Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#260 Sterft het lichaam en leeft de ziel voort?

“ Het merkwaardige geloof dat er een deel van de stervende dingen is dat voort kan gaan los van wat zal sterven, verkondigt niet een liefdevolle God, en herstelt evenmin enige grond voor vertrouwen. Als de dood voor wat dan ook werkelijk is, dan is er geen leven” (H27.4:1,2). Wil je dit citaat alsjeblieft uitleggen? ‘Sterft’ het lichaam of is dat alleen maar een illusie?

Antwoord: De dood is een illusie, maar dat geldt ook geboorte, verouderen en aftakelen, zoals in het begin van deze paragraaf staat (H27.1:2). Als “er geen leven buiten de Hemel is” (T23.II.19:1) dan sterft noch leeft het lichaam. Jezus spreekt in werkelijkheid over het denksysteem van dood, waarmee we ons identificeren als we het ego als leraar kiezen in plaats van hem of de Heilige Geest. Als we het ego als leraar kiezen dan zullen we ook geloven dat de afscheiding van God werkelijk heeft plaatsgevonden. Dat heeft tot gevolg dat we geloven een lichaam te zijn dat geboren wordt en uiteindelijk zal sterven. Het ego probeert de wreedheid van zijn denksysteem van dood te verzachten door te zeggen dat we weliswaar moeten sterven, maar dat een deel van ons (onze ziel) de dood van het lichaam zal overleven.

Maar Jezus leert ons dat hierin geen enkel compromis mogelijk is. “Als de dood voor wat dan ook werkelijk is, dan is er geen leven”(H27.4:2). En: ”Hij heeft de dood niet gemaakt, want Hij heeft de angst niet gemaakt. Beide zijn voor hem even betekenisloos” (H27.4:9,10). Dit is een opmerking op niveau één (d.w.z. het metafysische niveau van de Cursus –vert.). De god van het ego is verantwoordelijk voor angst en dood. En dus onderwijst Jezus dat als we ons identificeren met het ego - niveau twee – (het praktische niveau van de Cursus –vert.), de dood voor ons werkelijk zal zijn. En vervolgens geloven veel mensen dat God zo ‘genadig’ is onze ziel, na ons sterven, in de Hemel op te nemen.

Een cursus in wonderen vraagt ons om Jezus of de Heilige Geest om hulp te vragen om ons niet meer te vereenzelvigen met dit denksysteem. Hij leert ons de dood waar te nemen als slechts een gedachte in onze denkgeest die wij besloten werkelijk te maken. “Ideeën verlaten hun bron niet”, zo brengt Jezus ons ontelbare keren in zijn Cursus in herinnering. We kunnen geleidelijk gewend raken aan de prettige gedachte dat er niets met ons gebeurt wanneer het lichaam ‘sterft’. We zijn denkgeesten buiten tijd en ruimte. We hebben alleen maar de keuze gemaakt te geloven dat we een lichaam zijn om ons te verdedigen tegen de waarheid: dat we de ene Zoon van God zijn en nooit werkelijk ons thuis in de Hemel verlaten hebben.