Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#397 Kan het zijn dat de mensheid nu bezig is met de 'laatste etappe' van de verlossing?

Mijn vraag gaat over mijn gevoel dat we een kritische massa hebben bereikt en we snel afstevenen op verlossing. Zonder de bijdrage van Een cursus in wonderen hadden we misschien nog miljoenen jaren te gaan. Ik denk aan alle mensen die – sinds het boek uitkwam – de lessen gedaan hebben. Als ik me goed herinner kan dat duizend jaar besparen.

Ik denk dat we misschien veel verder zijn dan we denken, vanwege deze theorie: tegenover een enkele boosaardige daad (die, naar we aannemen, voortkomt uit een afscheidingsgedachte) staan honderden eenvoudige vriendelijke daden (en gedachten), zoals een glimlach, een deur openhouden, enzovoort. Om de illusoire wereld in stand te houden voedt ons ego zich met verhalen, hetzij uit de pers, hetzij uit roddels thuis of op de werkplek, wat die ene boosaardige daad uitvergroot. Vrijwel iedereen die het negatieve verhaal hoort reageert met een afscheidingsgedachte, en versterkt zo de negativiteit. Als we in feite in grote mate ontwaakt zijn, kan dat dan verklaren waarom de pers veel uitgebreider verslag doet van waanzin? Hoe eenvoudig is verlossing nu. Want je eenvoudig afzijdig houden van roddels – in je eigen omgeving of in de media – helpt. Wat denk je hiervan?

Antwoord: Een interessant idee, maar misschien wil je eens nadenken over enkele van je veronderstellingen. Ten eerste overschat je wellicht de verhouding tussen vriendelijke gedachten/daden en boosaardige gedachten/daden. Elke irritatie, frustratie, ergernis, verbittering en dergelijke, hoe triviaal ook en ogenschijnlijk geneutraliseerd door een glimlach en een paar aardige woorden, heeft dezelfde inhoud als de boosaardige daden waar de media zoveel aandacht aan geven. Hoeveel van die 'kleine' egoaanvallen ervaren we op een dag, als we eerlijk zijn? Er is geen hiërarchie in illusies, weet je nog, ze hebben allemaal gelijke macht om ons van onze vrede te beroven.

Bovendien is een algemene overtuiging – die niet gedeeld wordt door de Cursus – dat een uiting van negativiteit of aanvalsgedachten, hetzij door jezelf of door iemand anders, een belangrijk obstakel is voor het ervaren van vrede . Daarom draagt alles wat het gewaarzijn van negativiteit bestendigt – zoals de media of roddels – bij aan het probleem en maakt het groter. Maar de negativiteit wordt niet gegenereerd door het horen en verder vertellen van roddels, of door het reageren op daden van geweld die het Journaal rapporteert. Dit zijn slechts uiterlijke weergaven van de negativiteit die altijd al in de denkgeest ligt begraven en die daar blijft totdat een bewuste keuze wordt gemaakt tégen het egodenksysteem en vóór de Heilige Geest. Dat is het werkelijke probleem. Als zodanig kunnen deze uitingen van negativiteit en onze reacties erop in feite heel nuttig zijn voor het genezen van de denkgeest, als we er samen met de Heilige Geest naar kijken.

Het probleem is nooit de specifieke uiting, maar het doel ervan. Uitingen van negativiteit weerspiegelen de wens om de schuld in onze denkgeest op iemand anders te projecteren. Wat veranderd moet worden is niet de uiterlijke uiting van negativiteit, maar de innerlijke beslissing om de eigen schuld in stand en verborgen te houden door hem op anderen te projecteren. Ophouden met aanvalsuitingen of vermijden van blootstelling aan negatieve uitingen van anderen brengt niets tot stand als de innerlijke schuld, die tot de projectie aanzet, niet wordt erkend en aan de Heilige Geest gegeven. De uiterlijke vorm veranderen, zonder herkenning van wat er achter ligt, duwt de schuld alleen maar dieper het onbewuste in. Daar blijft het onbewust effecten veroorzaken, misschien in de vorm van ziekte of van extreme woede. Want zolang het ontkend wordt moet het uiteindelijk worden geprojecteerd. De negativiteit bestaat in de denkgeest en de uiterlijke gebeurtenis brengt die alleen maar naar buiten, onder de sluiers van ontkenning vandaan. Het kan nuttig zijn te bedenken dat een genezen denkgeest nooit reageert op zogenaamde negativiteit in de wereld, in welke vorm ook, want hij heeft geen schuld van binnen die hij projecteren moet.

Nu is er beslist niets mis met het afzien van roddelen, vooral als we eenmaal begrijpen welk weerzinwekkend doel het dient. Want roddelen versterkt het verborgen schuldreservoir van het ego. Maar nogmaals: de activiteit alleen maar beteugelen, zonder corresponderende innerlijke omslag waardoor je kiest tegen het ego, dat de schuld altijd buiten je denkgeest in anderen ziet, maakt de innerlijke verborgen schuld niet ongedaan. Als ik merk dat ik de media of de roddelaar veroordeel, dan aanvaard ikzelf datzelfde egodoel.

En tenslotte: de opmerking waarmee je begint suggereert dat er een soort stuwkracht is die groter wordt als meer en meer mensen zich met de Cursus bezighouden en vergeving beoefenen. Achter dit idee kan een soort wensdenken schuilgaan, bijna alsof ik niet elk moment de keuze hoef te maken tegen mijn ego en voor de Heilige Geest, omdat de collectieve denkgeest mij en iedereen stimuleert in de onvermijdelijke stroom van vergeving. Het speciale gevaar hier is dat we de sluwheid en vasthoudendheid van het ego onderschatten en dat we de subtiele manieren over het hoofd zien waarop het zichzelf in leven houdt door speciaalheid en afscheiding te versterken, zij het in schijnbaar acceptabelere 'spirituele' vorm. Mijn enige verantwoordelijkheid is de Verzoening voor mijzelf aanvaarden, zo brengt de Cursus ons herhaaldelijk in herinnering. Zolang de schuld over de afscheiding in mijn eigen denkgeest echt blijft, is dat het enige waar ik mij mee bezig hoef te houden. Want, zo herinnert Jezus ons, er is maar één leraar van God nodig – ikzelf – om de wereld te redden (H12).