Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#311 Heeft iedereen een rol te vervullen in de wereld?

Het is duidelijk dat Helen en Bill specifieke, individuele doelen hadden, namelijk het in de wereld brengen van Een cursus in wonderen; naast het doel dat we allen delen: vergeven en ontwaken tot het kennen van onszelf als de ene Zoon van God. Ik kan aannemen dat, zoals de Cursus zegt, wij allen een individuele rol te vervullen hebben in Gods verlossingsplan. Maar betekent dat ook een rol in de wereld?

Antwoord: Omdat de Cursus ons leert dat de wereld een illusie is, door de denkgeest van de afgescheiden Zoon gemaakt als een aanval op God (Wdl.155.2:1, WdII.3.2:1), volgt daaruit dat hij ons niet vertelt dat Gods verlossingsplan betekent dat we in de wereld een specifieke rol als individu te spelen hebben. Het is belangrijk te onthouden dat de Cursus zich tot de denkgeest richt; en wel specifiek tot het keuzemakende deel van de denkgeest, omdat er daarbuiten niets bestaat: “De denkgeest reikt uit naar zichzelf. Hij is niet samengesteld uit verschillende delen die elkaar bereiken. Hij gaat niet naar buiten. In zichzelf kent hij geen grenzen, en buiten hem is er niets. Hij omvat alles. Hij omvat jou totaal: jij in hem en hij in jou. Er is niets anders, nergens en nooit” (T18.VI.8:5-11). Iedere verwijzing naar onze rol of functie in de wereld moet daarom geïnterpreteerd worden met deze metafysische uitgangspunten in het achterhoofd. God heeft ons slechts één rol toegewezen: Zijn onschuldige Zoon zijn. De functie van de Heilige Geest is om de gedachte van afscheiding in de denkgeest te genezen, en onze enige functie is deze genezing door vergeving te aanvaarden. Veel passages in de Cursus lijken te impliceren dat ieder individu een specifieke en unieke rol van God krijgt: “Aan ieder geeft Hij (de Heilige Geest) een speciale functie in de verlossing die alleen hij vervullen kan, een rol voor hem alleen” (T25.VI.4:2) (Zie ook:T25.VI.7). Echter, deze ‘rol’ is de Verzoening voor zichzelf aanvaarden. Het is ‘speciaal’, met andere woorden ‘specifiek’, omdat we ervoor gekozen hebben ons in de illusie met ons individuele lichaam te identificeren, en verschillende rollen hebben toegewezen aan onszelf en ieder ander lichaam. Hoewel de specifieke rollen (die van zoon, dochter, ouder, leraar, verpleegkundige of president-directeur) er niet toe doen voor de uitkomst, zijn ze wel belangrijk omdat zij het klaslokaal vormen dat de Heilige Geest gebruikt om ons de waarheid over onszelf te onderwijzen. Ieder deel van het Zoonschap moet daarom zijn rol spelen, door ‘als individu’ de Verzoening te aanvaarden in zijn eigen specifieke klaslokaal en uiteindelijk, zoals je aangaf, zijn enige rol en identiteit als Gods Zoon te aanvaarden.