Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1355 Waar, wanneer en door wie is mijn ‘draaiboek’ geschreven?

Waar komen onze persoonlijke lessen, onze ‘draaiboeken’ vandaan? Wat, in welk gebied, is het deel in mij dat het draaiboek al geschreven heeft? Zijn onze persoonlijke projecties, de beelden die we op ons computerscherm zetten, de mensen en relaties die we aantrekken of afstoten, allemaal gebaseerd op wat wij, als afzonderlijke ego’s, moeten leren? Is dat de reden waarom de levensomstandigheden van mensen zo verschillend zijn? En hoe vinden we degenen waarmee we onze rol moeten uitspelen? Is het plan dat we allen volgen een functie van ons hogere Zelf of de Heilige Geest, of is het meer willekeurig? Op de een of andere manier lijkt het of het hele idee van vergeving en het feit dat het echt werkt met deze kwestie te maken heeft. Ik weet dat het ultieme leerdoel is om uit de droom te stappen, wat die ook mag zijn, en dat we opnieuw kunnen kiezen, dus de vrije wil moet ook meespelen. Maar dat is misschien een andere vraag . . . Enige opheldering wordt zeer gewaardeerd.

Antwoord: Een preciese behandeling van je vragen, die allemaal intelligent en toepasselijk zijn, zou als antwoord een heel boek vergen. Gelukkig kunnen we je naar zo’n boek verwijzen, geschreven door Ken Wapnick: A Vast Illusion: Time According to A Course in Miracles, en ook naar andere vragen op deze site die sommige van deze kwesties behandelen: bijvoorbeeld V#266, V#489, V#935, V#1014, V#1109 en V#1141. We hebben ook audio materiaal beschikbaar dat behulpzaam kan zijn: “From Time to Timelessness”, “The Time Machine”, “The Metaphysics of Time”.

Het is goed om in gedachten te houden dat ons intellect beperkt is, wanneer je dit boeiende onderwerp onderzoekt. Want ons referentiepunt wordt begrensd door lineaire tijd en ruimte, terwijl het proces in de denkgeest plaats vindt buiten tijd en ruimte, en buiten ons intellect. Jezus herinnert ons hieraan in een van zijn besprekingen van onze reis:

“Het is onnodig verder te verhelderen wat niemand ter wereld begrijpen kan. Wanneer de openbaring van jouw eenheid komt, zal die gekend en volledig begrepen zijn. Nu hebben we werk te doen, want zij die in de tijd leven, kunnen spreken over dingen die daarbuiten liggen, en luisteren naar woorden die uitleggen dat wat nog komen moet al is voorbijgegaan. Maar welke betekenis kunnen de woorden overbrengen aan hen die nog steeds de uren tellen aan de hand waarvan ze opstaan, werken en gaan slapen?” (WdI.169.10).

Het is begrijpelijk dat we willen weten hoe alles werkt. Maar omdat we onze identiteit als denkgeest hebben ontkend en in plaats daarvan een begrensde lichamelijke identiteit hebben aangenomen, is het heel erg lastig voor ons te begrijpen wat Jezus ons vertelt over het proces in onze denkgeest. In wezen proberen we iets te begrijpen, terwijl een deel van ons niet wil dat we er ook maar in de buurt komen. Want als we dat deden zou het hele fundament van ons bestaan zoals we dat kennen hevig aan het wankelen worden gebracht. De Cursus zegt dat we, door de strategie van het ego te volgen, in een staat zonder denkgeest belanden, en van daaruit proberen we dan de denkgeest te begrijpen. Jezus verzekert ons echter dat onze vragen zullen afnemen wanneer we ervaringen van vergeving gaan krijgen – en hij wil dat onze aandacht daar naartoe gaat. We kunnen vergeving oefenen zonder de metafysische basis ervan helemaal te begrijpen. Maar zoals je zegt: enig begrip van de principes waarop vergeving berust kan ons helpen bij die beoefening. Zo gebruiken we ons intellect om het te overstijgen.

Met dit in gedachten kunnen we sommige van jouw specifieke vragen beknopt behandelen, maar voor uitvoerige uitleg en bespreking adviseren we nogmaals dat je bovengenoemde bronnen raadpleegt. De basisvooronderstelling is dat op het ogenblik dat de afscheiding van God plaatsvond (- die in wérkelijkheid niet plaats vond), iedere denkbare uiting van afscheiding uitgerold werd, en op het zelfde moment vond de correctie voor de afscheiding plaats. Dit zijn de draaiboeken – juist- en onjuist gericht denken – waartussen onze denkgeest altijd kiest, gebaseerd op onze wens om afgescheiden te blijven, óf op de wens om ons geloof in afscheiding te veranderen. Jezus praat hier metaforisch over in termen van een loper (T13.I.3) en als een proces van substitutie en fragmentatie dat resulteert in onze huidige staat van onwetendheid en verwarring (T18.I.4,5). Lineaire tijd is de manier van het ego om zonde (het verleden), schuld (het heden) en angst (de toekomst) voort te zetten. De training van de denkgeest in de Cursus is erop gericht ons terug te brengen naar onze denkgeest, en de verborgen inhoud ervan die ten grondslag ligt aan al onze activiteiten in de wereld van tijd en ruimte, en ze motiveert. Daarom zegt Jezus ons: “Elke dag, en iedere minuut van elke dag, en elk ogenblik dat iedere minuut bevat, herbeleef je slechts het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam” (T26.V.13:1). ‘Leven’ in een universum van vorm in tijd en ruimte is bedoeld deze inhoud verborgen te houden: “Niets zo verblindend als de waarneming van vorm. Want het zien van vorm betekent dat begrip aan het zicht is onttrokken” (T22.III.6:7-8).

Dit is lastig te begrijpen omdat onze ervaring niet overeenkomt met wat de Cursus zegt dat plaats vindt. Ons wordt bijvoorbeeld geleerd: “we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan”(WdI.158.4:5), en “deze wereld was lang geleden al voorbij” (T28.I.1:6). Maar dat is niet onze ervaring, en daarom zijn we geneigd te proberen deze leringen binnen onze ervaringen te brengen, in plaats van te proberen onszelf naar dit andere niveau te tillen, buiten tijd en ruimte, en tevreden te zijn met wat we op dit punt van onze reis kunnen begrijpen (T18.IV.7:5-7). Daarom moeten we steeds weer horen, en op veel verschillende manieren, dat de wereld “de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5) is, en dat alle waarneming “slechts getuigt van wat jij onderwezen hebt. Ze is de uitwendige weergave van een wens; een beeld waarvan jij wilde dat het waar was” (T24.VII.8:9,10). Sommige filosofen hebben hier kennisgevingen van gehad, maar als wij deze zinnen lezen voelt dit voornamelijk alsof we tegen een stenen muur van het intellect aangelopen zijn. Toch zijn deze basisprincipes het fundament voor iedere bespreking van tijd, draaiboeken en vrije wil.

Ons leven en onze relaties in deze wereld weerspiegelen aldus de keuze, gemaakt door de keuzemaker in onze denkgeest, niet door de Heilige Geest, ófwel om het geloof in afscheiding aan te houden, ófwel om dat geloof ongedaan te maken. De denkgeest drukt altijd in vorm de inhoud uit, waarmee hij zich heeft geïdentificeerd: die van het ego of die van de Heilige Geest. Daarom projecteert hij schuld, óf breidt hij liefde uit. Er zijn ook collectieve beslissingen van denkgeesten die we, als schijnbare individuen, herkennen als paren, families, groepen, enzovoort. Dit alles vloeit voort uit de wanhopige behoefte van het ego om verschillen werkelijk en prominent te houden in onze ervaring, want alleen zo zal het ego overleven. Wat verschijnt als keuzes die we in de wereld maken, zijn dus slechts de gevolgen van het denksysteem dat onze denkgeest (niet ons hogere Zelf, dat geen deel uitmaakt van de illusie) gekozen heeft te volgen. Dat is zeker moeilijk voor ons te begrijpen, en nog moeilijker te accepteren, maar dat is wat de Cursus onderwijst. De oefeningen in de werkboeklessen zijn gericht op het vergemakkelijken van deze omkering van het denken (zie WdI.11.1:1; WdI.126.1:1; ook het Handboek, H.24.4:1). Jezus richt zich altijd tot de denkgeest, die besloten heeft geen denkgeest te zijn, maar in plaats daarvan een autonoom individu in een lichamelijke vorm. De omstandigheden van ons leven stellen het leerplan samen dat Jezus gebruikt om onze focus weer naar binnen te richten, zodat we, binnen de illusie, ons weer identificeren met onze natuur, als keuzemakende denkgeest.

Wanneer we definitief tégen het ego gekozen hebben, is alles wat overblijft de onzelfzuchtige liefde, die verborgen was door het onjuist gerichte denken. Daar is niet langer een keuzemaker. De denkgeest is dan het kanaal waardoor de liefde stroomt; zij neemt iedere vorm aan die behulpzaam is voor de denkgeesten die zich nog in het genezingsproces bevinden.

Miracles in Contact Facebook Page  Miracles in Contact YouTube Page  Miracles in Contact Instagram Pagina