Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1334 Klopt het als we zeggen dat de dingen waar ik bij mezelf een hekel aan heb, projecties van onze schuld zijn?

Ik heb een vraag over het begrip ‘zelfconcept’ en de relatie ervan met schuld. Ik begrijp het zelfconcept als volgt: ik kijk in de spiegel en taxeer de dingen die ik al dan niet fijn vind aan mijn lichaam, mensen aan wie ik denk, wie ik financieel gezien in de wereld ben, hoe ik denk dat ik eruit zie in vergelijking met anderen, mijn positie in de wereld vergeleken bij anderen, enzovoort. Ik merk dat er dingen zijn van ‘mezelf’ die ik ‘fijn vind’ en waar ik ‘een hekel aan heb’. Klopt het dat de dingen die ik niet fijn vind bij mezelf volgens Een cursus in wonderen in werkelijkheid projecties zijn van niet genezen schuld die ik op mijn zelfverzonnen en valse ‘zelf’ in de wereld en op mijn lichaam projecteer; is dat correct?

Antwoord: Zonder meer details over wat je niet fijn vindt aan jezelf is het moeilijk om te bepalen of het al dan niet een projectie van niet genezen schuld is. Niemand hoort dit graag, maar zelfs de dingen die je wel fijn vindt bij jezelf kunnen afkomstig zijn van niet genezen schuld. Het hangt allemaal af van het doel dat je in je denkgeest hebt gekozen om na te streven. Als jij (de keuzemaker in je denkgeest) vastbesloten bent om je bestaan als individu te bekrachtigen, dan kan vriendelijk en gul zijn (schijnbaar positieve karaktertrekken) een manier zijn om ervoor te zorgen dat anderen je zien als een heel speciale persoon. Dit is de manier waarop het ego met niet genezen schuld omgaat – door die te bedekken met een zelfconcept dat de schijn geeft dat jij echt een goede, onschuldige persoon bent. Maar je kunt diezelfde karaktertrekken ook gebruiken in dienst van vergeving; daardoor hou je je minder bezig met speciaal en anders dan anderen zijn, wat een heel effectieve manier is om met schuld om te gaan. Op dezelfde manier kan elke vorm van succes in de wereld een uitdrukking van je ego zijn, maar je kunt het ook gebruiken als doel en hulp om te leren dat jouw belangen niet afzonderlijk zijn van die van iemand anders. Daarom zegt Jezus ons: “Liefde maakt geen vergelijkingen” (WdI.195.4:2) en: “Het ego lééft van vergelijkingen” (T4.II.7:1). Jezelf met anderen vergelijken maakt de verschillen uiteindelijk werkelijk en dat is essentieel voor het voortbestaan van het ego.

Het is behulpzaam om in gedachten te houden dat op een bepaald niveau (het eerste niveau) alle zelfconcepten, of ze nu als positief of negatief bestempeld worden, van het ego afkomstig zijn, omdat ze substituten zijn voor ons ware Zelf als Christus, wat we ontkend hebben. Dit is een belangrijk thema in “Zelfconcept tegenover Zelf” (T31.V). Maar op een ander niveau (het tweede niveau), kan ons zelfconcept een middel zijn om ons te helpen in contact te komen met de inhoud in onze denkgeest en onze kracht om te kiezen of we ons met het ego of met de Heilige Geest willen vereenzelvigen. Hier wordt de nadruk gelegd op het belang onze aandacht te leren richten op het doel. Jezus benadrukt dan ook: “Dit is de vraag die jij in relatie tot alles moet leren stellen. Wat is het doel?” (T4.V.6:8-9). Als je je aandacht daarnaar verschuift, kan het werken met zelfconcepten veel behulpzamer zijn om je denkgeest te genezen van de schuld waarvan het ego ons overtuigd heeft dat die werkelijk is. Jezus helpt ons om te leren dat schuld verzonnen is en nooit gerechtvaardigd.