Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1381 Is het nodig de exacte oorzaak van een gevolg te kennen om het te kunnen vergeven?

Mijn vraag gaat over de relatie tussen oorzaak en gevolg, en in het bijzonder het principe dat als je door vergeving kunt laten zien dat het gevolg geen effect op je heeft dan verdwijnt de oorzaak, samen met het gevolg. Het voorbeeld dat vaak gegeven wordt is dat van Jezus die uit de dood herrijst om te bewijzen dat dood niet werkelijk is. Maar gebruik je vergeving hiermee niet op het niveau van het lichaam in plaats van op het niveau van de denkgeest? Als je van een gevolg af wil komen zou je, door vergeving, de oorzaak op het niveau van de denkgeest moeten vergeven; dan verdwijnt zowel de oorzaak als het gevolg. En is het nodig, als je de oorzaak van een gevolg vergeeft, dat je dan de preciese oorzaak of gedachte kent die het gevolg voortbracht? Dit wijst naar psychiatrie – je hebt wellicht professionele hulp nodig om die speciale oorzaak te identificeren.

Antwoord: Het begrijpen van de relatie tussen oorzaak en gevolg is essentieel voor het werk met Een cursus in wonderen, zowel wat betreft het begrip van de theorie als voor de praktische toepassing van wat hij ons leert over vergeving. We moeten hier kort zijn in onze bespreking, maar hieronder verwijzen we je naar sommige van onze publicaties voor uitvoerige introducties op dit thema. Ons antwoord is grotendeels gebaseerd op A Talk Given on A Course in Miracles, hoofdstuk 5, getiteld: ‘Jesus: The Purpose of His Life’.

Wat Jezus uiteindelijk demonstreerde is dat zonde niet werkelijk is. Dat op zijn beurt betekent dat de afscheiding niet werkelijk is. ‘Als het grootste gevolg van zonde in deze wereld de dood is, dan is demonstreren dat de dood een illusie is, tegelijkertijd demonstreren dat er geen zonde is. Dit zegt ook dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden’ (blz. 120). Dit is een van de belangrijkste boodschappen van Een cursus in wonderen, en corrigeert wat de kerken ons traditioneel hebben geleerd over zijn leven en boodschap. ‘…Dus Jezus gebruikte de meest onweerstaanbare getuigenis van de werkelijkheid van deze wereld en toonde dat die geen vat op hem had. Dat was de hele betekenis van zijn leven, zijn missie, zijn functie. De dood overwinnen is tonen dat de dood niet werkelijk is, dat zijn schijnbare oorzaak (zonde) ook niet werkelijk is, en dat we onszelf daarom nooit werkelijk hebben afgescheiden van onze Vader’ (blz. 121,122). Dat was het doel van Jezus’ onderwijs: aan ons demonstreren dat we ons nooit echt van God afgescheiden hebben. Hij koos een manier die heel betekenisvol voor ons is; wij die het er heel moeilijk mee hebben om te geloven dat we niet ons lichaam zijn! Zijn onderwijs is weloverwogen – en liefdevol – ontworpen om ons tegemoet te komen waar we zijn. Hij richt zich eerst op het lichaam, zodat hij ons eraan voorbij kan leiden.

Als we dit toepassen op vergeving in ons dagelijks leven dan betekent dit dat we ernaar moeten streven aan anderen te demonstreren dat hun schijnbare zonde (aanval) tegen ons geen gevolg heeft gehad. Wát ze ook deden, het had geen effect op onze innerlijke vrede. Als hun zonde geen gevolg had, is hij zonder oorzaak, en als hij zonder oorzaak is, bestaat hij niet. Dus vergeven we anderen wat ze ons niet aandeden – de unieke aanpak van vergeving door de Cursus. In het proces leren we bovendien dat wij óók vergeven zijn – onze schijnbare zonde van afscheiding van God had geen gevolg. Daarom hebben we geen verdediging nodig om ons te beschermen tegen de gevolgen van de zonde waar we onszelf van beschuldigen – we vergisten ons eenvoudig door te geloven dat we hadden gezondigd.

Jezus is ons voornaamste model en onze leraar hierin. De aanvallen van anderen leken lijden bij hem te veroorzaken. Maar door de ‘aanvallers’ niet op zijn beurt aan te vallen en hen te blijven liefhebben en vergeven, demonstreerde hij dat hun zonde tegen hem geen gevolg had. Dat betekende dat ze niet gezondigd hadden – ze vergisten zich gewoon en vroegen om hulp. (Zie ‘De boodschap van de kruisiging’ in Hoofdstuk 6 van het Tekstboek.) Zo vergeeft Jezus ons ook. En hij vraagt dat wij zijn zoals hij – dat wij al onze schijnbare grieven en ervaringen van onrechtvaardige behandeling op dezelfde manier aanpakken. Dat is zeker niet makkelijk! Maar daarom blijft hij bij ons – om ons te helpen dit te leren en in praktijk te brengen.

Soms is de hulp van een deskundige nodig om de dynamiek bloot te leggen die verantwoordelijk is voor de manier waarop we ons leven en onze interacties ervaren. Traumatische ervaringen kunnen leiden tot psychologische blokkades die verdere groei hinderen of zelfs stopzetten, en therapie kan nuttig zijn om deze blokkades te identificeren en er aan voorbij te gaan. Maar uiteindelijk zijn het altijd de schuld in onze denkgeest en de angst om die los te laten die de kern van onze problemen vormen, fysiek dan wel psychologisch. En daarom is het in die zin niet altijd nodig specifieke oorzaken op andere niveau’s te selecteren om spirituele voortgang te boeken. De bereidheid om te vergeven is genoeg – bereid zijn de juiste leraar te kiezen, en zonder oordeel naar het ego te kijken. (Zie het Psychotherapiepamflet: P2.VI.5.) Maar nogmaals: het is nooit verkeerd en het houdt je spirituele voortgang niet tegen als je professionele hulp zoekt.

Tot slot: de gevolgen waar je vanaf wilt, zijn al de waarnemingen en ervaringen van afscheiding, de resultaten van de voortdurende keus om als speciaal individu los van God te blijven. Het is normaal dat je van ‘gevolgen’ zoals pijn, fysieke/emotionele gebreken, financiële problemen en andere lichamelijke condities en omstandigheden af wilt komen – en op dat niveau moet je doen wat je kunt – maar dat is niet de focus van het werk met deze Cursus, zoals je lijkt te zeggen. Onze focus is naar binnen gericht – op de keuze die we in onze denkgeest maken over hoe we wat zich in ons lichaam en in de wereld afspeelt interpreteren. Wanneer we uiteindelijk van de ego-interpretatie overstappen naar die van de Heilige Geest, dan zijn de condities en omstandigheden van ons leven niet langer een probleem, ook niet als er geen uiterlijke veranderingen zijn. We benaderen alles vanuit dat “rustige centrum” (T18.VII.8:3), voor eens en voor al ervan verzekerd dat niets de innerlijke vrede kan verstoren, die ons erfgoed is als Gods ene Zoon.

Voor verdere bestudering van het thema oorzaak-gevolg, zie Kens Cause and effect (cd, mp3), en in het boekje Forgiveness and Jesus Hoofdstuk 2: ‘Cause and effect.