Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1335 Als gevolg van mijn opvoeding vind ik het moeilijk om me met Jezus te verbinden.

Kun je onze relatie met Jezus bespreken en het belang daarvan in Een cursus in wonderen. Ik worstel ermee om me met Jezus te verbinden en ik zou deze weerstand willen laten vallen. Ik heb me het grootste deel van mijn leven ‘spiritueel leeg’ gevoeld nadat ik mijn christelijke (katholieke) opvoeding als negatief heb ervaren. Ik begrijp dat vergeving het antwoord is, en ik heb het gevoel dat ik vergeven heb; maar toch voel ik van binnen mijn relatie met Jezus niet. Het was niet iets dat in mijn jeugd sterk werd gecultiveerd, en ik heb geen werkelijke basis voor het voelen van een ‘terugkeer’.

Antwoord: Ja, vergeving is het antwoord, en dat is het in elke relatie. Probeer de negatieve beelden die je van Jezus hebt, elk gevoel van boosheid of afkeer naar boven te brengen. Jezus herinnert ons eraan dat er “wrange idolen zijn […] gemaakt van hem die slechts een broeder voor de wereld wilde zijn” (VvT5.5:7) en daarom moeten we ons allemaal bewust worden van wat we op Jezus projecteren, want deze beelden en grieven beletten ons de positieve elementen van deze relatie te ervaren die altijd aanwezig zijn. Bijna alle officiële godsdiensten in de wereld leren ons op de een of andere manier dat we Gods Liefde niet waardig zijn, en dat we offers moeten brengen om ons van onze zondigheid te zuiveren. De kern van het christendom in het bijzonder is altijd geweest dat Jezus, die volkomen zuiver en onschuldig was, moest sterven omwille van onze zonden, en dat het offer van zijn dood deel uitmaakte van Gods plan. En dat alles werd voorgesteld als een opperste blijk van liefde. Hoe zouden we niet verstrikt kunnen raken in schuld en schaamte en in hevig conflict zijn in onze relatie met Jezus?

Jezus zegt ons via Een cursus in wonderen dat offeren nooit deel kan uitmaken van liefde, en dat alleen wij (vereenzelvigd met het ego in onze denkgeest) onszelf ervan overtuigd hebben dat we zondig en schuldig zijn. De godsdienstvormen die zonde en offeren onderwijzen geven gewoon uitdrukking aan de kernprincipes van het denksysteem van het ego. Jezus helpt ons inzien dat de waarheid in dat systeem verdraaid is, en hij vraagt ons toe te laten dat hij ons helpt ons geloof hierin ongedaan te maken. Dit is de betekenis van wat hij over zichzelf zegt: “Vergeef hem jouw illusies en zie welk een dierbare broeder hij voor jou wil zijn (VvT5.5:8). Dit is de basis voor een relatie met Jezus, wat ook in de volgende passage goed tot uitdrukking komt “We zijn klaar om het denksysteem van het ego nader te bekijken, want samen hebben we de lamp die het zal verdrijven, en aangezien je beseft dat jij het niet wilt, moet je wel klaar zijn. …. We zullen deze dwaling samen in stilte ongedaan maken, en vervolgens naar de waarheid kijken die erachter ligt” (T11.V.1:3,6). Bij dit proces wordt geleidelijk het vertrouwen ontwikkeld in de niet-oordelende aanwezigheid in je denkgeest die je alleen maar wil helpen naar binnen te kijken, naar al de manieren waarop je liefde weghoudt. Hij verzekert ons: “Jij hebt nu nog heel weinig vertrouwen in mij, maar dat zal groeien naargelang jij je voor leiding steeds vaker tot mij wendt in plaats van tot je ego. …. Momenteel is mijn vertrouwen in jou groter dan dat van jou in mij, maar dat zal niet altijd zo zijn” (T4.VI.3:1; 6:1). De liefde is altijd aanwezig. Door zonder oordeel naar al onze onvriendelijke, niet-liefdevolle, oordelende gedachten te kijken, wenden we ons tot Jezus om leiding en om de hindernissen los te laten zodat we ons bewust kunnen worden van die altijd aanwezige liefde.