Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#344 Over wonderimpulsen

In het eerste hoofdstuk van Een cursus in wonderen staat: "Je vervormde waarnemingen leggen een dikke deken over wonderimpulsen heen, en maakt het ze moeilijk tot je eigen bewustzijn door te dringen. Het is een ernstige vervorming van je waarneming als je wonderimpulsen met lichamelijke impulsen verwart. Lichamelijke impulsen zijn verkeerd aangewende wonderimpulsen. Alle werkelijke genoegens komen voort uit het doen van Gods Wil. Want die niet doen is een ontkenning van het Zelf" (T1.VII.1:1-5).

Ik heb een vraag en antwoord gelezen over seksuele impulsen, maar mijn vragen zijn net iets anders, en ik heb een beetje hulp nodig om de uitspraken die ik hierboven citeer te begrijpen. Is dit een andere manier om te zeggen dat de keuzemaker voortdurend kiest tussen het juist gerichte en het onjuist gerichte denken, oftewel de Heilige Geest en het ego? Als een wonder vergeving is, of een herinnering dat wat de ogen van het lichaam zien/waarnemen onjuist is, is een wonderimpuls dan deel van een corrigerend denkproces van Jezus/de Heilige Geest in onze denkgeest?

Antwoord: Ja, dat is een goede verklaring. Maar het kan toch nog behulpzaam zijn om te verduidelijken waarom Jezus naar 'lichamelijke impulsen' verwijst als 'verkeerd aangewende wonderimpulsen', en hoe onze 'vervormde waarnemingen een dikke deken over wonderimpulsen heen leggen'. Wij zijn geschapen om onafgebroken in volmaakte vreugde te zijn. Ondanks zijn onjuiste overtuigingen over wie hij is herinnert de gespleten denkgeest zich deze staat van geluk nog steeds, hoewel indirect door zijn bewustzijn dat hij hopeloos ongelukkig is. Dat zet hem ertoe aan om terug te willen keren naar een staat van vrede en vreugde, onze natuurlijke staat van zijn.

Wat ons motiveert om te kiezen voor de wonderimpuls, of de neiging om een wonder te kiezen, is de erkenning dat we in onze huidige toestand van afscheiding niet gelukkig zijn, en meer verdienen dan wat we nu ervaren. Maar bovendien leidt het wonder tot de erkenning dat het gemis dat we voelen ons door onszelf is opgelegd, dat wil zeggen: het weerspiegelt een keus die we hebben gemaakt. Het wonder is een natuurlijke neiging van de denkgeest, want het is een stap op de terugweg naar zijn oorspronkelijke staat van heelheid en vrede, met achterlating van alle conflict. Het wonder herinnert de denkgeest eraan dat hij denkgeest of oorzaak is, niet een lichaam of gevolg (T28.II.9:3). Wonderimpulsen zijn dus gedachten van de Correctie, die door de Heilige Geest worden vertegenwoordigd in onze juist gerichte denkgeest. Ze herinneren ons eraan dat wat we denken dat gebeurd is – de afscheiding van liefde en alle daarbij behorende pijn en schuld – in werkelijkheid helemaal niet heeft plaatsgevonden. En wanneer die erkenning volledig wordt omarmd, betekent dat het einde van het ego en zijn symbolische uitdrukking: ons individuele zelf.
Het ego is dus niet in staat onze motivatie voor de wonderimpuls – ons verlangen om terug te keren naar onze natuurlijke staat van vrede en vreugde – ongedaan te maken. Daarom moet het die impuls verdraaien en verbergen, zodat we ons niet herinneren wat onze rol is in wat we ervaren. Want als we ons dat werkelijk zouden herinneren, zouden we ons niet lang meer met het ego en de afscheiding identificeren. Om verandering van onze denkgeest te voorkomen vraagt het ego ons niet om de toestand van ongelukkig zijn te ontkennen. In plaats daarvan overtuigt het ons er door middel van zijn verdraaide waarneming van, dat ons ongelukkig zijn niets te maken heeft met keuzes die wij zelf gemaakt hebben, maar het resultaat is van onze geboorte als een hulpeloos lichaam in een wereld waar we geen controle over hebben. Het ego erkent dus ons ongelukkig zijn en het conflict waarin we leven, maar brengt ons ertoe om buiten onszelf te kijken – naar anderen, naar de wereld – in plaats van naar binnen, om daar vreugde, vrede en liefde te vinden.

Deze zoektocht is gedoemd te mislukken, omdat hij ontkent Wie we werkelijk zijn en wat onze werkelijke Bron van geluk is. Maar ook wanneer we geluk zoeken op het niveau van het lichaam, dat we abusievelijk voor onszelf aanzien, wordt onze zoektocht nog steeds gemotiveerd door een, zij het onbewuste, erkenning dat geluk onze natuurlijke staat van zijn is. Dit is dezelfde erkenning waaruit de wonderimpuls voortkomt, maar het zoeken is verkeerd gericht. En al het zoeken in de wereld moet tenslotte resulteren in pijn, omdat het ons geloof in afscheiding versterkt, en het de enige Identiteit waarin echte vreugde kan worden gevonden ontkent. Daarom concludeert Jezus: "alle werkelijke genoegens komen [alleen] voort uit het doen van Gods Wil."