Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#288 Wat is nu precies een wonder?

Wat is een wonder? Hoewel het nauwkeurig beschreven wordt, vraag ik me nog steeds af wat het eigenlijk is. Lijkt het op wat we gewoonlijk als een wonder beschouwen? Weten we het wanneer er een wonder gebeurt of gebeuren er doorlopend wonderen zonder dat we ons ervan bewust zijn? Kun je een paar voorbeelden van een wonder geven?

Antwoord: Een wonder heeft niets te maken met iets uiterlijks. Wonderen hebben alleen betrekking op wat er in onze eigen denkgeest gaande is. In die zin lijken ze helemaal niet op de wonderen zoals traditionele religieuze systemen ze zien. Traditioneel werd de toestand van het lichaam of een situatie in de wereld als het probleem gezien. Wonderen werden daarom, kortweg, gezien als de genezing van het lichaam of het wegvallen van die situatie, meestal dankzij een goddelijke of bovennatuurlijke tussenkomst. Een cursus in wonderen onderwijst echter dat het lichaam en de wereld een projectie zijn van gedachten in onze denkgeest:” Ze [de wereld] getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand… Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen” (T21.in.1:5,7). Als je werkelijk kunt aanvaarden dat de wereld alleen een projectie is van een gedachte van zonde en schuld in je denkgeest, dan zou je je realiseren dat het nutteloos is om te proberen iets in de wereld of het lichaam te veranderen. Dan zou je beseffen dat alleen het veranderen van gedachten over de realiteit van zonde en schuld ware genezing is. Daarom zegt het Werkboek: “Een wonder is een correctie. Het schept niet, en het brengt in werkelijkheid allerminst verandering. Het slaat slechts verwoesting gade, en herinnert de denkgeest eraan dat wat die ziet onwaar is” (WdII.13.1:1-3). Het wonder corrigeert ons denken en niet een toestand in het lichaam of in de wereld. Maar deze passage impliceert ook dat we onze waarneming van de wereld niet zorgeloos opzij moeten schuiven. We moeten juist kijken naar de verwoesting in ons eigen leven of in de ‘grote’ wereld. En die waarneming brengen we naar de liefhebbende aanwezigheid van Jezus in onze denkgeest. Zo kiezen we ervoor om ons te verbinden met deze weerspiegeling van de waarheid en zullen we ons herinneren dat alles wat we zien niet meer is dan de inhoud van een droom, en geen werkelijkheid. “Het wonder stelt vast dat je een droom droomt waarvan de inhoud niet waar is” (T28.II.7:1). Wanneer we eenmaal verbonden zijn met de weerspiegeling van de waarheid in onze denkgeest, zullen we uitsluitend hierdoor geleid worden wanneer we reageren op de situaties in ons leven.

Dit vraagt heel wat oefening en daarom hebben we het Werkboek met 365 lessen, waarin Jezus na de laatste les zegt dat we slechts in de beginfase zijn van het proces van het omkeren van ons denken. Hier gaat de hele Cursus over. De manier waarop we nu denken, is het omgekeerde van wat de waarheid is. Wat we gewoonlijk oorzaken noemen zijn in werkelijkheid gevolgen. Een wonder geschiedt wanneer we ons voor één ogenblik herinneren en aanvaarden dat de oorzaak van elke onvrede, ziekte, ontbering enzovoort - van onszelf of anderen - niet iets van het lichaam of de wereld is. Het is daarentegen een keuze die we in onze denkgeest maken om ons te identificeren met het denksysteem van afscheiding, zonde, schuld en angst. “Het wonder is de eerste stap om aan de oorzaak de functie van oorzakelijkheid terug te geven, niet van gevolg” (T28.II.9:3).

Een wonder doet zich voor wanneer we een aanval niet persoonlijk opvatten, en in plaats daarvan herkennen dat we allemaal dezelfde behoeften en dezelfde doelen delen. We delen allemaal dezelfde waanzin van het ego, maar ook dezelfde innerlijke gezondheid van de visie van Christus. Soms zijn we ons er niet van bewust dat we die omslag in onze denkgeest gemaakt hebben, en soms wel. Wonderen doen zich zo vaak voor als onze bereidwilligheid dat toestaat.