Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#386 Moeten we voor lichamelijke genezing eerst de Verzoening aanvaarden?

Is het voor lichamelijke genezing nodig dat we de Verzoening compleet en definitief aanvaarden? Als dit zo is, hoe komt het dan mensen die nog nooit van Een cursus in wonderen hebben gehoord of vergeving beoefend, meermalen in hun leven lichamelijk worden genezen? Ik heb een ernstige vaatziekte, die ik heb proberen te genezen door de Cursus te volgen. Een keer kon ik mezelf heel kort zien als niet zijnde mijn lichaam. Ik onderging een heerlijk gevoel in mijn benen en ongeveer twee uur lang leken ze genezen te zijn (in ieder geval waren ze pijnloos). Was dit het soort lichamelijke genezing waarover de Cursus het heeft? Later kwam de pijn terug. Nu kan ik de weg terug naar de ervaring dat ik niet mijn lichaam ben niet meer vinden. Maar misschien is dat niet nodig, omdat de Cursus zegt dat de Heilige Geest mij leiden zal als ik slechts een ‘beetje bereidwilligheid’ geef. Ik weet niet zeker of ik het ‘beetje bereidwilligheid’ dat ik de Heilige Geest moet geven goed begrijp. De Cursus zegt dat ik dan heel specifieke instructies zal ontvangen die me weg zullen leiden van mijn illusies en pijn. En hij zegt ook dat ik niet moet proberen mijn denkgeest van angst en pijn te bevrijden, omdat dat de rol is van de Heilige Geest. Ik zeg tegen de Heilige Geest dat ik bereid ben om Zijn manier te volgen, maar er lijkt niets te gebeuren. Hoe kan ik op de juiste manier de Heilige Geest mijn ‘beetje bereidwilligheid’ geven?

Antwoord: Ten eerste: definitieve aanvaarding van de Verzoening is niet nodig voor een verandering in een fysieke toestand. Onze denkgeest is uitermate krachtig en kan lichamelijke symptomen zowel veroorzaken als verwijderen, of we ons geloof in afscheiding nu wel of niet ongedaan hebben gemaakt. Een belangrijke lering uit de Cursus is dat ons lichaam niet autonoom is; het doet enkel wat onze denkgeest het opdraagt te doen. Op grond van iemands fysieke toestand kunnen we niet beoordelen of iemand zich met de onjuist gerichte of met de juist gerichte denkgeest heeft geïdentificeerd. (Zie H5: “Hoe wordt genezing tot stand gebracht?”)

Ten tweede: hoewel er heel veel over genezing in staat, gaat Een cursus in wonderen niet echt over het genezen van het lichaam of van welke omstandigheid in de wereld dan ook. Genezing wordt in de Cursus gelijkgesteld aan vergeving. In dit verband is een kernzin die je kunt aanhouden: “Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen” (T21.In.1:7). Jezus leert ons hoe we de focus kunnen verschuiven van omstandigheden in de wereld en ons lichaam naar de gedachten in onze denkgeest die ons ertoe brengen te geloven dat de wereld en ons lichaam de oorzaak zijn van onze problemen en ellende. Het is heel natuurlijk dat we willen dat pijnlijke lichamelijke symptomen verdwijnen en het is een goed idee om elk middel te gebruiken dat de pijn kan verlichten en de toestand verbeteren. Maar het lichaam bevrijden van alle symptomen is niet het doel van ons Cursuswerk. Dat doel is om een staat van innerlijke vrede te bereiken ongeacht uiterlijke omstandigheden. Natuurlijk zullen we uiteindelijk uit de droom van afscheiding ontwaken, maar het meer bereikbare doel voor ons is om te leren dat onze innerlijke vrede niet afhangt van iets buiten ons. De vrede van God is onze ware Identiteit, en als we dus niet in vrede verkeren, hebben we ons op de een of andere manier losgemaakt of gedissocieerd van die Identiteit. De manier om die dissociatie ongedaan te maken, is dan ook om voor Jezus of de Heilige Geest te kiezen als onze Leraar. Niet om symptomen kwijt te raken, maar om ons te helpen onze waarneming en ons doel te veranderen. Gaandeweg zullen we steeds vaker tevreden zijn met innerlijke vrede. En als gevolg daarvan gaan we ons automatisch minder identificeren met het lichaam. Maar het is meestal heel, heel erg moeilijk om te proberen ´niet een lichaam te zijn.´ We vinden het heel aantrekkelijk een lichaam zonder pijn en problemen te zijn, maar om helemaal geen lichaam te zijn is voor de meesten van ons een vreselijk angstaanjagende gedachte.

Daarom leert Jezus ons dat we ons eerst moeten concentreren op het doel waarvoor we ons lichaam gebruiken. En om die reden is zijn hulp gericht op het verbreken van de verbinding tussen uiterlijke omstandigheden en de innerlijke staat van onze denkgeest. We hebben ons lichaam hoofdzakelijk gebruikt om te bewijzen dat dualiteit, en niet eenheid, werkelijkheid is; en dus helpt hij ons dat om te draaien doordat we geleidelijk en zachtaardig leren dat niets de vrede van God werkelijk kan verstoren – onze natuurlijke staat van zijn. Dus lichamelijke of psychologische genezing (het verdwijnen van symptomen) is niet de focus van de Cursus, hoewel hij nooit zegt dat het verkeerd is om symptomen te behandelen. In feite zou ontkenning van onze lichamelijke ervaringen onze vooruitgang spiritueel belemmeren (T2.IV.3:8-11). In het algemeen is het zo dat we onze pijn en ongemak moeten verlichten, zodat we ons vrijer kunnen voelen om aan het innerlijke proces te werken. Het punt is echter, dat als de onderliggende toestand niet aangepakt wordt, er andere symptomen verschijnen die de plaats innemen van de genezen symptomen. “Zo wordt het lichaam door wonderen genezen, want die laten zien dat de denkgeest ziekte heeft gemaakt en het lichaam heeft gebruikt om slachtoffer, of gevolg, te zijn van wat hij heeft gemaakt. Maar de halve les zal niet de hele onderwijzen. Het wonder is nutteloos als je alleen maar leert dat het lichaam kan worden genezen, want dat is niet de les ter onderwijzing waarvan het gezonden werd. De les is: de denkgeest was ziek die dacht dat het lichaam ziek kon zijn; het naar buiten projecteren van zijn schuld veroorzaakte niets en had geen gevolgen” (T28.II.11:4-7).

Tot slot, een essentieel aspect van bereidwilligheid houdt in dat we kijken naar de zekerheid waarmee we denken te weten wat onze problemen zijn en wat de oplossingen moeten zijn. De reden voor gebrek aan vrede lijkt ons vaak zo overduidelijk. En we voelen ons er zo zeker van dat we weer in vrede zouden zijn en gelukkig, als slechts die ene voorwaarde of situatie veranderd of genezen zou zijn. Jezus leert ons echter onze neiging te denken dat we het allemaal zo goed weten, los te laten. Want die neiging vormt de fundamentele blokkade voor de toegang tot onze juist gerichte denkgeest, waar ware genezing zich bevindt. En soms kan het op een mislukking uitlopen wanneer we ons uitsluitend concentreren op het vragen om hulp voor een lichamelijke conditie. Het is niet verkeerd om dat te doen, zoals Jezus aanduidt in het “Het lied van het gebed”, waarin hij spreekt over een ‘Ladder van gebed’ (L1.I,II). De verleiding is echter om gedesillusioneerd te raken als er niets verandert en dan iemand anders de schuld te geven, of om in onze denkgeest de rol van Jezus te beperken tot die van lichamelijk genezer. De werkelijke verandering waarvan Jezus wil dat we ons die ten doel stellen, is de ervaring dat we zijn denkgeest delen – en die heeft enkel weet van onkwetsbaarheid, liefde en vrede.

Voor verwante vragen over genezing en ziekte, zie V#057, V#128, en V#142.