Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#350 God, illusie, dromen, de dromer, afscheiding

Omdat God alleen betrekking heeft op het eeuwige (onvoorwaardelijke liefde enzovoort) en niets anders dan het eeuwige heeft geschapen, heeft erkend, of daarbij betrokken is (materie, lichamen, de aarde, en dergelijke) wil ik graag een antwoord op mijn vraag. Omdat we allemaal oorspronkelijk God - Eén Denkgeest - waren, betekent dit dat er niets anders kon zijn. Dat betekent dat er geen dromer kon zijn om welke droom ook te dromen, noch kon er enige afscheiding van God zijn (vanwege een autonome wens onszelf te scheppen), want er wás niets anders. God zou dan de dromer geweest zijn, dus dan had Hij zich van Zichzelf moeten afscheiden. Met andere woorden: zeggen dat ‘iemand’ een illusie is kan niet waar zijn en moet zelf een illusie zijn, want het kan niet gebeurd zijn. Na maanden piekeren kwam dit inzicht een paar dagen geleden op. Alsjeblieft, laat me weten hoe jij hierover denkt!

Antwoord: Ik denk dat je het helemaal begrepen hebt! Wat maakt dat het uiteindelijk onmogelijk is ons op een bevredigende manier met dit soort kwesties bezig te houden, is dat we proberen betekenis te geven aan een illusoire toestand vanuit diezelfde illusoire toestand. Daar kun je helemaal gek van worden, als we dat niet al waren omdat we menen ons in die illusoire toestand te bevinden. Alleen een gespleten denkgeest kan een vraag hebben, want binnen de volmaakte Eenheid kan niets bestaan dat onbekend, verborgen of vergeten is. En ‘iets anders dan het eeuwige’ kan alleen maar niets zijn, hoewel we er een hele drukte om maken. Zeggen dat een illusie een illusie is, betekent dat je nog altijd binnen de illusie werkzaam bent, maar heeft het voordeel dat je verdere illusies niet bestendigt. Dát is in een notendop wat vergeving inhoudt (VvT3.1:3-4).

Een verdere uiteenzetting over het ego en zijn oorsprong vind je bij V#010, V#088 en V#171.