Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#291 Verschillen tussen de Cursus en Padwerk

Mijn vraag gaat over de verschillen tussen Een cursus in wonderen en Padwerk, een reeks lezingen die door een spirituele entiteit die de Gids wordt genoemd aan Eva Pierrakos werden doorgegeven. Ik probeer nu al vijf jaar de leringen van Padwerk in mijn leven toe te passen. De leringen van de Gids leggen volgens mij te veel de nadruk op het belang dat je jezelf precies zo moet aanvaarden als je bent: niet volmaakt. Hij zegt dat we hier (op aarde) zijn om te proberen onszelf te verbeteren, maar dat we nooit het feit zouden mogen ontkennen dat we niet volmaakt zijn. Met anderen woorden: dit feit aanvaarden is de eerste stap op weg naar volmaaktheid. De Gids zegt dat als we onszelf met God proberen te vereenzelvigen zonder onze tekortkomingen onder ogen te zien (of te aanvaarden), wil zeggen dat we onszelf voor de gek houden. Als we ons in God willen verliezen, moeten we onszelf eerst vinden. Deze leringen hebben me geholpen mezelf beter te leren kennen, maar ik denk niet dat ik tot nu toe een betere persoon ben geworden.

De Gids heeft het in bijna alle lezingen ook over reïncarnatie. Maar toen ik Een cursus in wonderen had gevonden, raakte ik heel erg in de war en teleurgesteld dat de Jezus van de Cursus verklaart dat reïncarnatie niet bestaat. Niet omdat ik zou willen dat reïncarnatie bestaat, maar omdat Jezus iets ontkent waarover de Gids zo spontaan, zo oprecht en met zo’n wijsheid spreekt, dat ik het bijna onmogelijk vind om hem niet te geloven. Ik denk op dezelfde manier over Jezus (van de Cursus), maar zijn leringen over reïncarnatie zeggen precies het tegengestelde. Ik geloof dat de waarheid de waarheid is. Hoe kan ik Jezus of de Gids vertrouwen als één van beiden de waarheid niet spreekt?

Antwoord: Voor we het over jouw bekommernissen hebben, is het misschien nuttig om duidelijk te maken wat Jezus in de Cursus bedoelt wanneer hij over de waarheid spreekt. In werkelijkheid zijn er twee betekenisniveaus die je moet kunnen begrijpen om de Cursus zinnig te vinden. Op het hoogste niveau van het onderricht bevestigt Jezus in de Cursus heel ondubbelzinnig dat de afscheidingsgedachte, net als al wat uit die gedachte voortkomt, met inbegrip van de wereld van tijd, ruimte en vorm, een illusie is. Alleen de vormloze, onbeperkte Liefde van God is werkelijk en waar. En Jezus bedoelde dat heel letterlijk.

Maar ook al is dit uiteindelijk waar, Jezus weet ook dat wij dat niet zo ervaren, en dus spreekt hij op een ander, wat meer op de praktijk gericht niveau over wat waar is. In principe is elke interpretatie van elk aspect van de wereld van tijd en ruimte waar, als dat ons helpt vergeving te oefenen, terwijl elke interpretatie die ons schuldig en angstig houdt, onwaar is. Wanneer we eenmaal geloven dat we afgescheiden, individuele zelven zijn, zijn de kwesties die ons bezighouden, ook al zijn ze uiteindelijk illusoir, in onze ervaring heel echt en moeten ze aangepakt worden op een manier die bijdraagt tot onze genezing.

Bijna alle andere spirituele leringen houden zich alleen maar bezig met het oplossen van problemen op het niveau van onze ervaring in de wereld en maken niet dat uiteindelijke onderscheid tussen wat werkelijk en wat illusoir is, zoals Jezus dat doet. Ze stellen wegen voor die van de Cursus afwijken, en het kan heel verwarrend zijn om te proberen de leringen ervan te integreren met de leringen van Jezus in de Cursus. Op het niveau van vorm en begrippen, kunnen spirituele paden van elkaar verschillen en elkaar zelfs tegenspreken, maar de enige werkelijke waarheid is God, naar wie alle oprechte spirituele richtingen leiden, ongeacht de specifieke vormen en begrippen die gebruikt worden om je terug te leiden.

Laten we eerst je tweede bekommernis bekijken: het verschil tussen de Cursus en Padwerk in verband met reïncarnatie, want dat lijkt voor jou het meest verwarrend te zijn. “In uiteindelijke zin” – wat we zojuist besproken hebben – “is reïncarnatie onmogelijk” (T24.1:1) zegt Jezus in het Handboek voor leraren; want het is een op de tijd gebaseerd fenomeen, en de Cursus zegt dat tijd een illusie is. Maar als je dezelfde paragraaf van het Handboek zorgvuldig leest, zul je zien dat Jezus niet ontkent dat het begrip reïncarnatie op het niveau van jouw ervaring binnen tijd en ruimte geldig en nuttig kan zijn. Dat hij het niet simpelweg afdoet als onwaar blijkt uit zijn andere toelichting hier. In dezelfde paragraaf bijvoorbeeld, spreekt hij erover dat het begrip reïncarnatie nuttig kan zijn en merkt op: “Als het gebruikt wordt om het inzicht in het eeuwige karakter van het leven te versterken, dan is het inderdaad behulpzaam” (H24.1:6). Maar hij waarschuwt er ook voor dat het kan worden misbruikt om voedsel te geven aan “vooringenomenheid met en misschien trots over het verleden” en “daadloosheid […]in het heden”. In dezelfde paragraaf geeft Jezus later ook de raad om niet verwikkeld te raken in een nodeloze controverse over het begrip (H24.3-4). Maar de uitdrukkelijke vraag die hij aan het einde van de paragraaf stelt en behandelt, helpt misschien het beste om je persoonlijk conflict met Jezus’ standpunt over het begrip op te lossen: “Betekent dit nu dat de leraar van God zelf niet in reïncarnatie zou mogen geloven, of dit onderwerp met anderen bespreken die dat wel doen? Het antwoord is: zeker niet! Als hij wel in reïncarnatie gelooft, zou het een vergissing zijn om die overtuiging op te geven, tenzij zijn innerlijke Leraar dat aanraadt. En dat is hoogst onwaarschijnlijk” (H24.5:1-4, cursivering toegevoegd).

Op het niveau van onze ervaring in de wereld zijn Jezus en de Gids van Padwerk het dus misschien niet zo erg oneens over reïncarnatie als jij wel denkt. Het gaat erom dat Jezus ons in de Cursus uiteindelijk probeert te brengen tot een niveau dat elke bekommernis over de lineaire tijd en individuele levens overstijgt. En omwille van dit doel voelen veel studenten weerstand tegen wat hij onderricht en blijven ze het zo moeilijk vinden om vergeving te oefenen. Maar gaandeweg zal Jezus elk begrip dat voor ons betekenis en belang heeft gebruiken om ons te helpen de weg terug naar huis te vinden. En als hij de aandacht op reïncarnatie vestigt, waarnaar we al verwezen hebben, gaat het erom ons een manier aan te reiken om voorbij het lichaam en dit leven te gaan, en is het niet bedoeld als middel om aspecten van onszelf te onderzoeken in relatie met andere levens.

Nu over de bekommernis die je in het begin uit over de overdreven nadruk die Padwerk legt op het aanvaarden van onszelf als onvolmaakt. In veel opzichten richt de Cursus daar ook de aandacht op en veel studenten voelen ook dit ongenoegen omdat de nadruk op het ego wordt gelegd – hij moedigt ons herhaaldelijk aan om ons te vereenzelvigen met het negatieve zaken van het ego in onze denkgeest zodat ze met de hulp van de Heilige Geest ongedaan en losgelaten kunnen worden. De Cursus zegt dat we al volmaakt zijn – als Christus – maar niet als het ego-zelf dat we denken te zijn. En hoewel we hier niet zijn om onszelf te verbeteren en volmaakt te worden, vraagt Jezus ons alle manieren bloot te leggen waarop we blijven beweren dat onze onvolmaaktheden werkelijk zijn – de zonde, schuld en angst die we heel werkelijk hebben gemaakt, eerst in onze denkgeest en vervolgens in onze wereld en ons leven, om te bewijzen dat de illusoire afscheidingsgedachte in feite werkelijk is. Jezus zegt zelf in zijn Cursus: “Het is niet jouw taak op zoek te gaan naar liefde, maar enkel in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt, en die te vinden. Het is niet nodig te zoeken naar wat waar is, maar wel naar wat onwaar is” (T16.IV.6:1-2).

Het standpunt van de Cursus over reïncarnatie wordt verder nog besproken in V#024 en V#153.