Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1247 Verandert mijn hulpbehoevende relatie met Jezus, of ben ik bezig met Jezus buiten te sluiten?

Ik word me ervan bewust dat de nuttige maar hulpbehoevende relatie die ik met Jezus als leraar, vriend, gids, oudere broer, trooster ontwikkeld heb aan het veranderen is naar iets dat ik graag wil proberen te omschrijven. Mijn vraag is of dit normaal is in het proces van leren en groeien in de richting van het doel (de doelen) van Een cursus in wonderen. In plaats van alleen maar de bovengenoemde rollen te vertegenwoordigen, lijk ik nu te begrijpen dat Jezus een symbool is dat helemaal niet specifiek of begrensd is. Ik voel dat de inhoud van de juist-gerichte denkgeest feitelijk een weerspiegeling is van wat ik ontkend heb toen de zogenaamde droom van afscheiding begon, en de abstracte inhoud van de juist-gerichte denkgeest is alleen maar, net als de bron ervan.

Daarom begrijp ik beter dat Jezus of de Heilige geest eigenlijk niets doen. Op de een of andere manier die ik niet begrijp opent mijn denkgeest zich een beetje en veroorlooft of accepteert een beetje de ervaring van wat we waarheid, liefde, vrede, Verzoening noemen, en het is die ervaring (het wonder) die mijn vergissingen in waarneming corrigeert en opheft, als ik oprecht verlang ze los te laten. Ik herken dat ik degene ben die al het werk doet; dat mijn vooruitgang echt van mijzelf komt, en ik ben me bewuster van de betekenis van ‘een beetje bereidwilligheid’ om de verantwoordelijkheid te nemen voor het kiezen voor mijn ego. Ergens in jouw geschriften of tapes komt iets voor over het uiteindelijk ontgroeien van onze afhankelijke relatie met onze oudere broeder Jezus. Wat vind je van deze schijnbare verandering in mijn hulpbehoevende relatie met Jezus? Ik probeer hem toch niet weer buiten te sluiten?

Antwoord: Wat je beschrijft lijkt de natuurlijke overgang die plaats dient te vinden. Het spirituele pad van Een cursus in wonderen is een reis die ons terug leidt naar de eenheid van volmaakte Liefde, die we denken verbrijzeld te hebben met ons verlangen naar ons eigen speciale, geïndividualiseerde bestaan. Als we onze ware Identiteit als Christus willen herwinnen en naar huis terugkeren in God, moet daarom iedere schijn van afscheiding tenslotte uit onze denkgeest verdwijnen. Een relatie aangaan met Jezus als een oudere, wijzere broer is een prachtig vertrekpunt voor onze reis. Hij vraagt zelfs dat we ons op die manier met hem verbinden, en leren hem onvoorwaardelijk te vertrouwen, in de erkenning dat hij weet wat ons hoogste belang is, wat wij niet weten. Op dat niveau zien we onszelf nog steeds als afgescheiden van hem, en erg afhankelijk van hem. Zo hoort het te zijn, maar het is slechts het beginstadium van de relatie, en hij wil niet dat we op dat niveau van geestelijke kinderlijkheid blijven.

Zo zegt hij op een zeker moment “Ik zal met je onderwijzen en met je leven als jij met mij wilt denken, maar mijn doel zal uiteindelijk altijd zijn je te ontslaan van de behoefte aan een leraar” (T4.I.6:3). Hij wil dat we worden wat hij is; iets wat hij in het begin van het Tekstboek betuigt: “Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is. . . . niet dat ik op enigerlei wijze van jou gescheiden ben of verschil, anders dan in tijd, en tijd bestaat niet werkelijk” (T1.II.3:10-13; 4:1). En tegen het eind van het Werkboek spreekt hij heel bewogen over onze eenheid met hem: “Maar in de laatste dagen van dit ene jaar dat wij samen, jij en ik, aan God geschonken hebben, vonden we één doel dat we deelden. En zo heb jij je met mij verenigd, dus wat ik ben, ben jij eveneens” (WdII.14.2:2-3).

Een parallel hiervan is te vinden in zijn beschrijving van het gebed als een ladder (zie het pamflet ‘Het lied van het gebed’ (L1.II). De onderste treden van de ladder worden gekenmerkt door onze verzoeken om hulp bij onze behoeften en problemen. Maar als we voelen dat we aangetrokken worden door de liefhebbende Bron van de antwoorden, verandert de waarneming van wat we denken nodig te hebben. Nu worden we in toenemende mate waakzaam voor wat in de weg staat van ons voortdurend ervaren van die liefde, terwijl al onze schijnbare problemen in betekenis vervagen. We erkennen dat onze enige behoefte is het ontwaken uit de droom van afscheiding, “de enige werkelijke behoefte die in de tijd moet worden vervuld” (T13.VII.16:6; zie ook T13.VII.14:2-3; T24.V.6:6). Maar we moeten oppassen dat we geen stappen overslaan, en voorwenden dat we op de hogere treden van de ladder staan, terwijl dat niet het geval is. Het maakt zeker nederig als ons verteld wordt dat we in het kinderstadium van verlossing zijn (T19.IV.C.9,10), maar die nederigheid is vereist als we het antwoord op onze roep om hulp willen horen.

Spirituele rijpheid op het pad van de Cursus houdt op een gegeven moment de erkenning in dat Jezus eigenlijk een symbool is van de inhoud van onze juist-gerichte denkgeest die we afgesplitst hebben. Vanwege deze dissociatie is onze enige toegang tot ons juist gerichte denken doorgaans het aangaan van een relatie met Jezus als een persoon zoals wij, een liefhebbende broer, toegewijd aan ons onderwijzen en helpen. Als we hem toestaan ons te tonen dat we het mis hadden over alles – vooral over wie we denken dat we zijn – beginnen we te beseffen dat alles in onze denkgeest plaatsvindt. Dat betekent dat we ons tot alles gaan verhouden als symbolen van de keuze die we in onze denkgeest maken. De keuze om ons te identificeren met afscheiding als werkelijkheid, of met eenheid als werkelijkheid. Ons ervaren van zowel Jezus als onszelf zal dan veranderen. We dienen geleidelijk voorbij te gaan aan de waarneming van gescheiden lichamen die zich met elkaar verbinden; anders zullen we blijven slapen en dromen, en als vreemdelingen leven in een wereld die ons thuis niet is.

Dit alles is samengevat in Kens Lighthouse artikel: “Our Equality with Jesus: A Child, a Man, and then a Spirit” (Dec. 2004: een kopie verschijnt op onze websitecollectie van nieuwsbriefartikelen). Een ander nuttig hulpmiddel is onze tape/cd set “Jesus – Symbol and Reality”, waar Ken zich richt op de groei van geestelijke kinderlijkheid tot geestelijke rijpheid. Hoofdstuk 17 van Een leven geen geluk geeft dit spectrum ook weer, in verband met Helen Schucmans ervaren van Jezus.

Miracles in Contact Facebook Page  Miracles in Contact YouTube Page  Miracles in Contact Instagram Pagina