Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#303 Wat is ‘genade’ en hoe krijg ik die?

Mijn vraag gaat over genade. Ik ben bezig met les 168 en 169 van Een cursus in wonderen. Daar wordt gezegd dat genade niet geleerd wordt en dat genade niet het doel is dat deze cursus nastreeft… genade is het middel om eerst visie te krijgen, met kennis meteen daar achteraan… Ik probeer te begrijpen wat genade precies is, en hoe het verkregen dient te worden.

Antwoord: In de “Glossary-Index for A Course in Miracles” door Kenneth Wapnick, wordt genade gedefinieerd als: “onze natuurlijke staat als geest” en “een aspect van Gods liefde in deze wereld” (zie deel II van de Glossary onder ‘grace’). Wanneer je passages in de Cursus leest waarin de term ‘genade’ gebruikt wordt, zoals in de lessen die je noemt, is het behulpzaam in gedachten te houden dat genade verwijst naar de waarheid van wie we zijn als geest, en naar de weerspiegeling van Gods Liefde die in onze denkgeest aanwezig is: “Geest is eeuwig in een staat van genade. Jouw werkelijkheid is louter geest. Daarom ben jij eeuwig in een staat van genade” (T1.III.5:4-6). Genade is dan ook niet iets dat verworven moet worden, noch kan het worden onderwezen of geleerd. Het is eenvoudigweg de waarheid die vanzelf geopenbaard zal worden wanneer we niet langer geloven in het schuldige, zondige zelf dat geïdentificeerd is met het lichaam. Ons doel is ons bewust te worden van onze ware identiteit als geest, want dat is zoals God ons geschapen heeft. Gods genade, Zijn gave, is de identiteit die we met Hem delen. In het proces van vergeving brengen we alle verborgen overtuigingen over onszelf - die tegengesteld zijn aan deze waarheid - aan het licht. Dat zal ons leiden tot het bewustzijn van deze identiteit, en de aanvaarding van Zijn genade.

Op andere plaatsen in de Cursus wordt echter op een iets andere manier over genade gesproken. Genade is visie omdat het het bewustzijn is van onze natuurlijke staat. In de passage waarnaar je verwijst, vertelt de Cursus ons dat de visie van wie we in waarheid zijn, onmiddellijk gevolgd zal worden door kennis van onze Eenheid met God, en in dat ogenblik verdwijnt het bewustzijn van de wereld. Dat is ons doel, dat is genade. Het is “een aspect van Gods Liefde in deze wereld” (Glossary) omdat onze denkgeest de herinnering aan Gods Liefde bevat, en de herinnering aan onze ware identiteit als geest, Gods onschuldige Zoon. Op het moment dat we bereid zijn te kiezen ons met dit deel van onze denkgeest te identificeren, in plaats van met het ego, dan aanvaarden we de genade die de onze is: “Genade is het accepteren van de Liefde van God in een wereld van ogenschijnlijke haat en angst” (WdI. 169.2:1).