze dynamiek doordringt alle speciale liefdesrelaties en wordt als normaal beschouwd. Zo zijn liefdesrelaties in de wereld.

Juist gerichte wederkerigheid is erop gebaseerd dat we begrijpen dat er één Zoon van God is. Dat word hier in de wereld weerspiegeld wanneer we inzien dat iedereen dezelfde belangen deelt. We delen allemaal met elkaar dezelfde onjuiste denkgeest en dezelfde juiste denkgeest. We maken allemaal deel uit van de ene Zoon die denkt dat hij Liefde aanviel en zijn ware Identiteit afwees, door te kiezen voor een individueel bestaan los van de volmaakte Eenheid van God, en deze keuze ongedaan kan maken door hier en nu de Verzoening te aanvaarden. Deze eenheid ligt ten grondslag aan het principe van de Cursus dat geven en ontvangen hetzelfde zijn. Dit doet elke behoefte aan marchanderen of ruilhandel teniet (we hebben het hier alleen over inhoud). De wederkerigheid in een heilige relatie is dus gewoon liefde die zich naar zichzelf toe uitbreidt. “Want als liefde delen is, hoe kun je haar dan vinden behalve via haarzelf? Geef haar en ze zal naar jou toe komen, want ze wordt aangetrokken tot zichzelf” (T12.VIII.1:5-6). Dit heeft uiteraard alleen betrekking op wat binnen de denkgeest plaatsvindt. En dat is iets wat we kunnen waarnemen, of we nu praten met een gevangene in de dodencel, een geliefde vriend, of alleen maar denken aan iemand die twintig jaar geleden overleden is.

(T20.VI.6:1-5) “Je kunt het lichaam niet tot tempel maken van de Heilige Geest, en het zal nooit de zetel van de liefde zijn. Het is de woning van de afgodendienaar, en van de veroordeling van de liefde. Want hier wordt de liefde beangstigend gemaakt, en alle hoop opgegeven. Zelfs de afgoden die hier aanbeden worden zijn in mysteriën gehuld, en worden afgezonderd van degenen die hen aanbidden. Dit is de tempel die aan geen relaties en aan geen terugkeer is gewijd.”

Als we ons blijven identificeren met het lichaam en denken dat het werkelijk is – heilig zelfs – dan zullen we nooit naar huis terugkeren, omdat we dan nooit naar onze denkgeest terugkeren. Binnen de denkgeest kunnen we ons bewust worden van de keuze ons werkelijke thuis in God te vervangen door een zelfgemaakt thuis in het lichaam. En daar zijn we vervolgens in staat om deze keuze te herroepen. We moeten op zijn minst bereid zijn de werkelijkheid van het lichaam in twijfel te trekken (T24.In.2:1); we hoeven het niet op te geven. Als we onszelf eenmaal toestaan die eerste stap te nemen, dan begint het doel van ons lichamelijk bestaan te verschuiven. Dan zijn we op de terugweg naar ons ware thuis, waarbij Jezus ons troost en helpt bij iedere stap.