Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1370 Hoe kijkt Advaita Vedanta tegen afscheiding, pijn en schuld aan?

Ramana Maharshi, Nisargadatta Maharaj en Nisargadatta's medediscipel, Ranjit Maharaj waren allen Indiase Advaita Vedanta leraren, en werden als volledig gerealiseerd beschouwd. Mijn partner stelde eens een vraag aan Ranjit Maharaj over wat Een cursus in wonderen leert, namelijk dat God niet de Schepper is van het waarneembare heelal, en dat het uiteindelijk nooit plaatsvond. Ranjit antwoordde dat het standpunt van de Cursus correct is. Ik voeg dit toe om te laten zien dat dit onderricht over de oorsprong op het hoogste niveau overeen lijkt te komen (in ieder geval qua inhoud) met het zuiver non-dualistische standpunt van de Cursus.

Ramana en Nisargadatta werden beiden vaak gevraagd naar de kwestie pijn. Hun antwoorden waren eender – dat er aanzienlijke pijn is, maar niet iemand die het ervaart. Echter, zoals de Cursus stelt, als alle pijn in de denkgeest is, en in het verlengde ligt van schuld, dat lijkt het dat deze gerealiseerde wezens op enig niveau schuld ervaren. Een volgende eenvoudige vraag is dan: wie ervaart schuld wanneer er geen gevoel is van een afgescheiden ego identiteit? Als er echt geen doener is (met vrije wil), waar plaatst de Cursus dan het gevoel van afscheiding in deze leraren? Ramana zou zeggen dat er ‘geen schepping en geen vernietiging’ is, en ‘niets wordt geboren en niets sterft’. Volgens Advaita vindt deze ‘ervaring van begrip’ plaats wanneer het ego moeiteloos ophoudt en het besef daagt dat het ego en de gedachte van afscheiding letterlijk nooit plaatsvonden. Graag jouw commentaar.

Antwoord: Een van de conclusies waar we op uitkwamen in V#933, waar we het onderricht van Advaita Vedanta bespraken, was dat ondanks het gebruik van verschillende woorden die lijken te wijzen op verschillende oefenpraktijken, de Cursus en Advaita in werkelijkheid hetzelfde zeggen. Onze bespreking benadrukte het belang te onderkennen dat de Cursus op twee niveaus is geschreven, een onderscheid dat voor deze vragen over pijn relevant is.

Op het niveau van de absolute waarheid (Niveau Een) zegt de Cursus dat pijn niet werkelijk is (WdI.190.3:3-4). Een genezen denkgeest – dwz een denkgeest buiten de droom die zich nog steeds bewust is van andere denkgeesten die dromen van een bestaan in een wereld los van God – neemt de pijn die door de figuren in de droom ervaren wordt waar, en weet tegelijkertijd dat de pijn alleen werkelijk is in de droom van denkgeesten die in het proces van ontwaken zijn, of anders nog steeds ervoor kiezen om niet te ontwaken. De genezen denkgeest voelt die pijn niet. Dit is het tweede niveau in de Cursus.

Een genezen denkgeest kan ook in vorm verschijnen als hulp voor hen die willen ontwaken. Maar dit is simpelweg een symbool of een vertegenwoordiging in vorm van de herinnering van heelheid en onschendbaarheid die we allen in onze juist-gerichte denkgeest met ons meedragen. Misschien is dit wat Ramana Maharshi en Nisargadatta zeiden. Deze vorm kan verschijnen met enkele beperkingen, handicaps, en ziekten die bij mensen voorkomen, maar de ervaring van pijn en gebrek is radicaal anders, want er is geen identificatie met pijn en gebrek. De genezen denkgeest weet zeker dat het lichaam zijn identiteit niet is, en daarom is de pijn niet van belang voor die denkgeest. In deze betekenis is er wel pijn, maar die betekent niets. Dus komt de pijn in dit geval niet voort uit schuld, maar uit de liefde die in een vorm verschijnt die we kunnen herkennen en accepteren. Dit in tegenstelling tot de ongenezen denkgeest die nog steeds erg met het lichaam en een individueel zelf geïdentificeerd is. Daarom heeft pijn voor dit zelf een enorme betekenis: er is nog steeds een afgescheiden ik die pijn heeft en zich daar heel erg door bedreigd voelt.