Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#279 Kan langdurige studie van de Cursus psychische angstverschijnselen voortbrengen?

Ik weet, zoals Een cursus in wonderen zegt, dat alle ziekte een verdediging tegen de waarheid is. Kennen jullie gevallen van mensen die, na vele jaren voortdurende studie en toepassing van de Cursus, een abstracte angst voor deze ogenschijnlijke realiteit kregen, zoals verstandsverlies – pleinvreesachtige symptomen?

Antwoord: Het is niet verwonderlijk dat angst soms intenser lijkt te worden als we langere tijd met de Cursus werken. We zijn immers met een proces bezig dat de vele verdedigingen afbreekt die we hebben opgebouwd. De verdedigingen die in ons bewustzijn angst tot een minimum beperken en deze vermommen als andere, schijnbaar beter beheersbare gevoelens, zoals boosheid of opwinding.

Jezus is zich er terdege van bewust dat onze angst na verloop van tijd lijkt toe te nemen als we zijn Cursus bestuderen en toepassen: “Je bent nog niet ver genoeg teruggegaan, en daarom word je zo bang. Naarmate je het Begin nadert, voel je de angst voor de vernietiging van jouw denksysteem op je drukken als ware het de angst voor de dood. Er is geen dood, maar er is wél een geloof in de dood” (T3.VII.5:9-11). En verderop in het Tekstboek: “Wanneer het licht dichterbij komt zul je de duisternis insnellen omdat jij terugdeinst voor de waarheid, waarbij je soms je toevlucht neemt tot lichtere vormen van angst, en soms tot hevige paniek” (T18.III.2:1).

De vorm die onze toegenomen angst kan aannemen is in de meeste gevallen gefocust op de buitenwereld en op bedreiging van leven en welzijn van het lichaam. Want dat is de identiteit als ego, die we trachten te behouden. Pleinvrees is zeker een specifieke vorm waarin die angst tot uitdrukking kan komen. Want de ervaring van eenheid waar de Cursus ons heen leidt is er een zonder beperkingen of grenzen – het ultieme ruimtegevoel, zo je wilt.

Ongeacht welke vorm de angst aanneemt, het antwoord is altijd hetzelfde. Alle angst komt uiteindelijk voort uit onze overtuiging dat we liefde hebben aangevallen en vernietigd en dat wij op onze beurt zullen worden aangevallen en vernietigd. Als we onze denkgeest net genoeg tot rust kunnen brengen om hulp te vragen, en ons kunnen verbinden met de aanwezigheid van liefde die daar, ondanks onze overtuigingen, altijd is gebleven, zullen we weten dat liefde niet vernietigd kan worden. Dus noch de schuld vanwege de aanval, noch de straf die wij dachten dat hiervoor vereist is, zijn werkelijk. In de woorden waarmee de Inleiding tot het Tekstboek besluit: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God” (TIn.2:2-4).

Je zegt niet of je vraag gewoon theoretische is of dat je het hebt over de feitelijke ervaring van jezelf of van iemand anders. In dat laatste geval, als de symptomen aanhouden en verontrustend en problematisch blijven, dan is het altijd verstandig om een professionele therapeut te bezoeken voor hulp bij het verlichten van de symptomen.