Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#305 Meer over "Ik hoef niets te doen”

Betekent "Ik hoef niets te doen" dat het niet goed is om bewust te proberen nieuwe gewoontes te ontwikkelen om oude, op angst gebaseerde gewoontes te vervangen, zoals het vermijden van oogcontact, zachtjes praten, te snel opgeven, enzovoort? Hoe kan ik over zulke dingen heenkomen als ik er niets aan doe? Les 135 zegt dat plannen maken een verdediging is die vermeden moet worden. Maar ik heb het gevoel dat ik niet kan functioneren als ik geen plannen maak of mij nergens op voorbereid. Dan weet ik niet wat ik moet zeggen of doen als zich iets voordoet. Ik ben hier echt in vastgelopen, maar misschien interpreteer ik het verkeerd. Kun je het op de een of andere manier voor me ophelderen?

Antwoord: Wanneer Een cursus in wonderen zegt: "Ik hoef niets te doen behalve me er niet in te mengen" (T16.I.3:12), gaat het in de eerste plaats om het tweede deel: ons er niet in mengen – want dat is wat wij doen. Er wordt niet gezegd dat we niets moeten doen in de wereld of met het lichaam; we hoeven niets te doen om te zijn wie we zijn (Gods Zoon), behalve het verwijderen van alle overtuigingen die tegen deze waarheid ingaan. Daarom beschrijft de Cursus het ego-denksysteem in al zijn verschillende vormen en uitdrukkingen. Les 135 is hier een heel goed voorbeeld van. Daarin wordt het verdedigingssysteem uiteengezet dat in werking treedt wanneer de denkgeest ervoor kiest zich met het lichaam te identificeren. Er wordt op geen enkele wijze gesuggereerd dat een verdedigingsmechanisme of gedrag veranderd of vermeden moet worden. Dat is niet het doel van de Cursus. Dat doel wordt duidelijk verwoord in de volgende instructie: "Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen". (T21.In.1:7). We kunnen in deze belangrijke zin 'de wereld' vervangen door 'het lichaam', 'je gedrag', of 'je gewoontes'. Dit is een Cursus in het trainen van de denkgeest, en niets anders. Het begrijpen van dit onderscheid is essentieel voor het begrijpen en, nog belangrijker, het toepassen van de principes van de Cursus.

Telkens als de Cursus alles wat we als lichaam doen en alles wat we geloven beschrijft, zegt hij niet dat we dat niet moeten doen en de overtuigingen die we erop nahouden niet meer moeten geloven. Hij onderwijst ons door ons het contrast te tonen tussen het gevolg van het denksysteem van het ego (pijn) en dat van de Heilige Geest (vrede). Hij vertelt ons dat wat we doen op het niveau van de vorm, het probleem van de afscheiding niet veroorzaakt noch oplost op het niveau van de denkgeest. Daarom is het veranderen van gedragspatronen, die je een beter gevoel geven over jezelf, even acceptabel als al het andere dat we doen om voor ons lichaam te zorgen, of ons huis of onze auto. Zolang we geloven dat we een lichaam zijn dat in deze wereld leeft, moeten we naar eigen goeddunken voor deze dingen zorgen zodat ze blijven functioneren.

Totdat onze denkgeest is genezen van het geloof in afscheiding en onze identiteit als lichaam, moet ons enige doel het blootleggen van al onze verborgen overtuigingen zijn, zodat ze vervangen kunnen worden door het geloofssysteem van de Heilige Geest. Dan zal de van schuld bevrijde denkgeest het lichaam gebruiken zoals in deze les wordt beschreven, zonder verdedigingen. Dat betekent niet dat het lichaam dan volmaakt zal zijn, of geen voedsel meer nodig heeft, of slaap, of een bril. Het betekent dat de denkgeest zichzelf niet meer met het lichaam zal verwarren en zich er niet meer tot zal wenden voor veiligheid, of voor wat dan ook. In dit genezingsproces wordt niet van ons gevraagd om geen plannen te maken, of om te leven alsof onze denkgeest genezen is, terwijl hij nog ziek is. Het is belangrijk om bij het lezen van de Cursus altijd in gedachten te houden dat hij zich richt op het keuze makend deel van de denkgeest. Hij vraagt ons te kiezen welke leraar we willen raadplegen bij het maken van onze plannen. De Heilige Geest zegt dat we, als we onze plannen maken, eraan kunnen denken onze denkgeest te onderzoeken op alle krankzinnige overtuigingen die ‘zich mengen in’ ons vermogen om ons door Zijn wijsheid naar de waarheid te laten leiden.
(Opmerking van de webbeheerder: zie ook V#293, V#289 en V#090).