Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#223 Hebben we een speciale leerpartner nodig om de Cursus te leren?

Ik zou de betekenis van “Het betreden van de ark” (T20.IV) graag beter begrijpen. Deze paragraaf lijkt te zeggen dat er één speciale persoon is met wie we aan onze verlossing werken. Maar ik had begrepen dat elk ogenschijnlijk afzonderlijk individu buiten ons onze broeder is en we het gelaat van Christus dus in elk levend wezen moeten zien. Mijn vrouw is geen student van Een cursus in wonderen en is er naar mijn idee bang voor. Ik ben ook in contact gekomen met een instituut dat de Cursus onderwijst en zegt dat we één speciaal maatje nodig hebben met wie we werkelijk kunnen studeren en aan onze verlossing werken. Kun je deze verwarring voor me ophelderen?

Antwoord: Je lijkt twee vragen te stellen die verband met elkaar houden. De eerste is of er maar één relatie is of meerdere waarin we vergeving moeten oefenen. De tweede is of we de Cursus werkelijk kunnen toepassen en onze lessen in vergeving kunnen leren als onze leerpartner geen student van de Cursus is.

Wat de eerste vraag betreft, verwijs je ongetwijfeld in het bijzonder naar de volgende zin in “Het betreden van de ark”: “Aan ieder die deze aarde in ogenschijnlijke eenzaamheid bewandelt is een verlosser gegeven, wiens speciale functie hier erin bestaat hem vrij te maken, en zo zichzelf te bevrijden” (T20.IV.5:3). Jezus voegt er dan aan toe: “In de wereld van afscheiding wordt ieder afzonderlijk aangesteld, hoewel ze allemaal hetzelfde zijn” (T20.IV.5:4). Zoals deze tweede zin al laat doorschemeren, heb je gelijk als je opmerkt dat vergeving op iedere ogenschijnlijk afgescheiden broeder moet rusten tot we hen allemaal als één zien. Maar het is gewoonlijk ook zo dat er op een bepaald moment één persoon in het bijzonder is met wie we worstelen en die ons de meest uitdagende lessen in vergeving verschaft. Wie die ander is, kan mettertijd al dan niet veranderen. Maar zelfs wanneer de gezichten veranderen, blijven de onderliggende lessen dezelfde. Totdat we bereid zijn naar de schuld te kijken die we op hen geprojecteerd hebben, omdat we die in onze eigen denkgeest niet wilde erkennen, en die vervolgens los te laten. Elke relatie biedt dus de gelegenheid om te oefenen in vergeving, maar de relaties die ons meer triggeren zijn grotere symbolen van onze eigen afgedekte schuld, en verschaffen dus de maximale kansen om onze lessen te leren. Jezus spreekt in het Handboek over deze verschillende niveaus van leermogelijkheden in de context van de relatie tussen leraar en leerling (H3).

Wat je tweede vraag betreft: wanneer je de paragraaf waarnaar je verwijst zorgvuldig leest, wordt duidelijk dat Jezus alleen spreekt over de manier waarop we onze leerpartner waarnemen en niet over wat er specifiek tussen jou en hem of haar gebeurt op het niveau van het gedrag of de vorm. Het is ons ego dat de aandacht wil richten op wat we op het lichamelijke niveau met onze partner doen. Volgens de Cursus bestaat een relatie alleen in de denkgeest en niet tussen lichamen in de wereld (T28.IV.3). En dus houdt mijn vergeving in geen enkele relatie en op geen enkele manier verband met de manier waarop jij als mijn leerpartner al dan niet bezig bent met de studie en de toepassing van de principes van de Cursus. Als ik op enige manier afhankelijk was van jouw betrokkenheid, zou ik overgeleverd zijn aan de genade van jouw keuzes, in plaats van alleen maar afhankelijk te zijn van mijn eigen innerlijke beslissing over hoe ik jou waarneem. Nu kan het in sommige gevallen behulpzaam zijn als een partner eveneens een student van de Cursus is en er gelegenheid is om dit op het niveau van de vorm met elkaar te kunnen delen en te bespreken. Maar dit kan in geen geval noodzakelijk zijn voor mijn verlossing, anders zou Jezus me dezelfde leugens verkopen waarmee het ego ons vanaf het begin probeerde op te zadelen; het idee dat ik slachtoffer van een ander kan zijn, zou dan springlevend en onvermijdelijk zijn.

Verder is het zo dat als de Heilige Geest mijn Gids is voor de manier waarop ik jou waarneem, mijn reactie altijd dezelfde zal zijn, of je als mijn leerpartner nu in een juiste of onjuiste staat van denken verkeert. Want door het oordeel van de Heilige Geest te aanvaarden in plaats van dat van mezelf, zal ik weten dat jij ofwel liefde uitbreidt of om liefde vraagt. En mijn reactie is altijd dezelfde: ik laat toe dat ik een instrument ben van de Liefde van de Heilige Geest (T12.I). Mijn weerstand om de waarneming die de Heilige Geest van jou heeft, in elk aspect van onze relatie te aanvaarden, wijst simpelweg naar die gebieden waar mijn lessen in vergeving nog niet zijn geleerd. En zo ben jij, als mijn leerpartner, in werkelijkheid mijn verlosser, want je leidt me naar de ongenezen en duistere gedachten in mijn denkgeest, zodat ik nu een andere keuze kan maken over de manier waarop ik mezelf zie.