Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#205 Moet iedereen de Verzoening aanvaarden voordat ook maar iemand de Hemel kan betreden?

Het kan zijn dat ik het mis heb met deze interpretatie, maar Een cursus in wonderen lijkt te zeggen dat niemand van ons de Hemel alleen kan binnengaan. Betekent dit dat iedere ziel die denkt dat hij afgescheiden is, de Verzoening moet aanvaarden en leven, voordat ook maar iemand naar de Hemel gaat? Wat gebeurt er met de zielen die de Verzoening niet hebben aanvaard wanneer het lichaam terzijde wordt gelegd?

Antwoord: Een cursus in wonderen zegt inderdaad: “…niemand kan alleen de Hemel binnengaan” (Wdl.134.17:7). Maar dit betekent niet dat ‘iedere ziel die denkt dat hij afgescheiden is, de Verzoening moet aanvaarden en leven, voordat ook maar iemand naar de hemel gaat’. Jezus corrigeert de foutieve gedachte dat we een afgescheiden, autonoom individu zijn, en dat we bijvoorbeeld anderen kunnen veroordelen, zonder dat ons oordeel onszelf raakt. Voorafgaand aan de bovenstaande passage, zegt hij dan ook: “Houd bij alles wat je doet dit in gedachten: Niemand wordt alleen gekruisigd” (Wdl.134.17:7). En in deze pasage: “Broeder, je hebt de vergeving van je broeder nodig, want jullie zullen samen in de waanzin of in de hemel delen. En jij en hij zullen in vertrouwen jullie ogen samen opslaan, of helemaal niet” (T19.IV-D.12:7,8).

De kern van de leerstof is dat we verenigd zijn als het ene Zoonschap. Dus we vergissen ons, iedere keer dat we gedachten hebben als: ‘Ik ben het waard om door de Hemelpoort te gaan, maar die andere persoon of groep is dat niet en zal dat ook nooit zijn.’ Of: ‘Die andere persoon is het wel waard en ik niet.’ Jezus helpt ons om onze denkgeest terug te brengen naar zijn originele staat als Christus, de ene Zoon van God. Hij gebruikt onze taal om ons voorbij onze gebruikelijke manier van waarnemen te brengen, die altijd geworteld is in afscheiding, verdeeldheid, individualiteit en lineaire tijd. Het proces is niet lineair. Er is geen ‘wachten’. Dat is zoals wij het proces vanuit ons perspectief binnen tijd en ruimte zouden zien; maar het proces valt volkomen buiten ons tijdskader en is daarom niet iets wat we volledig kunnen begrijpen. Het is slechts een illusie dat er vele ongenezen denkgeesten zijn. Er is maar één denkgeest die genezing nodig heeft en dat is de jouwe. Als je dat als focus kunt houden terwijl je de Cursus beoefent, kun je ervan op aan dat je zijn lessen zult leren en zijn boodschap in je opnemen.

Ten slotte: het is niet nodig om het lichaam terzijde te leggen om de Verzoening te aanvaarden. Het lichaam hoeft alleen maar op een juiste manier te worden waargenomen: als een gedachte die zijn bron in de denkgeest nooit verlaten heeft. Jezus wist dat hij niet een lichaam was, daarom heeft hij nooit geleden. Er gebeurden dingen met zijn lichaam, maar ze gebeurden niet met hem. Daarom vraagt hij ons om hem als voorbeeld te nemen. Hij nam zichzelf niet waar als slachtoffer want zijn denkgeest was genezen. Les 226 beschrijft dit vanuit een andere invalshoek, maar het is hetzelfde idee: “Als ik dat verkies, kan ik deze wereld totaal verlaten. Niet de dood maakt dit mogelijk, maar een verandering van denken over het doel van de wereld. Als ik geloof dat ze waarde heeft zoals ik haar nu zie, dan zal ze steeds voor mij blijven bestaan. Maar als ik geen waarde zie in de wereld zoals ik die waarneem, en niets dat ik voor mezelf wil houden of najaag als doel, dan zal ze van me heengaan. Want ik heb niet naar illusies gezocht ter vervanging van de waarheid” (Wdl.226.1).