Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#233 Wat bedoelt de Cursus met ‘een ego maken voor ieder ander’?

In V#079 citeerde je een uitspraak waar ik graag meer uitleg over zou willen: “Iedereen maakt een ego of een zelf voor zichzelf, dat onderhevig is aan enorme variaties vanwege zijn instabiliteit. Hij maakt ook een ego voor ieder ander die hij waarneemt, dat even variabel is”(T4.II:2). Betekent dit dat ik niet alleen verantwoordelijk ben voor mijn eigen gedachten en daden, maar ook voor de dingen die jij mij aandoet en de wijze waarop? Kies ik de manier waarop jij ze uitspeelt? Is dit opgenomen in het draaiboek dat ik schrijf: hoe jij mij precies – tot in de details – zult behandelen?

Antwoord: Om deze passage te begrijpen moet het eerst duidelijk zijn dat Jezus spreekt tot de dromer van de droom, en niet tot de figuur in de droom waar we ons ten onrechte mee identificeren (T27.VII;VIII). Op het metafysische niveau hebben we alle rollen en handelingen toegekend aan alle figuren in ons leven – onze waakdromen - precies zoals we dat doen in onze nachtelijke dromen. Meestal zijn we niet in contact met dit eerste niveau van besluitvorming. Deze behelzen alle mogelijke draaiboeken van het ego, geschreven door de ene collectieve denkgeest voordat de fragmentatie in miljarden afgescheiden, individuele denkgeesten leek plaats te vinden.

Op het volgende niveau, van ogenschijnlijk gefragmenteerde en onafhankelijke denkgeesten, sluiten we overeenkomsten met andere denkgeesten over hoe we onze respectievelijke droomrollen zullen uitspelen. Dat wil zeggen: welke draaiboeken we opnieuw zullen bekijken. We kiezen uit de draaiboeken van het ego en daarom gaat het altijd om een variatie op het thema van dader en slachtoffer. We selecteren de gebeurtenissen in ons leven in samenwerking met andere denkgeesten. Maar nogmaals: we hebben geen bewuste herinnering aan het maken van deze keuzes. Want wil onze verdediging – slachtofferschap – werken, dan is verdringing van deze herinnering essentieel. (Voor een verdere bespreking hiervan, zie V#037).

Bovenstaande passage kun je ook zien vanuit een directer psychologisch niveau. Daar kun je je relatief gemakkelijk bewust van worden en dus is dat praktischer om mee te werken is. Je erkent dan eenvoudigweg je neiging om aan anderen ego-motivaties toe te schrijven die gebaseerd zijn op de interpretatie van je eigen ego-behoeften. Het kan al dan niet jouw bedoeling zijn om mij te manipuleren in een bepaalde situatie, maar ik zal een ego-bedoeling aan jouw gedrag toeschrijven en handelen alsof mijn interpretatie geldig is. Jezus maakt heel duidelijk dat je met deze wijze van analyseren je eigen innerlijke vrede op het spel zet (T12.I.1,2). En hij herinnert ons ook vriendelijk aan de onbetrouwbaarheid van onze waarnemingen van anderen: “Bedenk eens hoe vaak je dacht alle ‘feiten’ te kennen die je nodig had om te oordelen, en hoezeer jij je vergiste! Is er iemand die deze ervaring niet heeft gehad? Weet je wel hoe vaak je gewoon dacht dat je gelijk had zonder ooit te beseffen dat je ongelijk had?” (H10.4:1-3)

Toch gaan we door met het maken van ‘een ego voor ieder ander’, als een manier om de schuld van het egodenksysteem buiten onszelf te zien, in plaats van de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor het bestaan ervan in onze denkgeest. Daarom is het de bedoeling van Jezus ons te leiden naar het inzicht dat projecties een enorme blokkade vormen voor ons eigen geluk, en naar “de geweldige bevrijding en de diepe vrede die ontstaan wanneer jij jezelf en je broeders totaal zonder oordeel tegemoet treedt” (T3.VI.3:1).