Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#267 Als angst nooit gerechtvaardigd is, horen mensen dan in angstige situaties geen angst te voelen?

Ik ben bij les 240 in het Werkboek van Een cursus in wonderen. Daar wordt gezegd – in mijn woorden – dat angst in elk geval nooit gerechtvaardigd is. Ik vraag me af hoe dat zit met de mensen in de vliegtuigen van 11 september, toen zij zich ervan bewust werden dat zij tegen de Twin Towers te pletter gingen vliegen. Mochten zij überhaupt geen paniek of angst voelen?

Antwoord: Ja, natuurlijk. Het zou raar zijn als ze geen paniek of angst zouden voelen. Zeggen dat angst nooit gerechtvaardigd is, is niet hetzelfde als zeggen dat we niet bang mogen zijn. Jezus zegt ook dat woede nooit gerechtvaardigd is (T6.I.4), en dat het nooit terecht is als we onszelf oneerlijk behandeld voelen (T26.X:3,4). De essentie van zijn mild onderwijs is dat wanneer we ons ervan bewust worden dat we ons angstig voelen – om bij jouw voorbeeld te blijven – we niet moeten proberen onszelf daarvoor te rechtvaardigen door de oorzaak aan iets buiten ons toe te schrijven, ook al ervaren we dat wel zo. Naarmate we over een periode van vele jaren onze vergevingslessen beoefenen wordt het makkelijker voor ons te erkennen dat angst altijd afkomstig is van identificatie met het ego, ongeacht wat er zich in de buitenwereld afspeelt. Wanneer onze denkgeest genezen wordt – wanneer we het ego volledig laten varen – zullen we ons nooit kwetsbaar of bedreigd voelen. Want dan hebben we het lichaam juist waargenomen, als eenvoudigweg de projectie van een gedachte van schuld en angst in onze denkgeest. We weten dan dat wij zijn zoals God ons geschapen heeft, en dat niets die Identiteit kan veranderen. Deze gedachten kun je ook vinden in Les 160 “Ik ben thuis. Angst is hier de vreemdeling”.

Dus wanneer Jezus in Les 240 “angst is misleiding” zegt, spreekt hij vanuit het perspectief van een genezen denkgeest. Wanneer we werkelijk weten en aanvaarden dat “niet één ding in deze wereld waar is” dan zijn we nooit meer bang of van streek, ongeacht de omstandigheden. Dit is een langzaam, mild proces dat begint als we eenvoudigweg de woorden uitspreken die we in de Cursus hebben gelezen, “om vervolgens – onder veel voorbehoud – maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard. Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en uiteindelijk als de waarheid aangenomen.” (WdII.284.1:5-6).

Ten slotte troost het je misschien als je in gedachten houdt dat Helen Schucman intense angst ervoer lang nadat ze het opschrijven van de Cursus had voltooid. Eén episode in het bijzonder leidde tot het subliem mooie en leerzame gedicht “De gaven van God”, dat als slotstuk verscheen in de verzameling van haar gepubliceerde gedichten The Gifts of God genaamd. Dit gedicht was eigenlijk een speciale boodschap van Jezus bedoeld om Helen met haar angst te helpen. (Zie Absence from Felicity, blz. 402-404, voor een gedetailleerd relaas van de omstandigheden rondom tot deze boodschap). Nergens in dit gedicht zegt Jezus tegen Helen dat ze op een of andere manier gefaald heeft omdat zij zo veel angst ervaart. In een deel van het meest inspirerende en ontroerende materiaal dat Helen van Jezus ontving – wat kennelijk voor ons allemaal geldt – helpt Jezus haar de ware aard van haar angst te begrijpen en hoe daaraan voorbij te gaan.