Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#275 Wat is de betekenis van ‘uitbreiding’?

Ik heb moeite met de preciese betekenis van het werkwoord ‘uitbreiden’ in Een cursus in wonderen. In de Glossary-Index [vert: een Engelstalig boek van Ken Wapnick dat niet in het Nederlands is vertaald] en in T7.II van het Tekstboek lees ik dat de wetten van de denkgeest in de wereld anders zijn dan de wetten van de denkgeest in het Koninkrijk: de denkgeest van de wereld projecteert en neemt waar en kan niet verdergaan dan dat, terwijl de Denkgeest van de geest alleen uitbreidt. Omdat ik uit een niet-Engelssprekende cultuur kom, heb ik moeite met begrijpen van wat een erg fundamenteel begrip lijkt. Ik ben heel blij met je hulp.

Antwoord: Zoals je in de Glossary-Index misschien hebt opgemerkt heeft uitbreiden of uitbreiding in de Cursus twee betekenisniveaus. Op het niveau van kennis – de eenheid en totaliteit van de Hemel of het Koninkrijk, waarvan de Cursus zegt dat het onze enige werkelijkheid is – is uitbreiding synoniem met schepping (bijvoorbeeld T11.I.3:4-5; T14.V.3:4). Maar onze eindige denkgeest kan van geen van deze woorden de betekenis begrijpen, aangezien ze naar een activiteit of proces in de Denkgeest/geest verwijzen dat volledig abstract is. Dat proces heeft niets te maken met tijd of ruimte of lichamen, want dat zijn allemaal illusoire dimensies van de fysieke wereld, gemaakt door de onware egodenkgeest. In de Hemel zijn we uitbreidingen of scheppingen van God, en net als Hij kunnen wij uitbreiden of scheppen. Maar zelfs deze bewering kan niet letterlijk opgevat worden, want zij suggereert dat wij en God afgescheiden zijn, dat Hij ons op een of andere manier tot bestaan heeft gebracht als een wezen apart van Hem. Omdat onze niet-dualistische werkelijkheid één is, verenigd, volmaakt en eeuwig, kan uitbreiding van die werkelijkheid niet het toevoegen inhouden van méér ervan of het doen toenemen ervan in enige zin die onze beperkte denkgeest kan begrijpen (WdI.105.4:2-5). Dus is er weinig méér te zeggen over de betekenis van uitbreiding op dit niveau dat behulpzaam is.

De andere betekenis die de Cursus aan uitbreiding geeft verwijst naar het niveau van waarneming, het niveau van de illusoire, dualistische, gespleten denkgeest. Die betekenis is nog steeds enigszins abstract, maar een beetje begrijpelijker dan op het volledig abstracte niveau van kennis of de Hemel. Onze ervaring in de wereld van tijd en ruimte en afzonderlijke lichamen is gebaseerd op de wet van de denkgeest die op dit niveau alle gedachten regeert. Dat is de niet te vermijden dynamiek die ons ertoe brengt de inhoud binnen onze denkgeest, die we als werkelijk verkozen te zien, buiten onszelf waar te nemen. Binnen de gespleten denkgeest zijn er qua inhoud slechts twee mogelijke keuzes: de schuld van het ego of de vergeving van de Heilige Geest. Wij zien buiten onszelf die inhoud die we vanbinnen kiezen. Als we de Heilige Geest als de gids voor onze gedachten kiezen, dan verwijst de Cursus naar dat proces als uitbreiding. Als het ego onze gids is, dan wordt het proces projectie genoemd.

Het ego probeert de dynamiek van projectie te gebruiken om de schuld buiten onze denkgeest te plaatsen en vervolgens de oorsprong ervan in onze denkgeest te ontkennen. Met andere woorden, in plaats van de schuld buiten ons te zien als een uitbreiding van dezelfde schuld in onze denkgeest – wat zij is – wil het ego dat wij geloven dat we de schuld letterlijk buiten onze denkgeest kunnen projecteren zodat zij nu van ons afgescheiden is. Daarbij nemen we aan dat we de onschuld terugkrijgen, die we denken te hebben verloren met de afscheidingsgedachte. Om deze verdediging te laten werken moeten we vergeten dat wij die schuld projecteren vanuit onze eigen denkgeest. Natuurlijk werkt de denkgeest niet echt zo, want ontkenning verandert het feit niet dat de denkeest inderdaad de bron is en “ideeën verlaten hun bron niet” (T26.VII.4:7-9).

Het doel van de Heilige Geest daarentegen, is om ons te leren de overeenkomst te herkennen tussen wat we buiten waarnemen en de inhoud die we in onze denkgeest hebben gekozen, zodat we een weloverwogen keuze kunnen maken over wat we willen uitbreiden of projecteren, tot onze gespleten denkgeest genezen is. Het ego probeert wanhopig deze dynamiek voor ons te verbergen, want het succes van zijn projectie hangt ervan af dat het ons niet lukt te onderkennen dat wij alleen onze eigen gedachten projecteren of uitbreiden (WdI.30.2). De strategie van het ego is de meeste tijd erg succesvol, want onze boosheid en ons oordeel weerspiegelen ons geloof dat de buitenwereld inderdaad onafhankelijk van ons bestaat. Daarom probeert de Heilige Geest ons gewaarzijn te versterken van de continuïteit tussen binnen en buiten als gevolg van uitbreiding. Het ego probeert altijd de bron in onze denkgeest te ontkennen en vast te stellen dat wat we buiten onszelf zien – schuld – apart en onafhankelijk van ons bestaat. Het doel van de Cursus is ons te helpen inzien dat alleen wij kunnen kiezen wat we uitbreiden of projecteren – en wat de gevolgen ervan zijn voor onze innerlijke vrede.