Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#371 Hoe kun je kijken naar kindermishandeling vanuit een juiste gerichtheid van denken?

Beroepshalve heb ik te maken met kindermishandeling. Ik begrijp dat het het ego is dat slachtoffers, pijn en lijden wil zien. Maar betekent dit dan dat kindermishandeling niet is gebeurd; is dat wat Een cursus in wonderen zegt? Is deze mishandeling niet werkelijk? Hoe kun je kindermishandeling vanuit de juiste gerichtheid van denken bekijken en wat zou volgens de Cursus het juiste professionele gedrag zijn?

Antwoord: Je zit verstrikt in een verwarring die bij veel Cursusstudenten voorkomt: geen onderscheid maken tussen de twee niveaus waarop de Cursus is geschreven. Het klopt dat de Cursus op het metafysische niveau zegt dat de wereld en alles wat erin lijkt te gebeuren - met inbegrip van kindermishandeling - een illusie is en in werkelijkheid nooit gebeurd. Maar wat de Cursus zo praktisch maakt, is dat een groot deel ervan geschreven is op een niveau dat onze ervaring in de wereld wel erkent, maar ons de mogelijkheid verschaft om op een andere manier naar die ervaring te kijken. Dat zal ons mettertijd helpen om onze denkgeest van de illusie los te maken en ons onze werkelijkheid te herinneren, terwijl we niet ontkennen wat we lijken waar te nemen. (Voor een verdere bespreking van de kwestie van de niveauverwarring kunnen V#003 en V#253 wellicht van nut zijn).

In je beroepsleven zou het niemand van de betrokkenen baten - jezelf inbegrepen - de mishandeling waar je mee te maken krijgt, te ontkennen. In deze wereld zoals wij die hebben opgesteld, staan lichamen met andere lichamen in wisselwerking, en behandelen elkaar soms op een fysiek en emotioneel gewelddadige manier. Die handelingen kunnen bijzonder buitensporig en afschuwelijk lijken als een volwassene ze op een kind richt. Wat de Cursus je vraagt is bereid te zijn om alle manieren te herkennen waarop je misschien verleid wordt om partij te kiezen, een oordeel te vellen, of medelijden, verdriet, walging, woede of enige andere emotie te voelen die de situatie bij jou zou kunnen oproepen. En om dan te erkennen dat je, wat je ook voelt, een interpretatie hebt gemaakt en dat je ongelijk hebt!

Oordelen is onvermijdelijk wanneer we vanuit ons egoperspectief van afscheiding en schuld naar een situatie als kindermishandeling kijken. Want wij hebben de wereld zó gemaakt dat we zonde en aanval buiten onszelf kunnen zien, en situaties zoals deze zijn ideale schermen waarop we onze schuld kunnen projecteren (bijv. T13.IX.3:1; T18.I.6), omdat bijna iedereen het met onze interpretatie eens zal zijn. Maar Jezus vraagt dat wij onze conclusies in twijfel trekken, want hij weet wat wij nog niet weten: dat alle geweld en pijn alleen in de denkgeest en niet in de wereld plaatsvindt, en dat het niets met lichamen te maken heeft (T28.III.4:6,5:1; WdI.135.9). En zo zul je na verloop van tijd, als je je met Jezus verbindt, de pijn herkennen die iedereen deelt die betrokken is bij de mishandeling, en inzien dat iedereen vanuit deze pijn onbewuste keuzes maakt – de dader, het slachtoffer, de stille medeplichtige, de boze aanklager. En als je een van hen beoordeelt, reageer jij zelf ook vanuit diezelfde pijn. Wanneer dit besef groeit, nemen na verloop van tijd je oordelen af en voel je mededogen met alle betrokkenen, ongeacht hun rol.

En je begint dan ook te begrijpen dat de pijn eigenlijk een roep om liefde is. En de liefde is altijd aanwezig, in de denkgeest, toegankelijk voor elk van ons als we bereid zijn onze eigen interpretaties los te laten en die van Jezus te aanvaarden. Want alleen onze interpretaties en oordelen blokkeren die liefde, en hierdoor blijven verschillen werkelijk in onze denkgeest, evenals afscheiding van liefde. Uiteindelijk zullen we, als we tot het inzicht komen dat de liefde altijd aanwezig is, ook inzien dat pijn en schuld niet werkelijk zijn (WdII.284.1). En de mishandeling, die de bron van die pijn en schuld in de denkgeest lijkt te maskeren, is ook onwerkelijk. Maar dat besef komt pas aan het einde van het proces. En dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat je je anders moet gedragen tegenover de gezinnen waarmee je werkt. Je blijft handelen op een manier die helpt om de verantwoordelijkheid voor de mishandeling en de passende gevolgen binnen het familiesysteem te bepalen, en die ook het kind tegen verdere mishandeling beschermt – maar je zult dit allemaal zonder oordeel doen. En op die manier breng jij alle betrokkenen in herinnering dat er een andere manier is om te kijken naar wat er gebeurd is, die niets met aanval en schuld te maken heeft.

De Cursus heeft niets te zeggen over gedrag – professioneel of anderszins – want hij houdt zich alleen bezig met de inhoud van onze denkgeest. Maar wees gerust: als je het innerlijke werk van loslaten doet, telkens wanneer je je bewust wordt van de projecties van schuld die in je eigen denkgeest opdoemen, zul je weten hoe je met iedereen moet omgaan op een manier die alleen genezing kan weerspiegelen. En je weet dan dat je altijd alleen maar een instrument bent van die genezing, en nooit de Bron ervan.