Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#286 Waarom “kent verlossing geen toeval”?

Ik ben in de war over twee schijnbaar tegenstrijdige zienswijzen hierover.

(1) Alles in de wereld van vorm kan door de Heilige Geest gebruikt worden als middel tot verlossing, d.w.z. ik kan elke omstandigheid of gebeurtenis gebruiken om te oefenen in vergeving. Dus ik kan bij alle voorvallen – die op zichzelf willekeurig en zonder betekenis kunnen zijn – alles gebruiken om mezelf te transformeren.

(2) De Heilige Geest zorgt voor bijzondere gebeurtenissen zodat ik specifieke lessen kan leren. Dit wekt de indruk dat de Heilige Geest op z’n minst bepaalde aspecten van de wereld maakt: een zienswijze die in tegenspraak lijkt te zijn met het idee dat alleen het ego vormen maakt.

Ik heb de indruk dat degenen die commentaar geven op Een cursus in wonderen geen voorstander zijn van de tweede optie. Maar dat lijk je toch te kunnen opmaken uit het citaat.

Antwoord: Bij het beantwoorden van je vraag is het nuttig om in te zien dat het ego of de Heilige Geest zelfs in de illusoire gespleten denkgeest, waarvan de wereld alleen maar een schaduwprojectie is, helemaal niets doen. En dus zijn ze geen van beide verantwoordelijk voor de vormen die ons leven lijken aan te nemen en de gebeurtenissen die ons schijnbaar overkomen. Hoewel ze volgens de afscheidingsmythe van de Cursus verpersoonlijkt worden alsof ze twee afzonderlijke entiteiten zijn die onafhankelijk handelen, stellen het ego en de Heilige Geest alleen maar alternatieve interpretaties of symbolische gedachten in onze denkgeest voor over het nietig, dwaas idee dat we van God afgescheiden zijn. Het is de slapende denkgeest van de Zoon die vorm geeft aan de gedachten in zijn denkgeest en daarvoor het ego of de Heilige Geest als gids gebruikt om die schijnbaar veruiterlijkte vormen te kiezen en vervolgens te interpreteren.

Enkele passages uit de Cursus zelf maken de passieve aard van zowel de Heilige Geest als het ego wellicht duidelijker. In het begin van het Tekstboek zegt Jezus: “De Heilige Geest is één manier van kiezen. … De Stem van de Heilige Geest gebiedt niet, want Ze is niet tot arrogantie in staat. Ze eist niet, want Ze is niet uit op controle. Ze overweldigt niet, want Ze valt niet aan. Ze brengt slechts in herinnering. Ze is alleen onweerstaanbaar vanwege wat Ze jou herinneren laat. Ze houdt je denkgeest die andere weg voor en blijft kalm, zelfs te midden van de onrust die jij voortbrengt” (T5.II.6:7; 7:1-6; cursivering toegevoegd). In de volgende paragraaf stelt Jezus vast: “Het ego is het symbool van afscheiding, precies zoals de Heilige Geest het symbool van vrede is” (T5.III.9:4). De symbolische aard van het ego wordt later in het Tekstboek opnieuw beschreven, wanneer Jezus opmerkt: “Het enige wat het ego is, is een idee dat het mogelijk is dat de Zoon van God dingen overkomen buiten zijn wil, en dus buiten de Wil van zijn Schepper, wiens Wil niet gescheiden kan zijn van die van hemzelf” (T21.II.6:4; cursivering toegevoegd).

Dat het ego op zich en van zichzelf geen macht heeft om ook maar iets te doen, blijkt uit deze passage in het begin van het Tekstboek: “Alleen jouw trouw aan het ego geeft het enige macht over je. Ik heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding was dat zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen dat je het niet luchtig weg kunt wuiven en moet beseffen hoeveel van je denken egogericht is. … Het ego is niet meer dan een deel van wat jij over jezelf gelooft” (T4.VI.1:2-4, 6).

Wanneer de Cursus dus bevestigt: “Verlossing kent geen toeval” (H3.1:6), betekent dit dat alles een afspiegeling van een keuze is – de onze! Onze slapende denkgeest neemt iedere beslissingen over wat we meemaken en hoe we die ervaringen interpreteren. ‘Alle voorvallen’ zijn nooit ‘willekeurig’ en ‘zonder betekenis’ omdat al wat we gekozen hebben ofwel het doel van het ego dient, dat afscheiding en schuld betekent, of dat van de Heilige Geest dat vergeving en vrede betekent. Van de vele passages in de Cursus die over de macht van onze denkgeest spreken, kun je de volgende twee eens nader bekijken:

“Jouw heilige denkgeest stelt alles vast wat er met jou gebeurt. Elke reactie die jij hebt op alles wat jij waarneemt is jouw zaak, want jouw denkgeest bepaalt hoe jij dat waarneemt (T10.In.2:6).

“Het is onbestaanbaar dat de Zoon van God louter gedreven wordt door voorvallen buiten hemzelf. Het is onbestaanbaar dat de gebeurtenissen die hem overkomen niet zijn keuze waren. Zijn beslissingsmacht is de bepalende factor voor iedere situatie waarin hij zich bij toeval of willekeur lijkt te bevinden. Toeval noch willekeur is mogelijk in het universum zoals God dat geschapen heeft en waarbuiten niets is” (T21.II.3:1-4).

Ook al kiezen we aanvankelijk misschien een ervaring – bijna altijd onbewust, buiten ons bewustzijn – om onze waarneming van onszelf te versterken dat we slachtoffer zijn van een wereld waarover we geen controle hebben, we kunnen dus, wanneer we eenmaal de keuze hebben gemaakt, een andere keuze maken en een beroep doen op de Hulp van binnen om de omstandigheden op een andere manier te bezien. En zo beginnen we te leren dat we nooit het slachtoffer zijn van de wereld die we zien (WdI.31), en dat niets of niemand – noch het ego, noch de Heilige Geest, noch Jezus, noch God zelf – tussenbeide komt in de droom die we ons leven noemen. Want wij alleen zijn heer en meester over ons universum (WdII.253).

Als je dat wilt, kun je V#281 eens overlezen in verband met de macht om te beslissen. V#235 behandelt het feit of God of de Heilige Geest al dan niet tussenbeide komt in de wereld en ons leven. En in verband met het gebruik in de Cursus van metaforen en mythes, kun je V#072 bekijken.