Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1374 Hoe moet ik omgaan met de schuld die ik voel wanneer ik anderen onbetrouwbaar vind?

Ik ben me ervan bewust dat ik denk dat mijn dierbaarste vriendin onbetrouwbaar is. Wanneer zij aan mij ‘bewijst’ dat dat niet zo is, dan voel ik alleen maar liefde voor haar en heb ik spijt van mijn gedachten. Ik begrijp dat de onbetrouwbaarheid die ik in haar zie van mijn eigen gedachten afkomstig is. Hoe moet ik omgaan met deze gedachten als ze zich voordoen? Ik kan tegen mezelf zeggen dat het mijn eigen projectie is, dat het niet de waarheid is, dat de Heilige Geest wil dat ik haar anders zie. Maar toch word ik geplaagd door pijnlijke gedachten van bedrog, oneerlijkheid. Vertel me alsjeblieft hoe ik met mezelf om moet gaan totdat ik de Heilige Geest kan toelaten mij anders te laten kijken.

Antwoord: Als we willen dat een zinvolle en blijvende omslag in onze waarneming plaatsvindt, moeten we erkennen dat we allemaal voortdurend proberen elkaar te misleiden, zelfs wanneer we niet onbetrouwbaar zijn in termen van de wereld. Want de termen van de wereld zijn onbetrouwbaar en misleidend. Zoals Een cursus in wonderen onderwijst, is de hele wereld, en ook het zelf dat we denken te zijn, gebaseerd op een leugen – het oorspronkelijke egobedrog dat we ons konden afscheiden van God. Dit gevoel van bedrog ligt in de kern van ons individuele bestaan.

We willen niet kijken naar die leugen, vertelt het ego ons, want dan komen we oog in oog te staan met onze zondigheid en schuld omdat we gelogen hebben, en Gods straf verdienen. Maar de waarheid is dat de leugen geen zonde is, maar dat het juist dát is: een leugen. Dat betekent dat het niet waar is; dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden. En het ego, dat zich alleen druk maakt om de eigen overleving, wil niet dat we dat beseffen. En zolang we ervoor kiezen naar het ego te luisteren, lijkt onze werkelijkheid de wereld en het lichaam, samen met een onbehaaglijk gevoel van bedrog en oneerlijkheid in onze denkgeest dat we niet willen erkennen. Maar aangezien de wereld en het lichaam afhankelijk zijn van een leugen, blijven we ons aangetrokken voelen tot bedrog zolang we in ons zelf en in de wereld investeren.

We hebben het bedrog nodig om onze afzonderlijke identiteit te kunnen handhaven, maar we willen geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor de leugen. En dus willen we het bedrog buiten ons zien, in wie dan ook, behalve in onszelf. We willen allemaal heimelijk, en soms niet zo heimelijk, iemand anders betrappen op een leugen, want ons ego is erop uit te bewijzen dat anderen onbetrouwbaar zijn, zodat wij onszelf onschuldig kunnen verklaren. En aangezien wij, wanneer we ons met het ego identificeren, allemaal hetzelfde doen, lijken onze verdenkingen van onze broeders goed gefundeerd.

Onszelf losmaken uit dit web van misleiding en bedrog lijkt vrijwel onmogelijk. En vanuit onszelf is het onmogelijk, want alles wat we doen is de schuld van de leugen heen en weer schuiven, door die ofwel in anderen te zien, dan hem als onze eigen schuld te omarmen. We hebben hulp nodig vanuit een bron die zich buiten de leugen bevindt; die ons helpt ernaar te kijken en te erkennen dat hoewel het onwaar is, het geen kwaad is, en dat het in werkelijkheid geen gevolgen heeft, en dat er dus echt geen schuld is.

De enige werkelijke bevrijding van de boze projecties van het ego komt als je er eerlijk naar kijkt, en allereerst hun doel, en vervolgens de onbenulligheid en tenslotte de onwerkelijkheid van hun bron herkent. Maar dit is een proces dat voor de meesten van ons waarschijnlijk niet in één keer plaatsvindt. De eerste stappen worden gezet als we gaan beseffen dat niet sommigen van ons, maar wij allemaal kinderen van de leugen zijn. En dan, net zoals we een klein kind proberen te helpen iets te begrijpen, wil Jezus ons verzekeren dat een leugen ons niet slecht maakt, maar toch schadelijk is voor onszelf en anderen. Zolang we ons vastklampen aan de leugen, klampen we ons vast aan onze pijn. Maar wanneer we bereid zijn de leugen los te laten en onszelf anders te zien, zullen we onze broeders en zusters ook anders zien.