Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#268 Verstandelijk begrijp ik de Cursus maar ik voel me niet vrediger

Ongeveer twee weken geleden was ik met het lezen van het Tekstboek klaar en ben ik aan het Werkboek van Een cursus in wonderen begonnen. Ik heb, voor zover ik me bewust ben, geen enkele grote weerstand ervaren en de ideeën van de Cursus klinken voor mij grotendeels als waar. Maar veel duidelijke vooruitgang bij het niet serieus nemen van illusies lijkt er niet te zijn en ik voel me niet veel vrediger. Ik vermoed dat ik Een cursus in wonderen alleen op een oppervlakkig verstandelijk niveau accepteer en het doel ervan in mijn denkgeest mis. Kun je me iets adviseren, anders dan met de oefeningen doorgaan en hopen dat ze uiteindelijk zullen werken?

Antwoord: Jezus onderkent onzekerheid zoals die van jou: “Jij bent een nieuweling op het verlossingspad, en denkt dat je de weg kwijt bent” (T17.V.9:1). Maar hij stelt ons ook allemaal gerust: “Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:10). Jouw onzekerheid wekt geen verbazing gezien het feit dat de Cursus probeert ons te helpen een enorm verdedigingssysteem af te leren. Een verdedigingssysteem waarop onze geheel onware identiteit als een individueel fysiek zelf met een eigen unieke persoonlijkheid is gebaseerd en waardoor het wordt beschermd. Het feit dat je op een verstandelijk niveau bereid bent te horen en te accepteren wat de Cursus leert betekent niet dat je denkgeest zich daar helemaal bij aansluit en alles wat erin gezegd wordt in praktijk brengt. Het zou in feite heel ongebruikelijk zijn als je die totale bereidheid had. Als dat voor jou zo gemakkelijk ging dan had je de Cursus waarschijnlijk niet nodig.

Je hebt misschien tegen de radicale ideeën van de Cursus geen verstandelijke weerstand, maar je hebt op een dieper niveau ongetwijfeld weerstand tegen de praktische toepassing ervan aangezien je nog niet de grotere vrede ervaart die dit pad belooft. Maar nogmaals, dat is niet onverwacht. Heb dus eenvoudig geduld met jezelf en sta jezelf toe de boodschap van Jezus op een dieper niveau te horen naarmate je zijn werkboeklessen oefent. En onderken dat dit vrijwel zeker tijd zal vergen, want zoals Jezus aan het eind van het Werkboek zegt: “Deze cursus is een begin, niet een einde” (WdII.Nw.1:1).

De oefeningen moeten je helpen de vele verschillende vormen waarin je weerstand opkomt te gaan zien. Alleen al het opmerken hoeveel tijd op een dag je besteedt aan het beoordelen en veroordelen van jezelf en anderen kan heel nuttig zijn om de weerstand te herkennen. Dit gebeurt naarmate jouw erkenning van het doel van deze afscheidingsgedachten dieper wordt, evenals de gevolgen ervan – de schuld en het gebrek aan vrede (bijvoorbeeld WdI.21, 22, 23, 26, 34). Een sleutel is dat je de ideeën niet enkel waardeert in termen van of ze je logisch lijken en of je ze accepteert, wat een deel van het proces is, maar dat je overweegt hoe ze in feite door de dag heen in jouw denken weerspiegeld worden. Dit is een van de doelen van de werkboeklessen, ze brengen de Cursus uit het gebied van de theorie naar het niveau van de toepassing. (WdI.In.1).

Naarmate je dieper kijkt, en de begraven schuld in je denkgeest blootlegt, helpt het in gedachten te houden dat zich binnenin jouw denkgeest ook een liefhebbende Aanwezigheid bevindt. De Cursus gebruikt hiervoor de namen Jezus en Heilige Geest en je kunt deze Aanwezigheid uitnodigen aan het kijkproces deel te nemen. Het vergroten van jouw gewaarzijn van die Aanwezigheid, wat de keuze voor vergeving weerspiegelt in plaats van oordeel, is een ander heel praktisch doel van het Werkboek (bijvoorbeeld WdI.30, 41 t/m 50).

En, misschien heel belangrijk, probeer niet je vooruitgang met de Cursus op waarde te schatten – niemand van ons is in een positie om dat te doen (T18.V.1). Alles wat de Cursus van ons vraagt is een beetje bereidwilligheid. Dan belooft hij ons, dat als wij ons deel doen, wat eenvoudigweg het kijken is naar wat wij in onze denkgeest tot werkelijkheid hebben gemaakt en wat de prijs daarvan is, dat dan voor de rest zal worden gezorgd (T18.IV). Wat meer kunnen we vragen?