Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#308 Waarom lijkt de Cursus zo'n verzet op te roepen bij hen die er niet in geloven?

Ik weet niet goed hoe ik deze vraag moet formuleren, want alles wat ik zeg is hoogstwaarschijnlijk projectie, en maakt deel uit van mijn eigen niet herkende schuld. Het kan een onbewuste behoefte aan drama zijn, aan een slachtoffer- of martelaar rol, of een roep om hulp. Waarom reageren anderen met haat en vaak zelfs met wreedheid, wanneer Een cursus in wonderen je pad wordt? Wil je alsjeblieft het standpunt van de Cursus hierover toelichten? Sinds 1986 is Een cursus in wonderen mijn pad, en ik dring het niet aan anderen op. Als iemand mij ernaar vraagt, spreek ik erover. Wanneer ik om hulp vraag hoor ik vaak het antwoord niet, of ben ik te veel van streek en bevangen door angst.

Antwoord: Ten eerste is het nuttig onderscheid te maken tussen de gevoelens van anderen en je eigen reacties. Want altijd hoef je je alleen maar te bekommeren om jouw eigen reacties. Elk denksysteem dat het ego zo compromisloos bedreigt – zoals de Cursus – moet door iedereen die zich nog met het ego identificeert als bedreigend worden gevoeld. Dus als je met de Cursus werkt, ongeacht of je met anderen over principes ervan spreekt, dan moet men tot op zekere hoogte een verschil in jou herkennen op momenten dat je vergeving beoefent en je met je juiste denken identificeert. Als iemand zich daardoor bedreigd voelt, dan zijn haat en wreedheid – evenals vele andere ego reacties – 'natuurlijk' en niet onvoorzien, want ze dienen om zijn identiteit als ego te beschermen. Zoals Jezus zegt: "angstige mensen kunnen kwaadaardig zijn" (T3.I.4:2).

Dit alles heeft werkelijk niets met jou te maken of met jouw eigen vergevingslessen, tenzij jij op jouw beurt reageert op hun reacties op jou. Want dan bevind je je in je onjuiste denken, en identificeer je je met je schuld aldaar over de afscheiding en over je aanval op God. Dan denk je dat deze werkelijk hebben plaatsgevonden. Maar dat hoeft je niet in verlegenheid te brengen en het is niet nodig je te verontschuldigen. Wij allemaal, die nog altijd denken dat we hier in de wereld in een lichaam bestaan, hebben een ongenezen denkgeest en geloven in de werkelijkheid van onze schuld. Elke ervaring die je in contact brengt met die schuld – die vanzelf op anderen buiten jou wordt geprojecteerd als je niet weet dat de oorsprong ervan in je eigen denkgeest ligt – kan heel nuttig zijn. Zegen daarom je broeders omdat ze het scherm vormen voor jouw eigen projecties. Want als je door hen van streek raakt, je angstig voelt, of slachtoffer, of martelaar, dan wordt wat het ego voor je verborgen wil houden blootgelegd. Als je tenminste bereid bent er op die manier naar te kijken. Telkens wanneer je eraan denkt en ertoe bereid bent, kun je met Jezus of de Heilige Geest kijken naar de schuld die niet langer begraven ligt. Zij zullen je eraan herinneren dat je het allemaal verzonnen hebt. In het begin ben je misschien niet in staat je meteen tot deze hulp te wenden als je middenin een confrontatie met iemand zit. Maar het enige wat ertoe doet is dat je je op enig moment herinnert dat je een andere keus kunt maken over hoe naar die interactie te kijken. Dat opent de deur naar de hulp die altijd voor ons beschikbaar is.