Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#360 Als God alles is wat bestaat, is dan de hele wereld, inclusief mij, deel van Gods droom?

Klopt het volgende? Als het ego niet bestaat en deze wereld is van het ego, dan vindt het voorleggen van deze vraag aan de Vraag- en antwoordservice – logisch gezien – ook niet echt plaats, behalve in een droom of illusie. En als ik, de schrijver van deze vraag, niet besta behalve als figuur in een droom van een dromer, en als God Denkgeest is en Al Wat Is, dan vormt alles in deze wereld en al zijn bewoners de hele rolbezetting, de cast, van deze droom van God.

Antwoord: Je bent in goed gezelschap van Hindoe-leringen, die eveneens spreken over de wereld als Gods droom. Maar Een cursus in wonderen neemt een heel ander standpunt in over de oorsprong en aard van de illusoire wereld, voortkomend uit zijn totaal compromisloze non-dualistische metafysica. De Cursus leert dat je, zodra je eenmaal een gedachte van afscheiding lijkt te hebben, buiten de Denkgeest van God bent, die totale Eenheid is. Bewustzijn, waarneming en dromen, allemaal gebaseerd op de werkelijkheid van een zelf én een ander, zijn uitkomsten van een gedachte van afscheiding die nooit heeft plaatsgevonden, en deze bevinden zich dus ook buiten de Denkgeest van God. Ze zijn geheel illusoir en alleen God is werkelijk, dus kunnen ze niet opgenomen zijn binnen Zijn werkelijkheid – noch in die van ons, als Zijn ongedifferentieerde Zoon. (Zelfs onze woorden hier verraden de beperkingen van ons egoraamwerk om deze dingen te bespreken, want we lijken te zijn afgegleden naar een dualistische beschrijving van onze werkelijkheid in God.)

De gedachte van afscheiding en de droom die daaruit volgt om zijn bestaan te beschermen en te verdedigen, hebben helemaal niets met God te maken. Maar zodra we eenmaal in de illusie geloven hebben we twee manieren om ernaar te kijken: 1) als bewijs dat we een afgescheiden bestaan aan God hebben ontworsteld, ten koste van Hem, of 2) als een droom, en om hieruit te ontwaken hebben wij de hulp van het gezonde deel van onze gespleten denkgeest nodig. Want zelfs in onze gespleten (afgescheiden) denkgeest dragen we de herinnering mee aan Wie we in werkelijkheid zijn als deel van die Eenheid. En deze herinnering stelt ons in staat om de denkbeeldige symbolen van de wereld voor een ander doel te gebruiken dan voor afscheiding en de zonde, schuld en angst die daarmee gepaard gaan. En dat doel is vergeving, het loslaten van alle oordelen van het ego, wat onze waarneming van de wereld van vorm transformeert van een wereld van afzonderlijke belangen tot een van gezamenlijke belangen.

En dus heb je gelijk als je jouw ervaring als schrijver en vragensteller aan de Vraag- en antwoordservice beschrijft als volledig onderdeel van de denkbeeldige droom. Het heeft echter niets met God te maken. Evengoed kan het verwerven van ware of genezen waarneming je doel zijn, nog steeds illusoir, maar zonder het geloof in illusies te versterken. En dat is een noodzakelijke stap voordat je kunt terugkeren tot de totale abstractie van kennis – de term die de Cursus gebruikt voor onze werkelijkheid met God in de Hemel – die voorbij alle waarneming en dromen ligt.