Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#206 Voorbeelden van vergeving

Een cursus in wonderen lijkt te zeggen dat we iedere dag alert moeten zijn op onze gedachten. Kun je enkele voorbeelden geven over hoe je vergeving dagelijks in praktijk kan brengen?

Antwoord: In het algemeen houdt vergeving in dat je zonder oordeel kijkt naar je egogedachten en dat je je meer en meer bewust wordt van de prijs die je betaalt voor het vasthouden aan deze onjuist gerichte gedachten. Jezus vraagt je alert te zijn op je oordelen en veroordelingen, op gedachten van woede, razernij of ergernis; van kwetsbaarheid, slachtofferschap, angst, schuld, bezorgdheid, depressie; speciale liefde of speciale haat; kortom, op elke gedachte die je het gevoel geeft dat je afgescheiden bent van anderen. De lessen in het Werkboek geven specifieke instructies over hoe de denkgeest onderzocht kan worden op deze gedachten en wat je moet doen als je ze eenmaal gewaar bent geworden. Dit varieert naar gelang het thema van de les van die dag.

Enkele voorbeelden:

(1) Als je boos bent op iemand of je aan iemand ergert kun je eenvoudigweg jezelf eraan herinneren dat je boosheid niet werkelijk gaat over wat je denkt. “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (Les 5). Dan zou je kunnen doorgaan met: ik heb de liefde van Jezus weer afgewezen, mezelf ervoor veroordeeld en me er schuldig over gevoeld. En vervolgens, in plaats van te lachen over iets wat zo dwaas is, heb ik naar mijn ego geluisterd en de schuld op X geprojecteerd. Daarom voel ik me boos. Mijn boosheid is een interpretatie, ongeacht wat deze persoon heeft gedaan. Nu heb ik een keuze. Ik kan gewoon om hulp vragen om mijn schuld los te laten en proberen om onze gezamenlijke belangen te zien, of ik kan hem of haar de schuld blijven geven van mijn onvrede, waardoor mijn boosheid gerechtvaardigd voelt. Als ik ervoor kies om door te gaan met oordelen en beschuldigen, is dat oké. Ik zal me nooit lang vredig en gelukkig voelen als ik dat doe, maar dat maakt me niet zondig en onwaardig voor de Liefde van de Hemel. In les 134 vraagt Jezus ons: “Bekijk kort alle slechte dingen die jij over hem dacht [de persoon op wie je boosheid is gericht], en vraag telkens aan jezelf: Wil ik mezelf hiervoor veroordelen?” (Wdl.134.15:3)

(2) Wanneer je je ongerust of angstig voelt over het welzijn van jezelf of van een dierbare (dat kan gaan om bijvoorbeeld fysiek of psychologisch welzijn, om financiële problemen, of welke vorm van slachtofferschap dan ook) vraag dan hulp aan de Heilige Geest of Jezus om het probleem te zien zoals het is en niet zoals jij het hebt opgesteld (T27.VII.2:2). Dat betekent dat je jezelf eraan kunt herinneren dat je blijkbaar door de ogen van het ego kijkt, die geprogrammeerd zijn om onschuldige slachtoffers te zien. Want als je had gekozen voor de Heilige Geest of Jezus als je Leraar, dan zou je niet ongerust of angstig zijn, wat er ook aan de hand is. Waarneming is altijd interpretatie. Het wonder “slaat slechts verwoesting gade, en herinnert de denkgeest eraan dat wat die ziet onwaar is” (Wdll.13.1:3).

Dus je kijkt naar verwoesting - je ontkent niet wat je ogen zien, noch wat je voelt - en dan herinner je jezelf eraan dat je gekozen hebt voor het ego in plaats van Jezus om te interpreteren waar je naar kijkt. Een prachtige manier over hoe je dit kunt aanpakken wordt beschreven in de laatste paragraaf van Hoofdstuk 5 van het Tekstboek, die eindigt met een serie uitspraken. Jezus vraagt ons om te denken aan deze zinnen wanneer we ons niet compleet vreugdevol voelen. Ze beginnen met: “Ik moet verkeerd gekozen hebben, want ik ben niet in vrede” (T5.VII.6). Vergeving houdt altijd in dat we erkennen ongelijk te hebben en bereid zijn een andere keuze te maken. Het is niet eens nodig die andere keuze te maken, maar wel om tenminste te erkennen dat we ongelijk hebben in de manier zoals wij de dingen zien. Wanneer onze angst na verloop van tijd afneemt, zullen we snel en met blijdschap de juiste keuze maken, zo gauw we onze onjuist gerichte gedachten opmerken.

(3) Als je gevangen zit in een speciale relatie en je volkomen afhankelijk voelt van iets of iemand – je bent doodsbang om zonder deze bron van comfort, plezier, zekerheid, gezelschap, conflict etc. te zijn - dan kun je weer beginnen met eerlijk te zijn over wat er speelt. Jezus vraagt om totale eerlijkheid met onszelf en met hem: “Let goed op en zie waar jij werkelijk om vraagt. Wees hierin heel eerlijk met jezelf, want we moeten niets voor elkaar verborgen houden” (T4.III.8:1,2). Die eerlijkheid zal komen wanneer je erkent nog niet klaar te zijn om de liefde van Jezus als jouw enige werkelijkheid in je denkgeest te aanvaarden. Daarom heb jij je vastgeklampt aan iets buiten je denkgeest om het tekort aan te vullen en om jouw behoeften, zoals jij ze gedefinieerd hebt, te bevredigen. Jezelf hier niet om veroordelen zal je verder helpen in het proces om schuld ongedaan te maken.

Volkomen eerlijk zijn met jezelf over het doel van je relatie tot een specifiek persoon of voorwerp of tot bepaalde omstandigheden, is een essentieel onderdeel van het vergevingsproces. Wanneer je focust op het doel van de relatie, bereid jij je voor op de verschuiving van het doel van het ego naar de Heilige Geest, zodra je er klaar voor bent om Zijn hulp te vragen. Met andere woorden: op dit moment zie je jezelf als beperkt en behoeftig - niet zoals God je geschapen heeft. En je ziet een andere persoon of een substantie als iemand of iets wat jouw behoeften moet vervullen, en dat vormt een aanval. De afscheiding wordt daardoor versterkt. Dat is het doel van het ego. Dus wanneer jij je identificeert met het ego, omdat je te bang bent voor de Liefde van God, dan is dat wat je doet. Maar dat maakt je nog geen zondaar! Onze krankzinnigheid kan de Liefde van de Hemel niet veranderen.