Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#364 Versterkt de zorg voor het lichaam de illusie?

Als ik geest ben en mijn lichaam is niet werkelijk, is het dan verkeerd om het goed te voeden, te trainen, te laten masseren, met zorg te kleden, op te maken, enz.? Of wordt dit allemaal gezien als aardig zijn voor mezelf zolang ik mezelf waarneem als een lichaam? Versterken deze activiteiten niet dit onware idee?

Antwoord: Activiteiten als je lichaam voeden, trainen, masseren, met zorg kleden en cosmetica gebruiken, zijn op zichzelf niet heilig of onheilig. Simpelweg met dingen stoppen alleen maar omdat ze ervoor zorgen dat je je goed voelt, zal je spiritueel niet vooruit helpen. Dit soort lichamelijke activiteiten is alleen dan in tegenspraak met je verlangen om te ontwaken uit de droom van afscheiding, als je motivatie op een of andere manier is gekoppeld aan speciaalheid, of om het lichaam in het centrum van je aandacht te houden. Het gaat erom onderscheid te maken tussen het gebruik van je lichaam om jezelf anders en speciaal te maken (het doel van het ego), of om te leren dat we allemaal hetzelfde zijn als fragmenten van de ene Zoon van God - en dat we dezelfde onjuist gerichte egogedachten delen, maar ook dezelfde juist gerichte gedachten van de Heilige Geest. Onze houding tegenover het lichaam moet er dus op gericht zijn de geheime agenda van afscheiding bloot te leggen die we voortdurend in onze denkgeest in stand houden. Vanwege die geheime agenda verwijst Jezus op zeker moment naar het lichaam als “het werktuig der vernietiging” (T20.VIII.4:8). Dat is het oorspronkelijke doel van het lichaam.

Op metafysisch niveau, het niveau van absolute waarheid, onderwijst Een cursus in wonderen dat het lichaam werd gemaakt om onze ware Identiteit aan te vallen en te vervangen en om liefde te beperken (T18.VIII.1). Dat is onmogelijk natuurlijk en daardoor totaal illusoir. Dus op dat niveau ondersteunt alles wat we voor ons lichaam doen dat doel. Maar omdat we er nog niet aan toe zijn ons volledig met die waarheid te identificeren, bereidt Jezus ons erop voor om in die richting te bewegen, door ons het lichaam eerst als neutraal te laten beschouwen (WdII.294). In deze zin is ons lichamelijke bestaan een klaslokaal waarin we geleidelijk aan leren herkennen welke leraar we gekozen hebben om onze activiteiten richting te geven – het ego of de Heilige Geest. Daarom hoeven we niet zozeer ons lichaam te veranderen of hoe we dat verzorgen enz., maar alleen het doel dat we het lichaam geven.