Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1328 Ik kan begrijpen dat denkende wezens deel uitmaken van de illusie, maar hoe zit dat met de mindere voorwerpen?

Ik ben een actieve student van Een cursus in wonderen en heb al veel van jouw boeken kunnen lezen. Op dit moment lees ik All are called (Allen zijn geroepen) en kwam een passage tegen op blz. 110 die luidt: “… we kunnen zien dat iedereen in de wereld of liever gezegd, die denken dat ze in de wereld zijn, – ja, het hele rijk van de dieren, planten en mineralen, hier komen met een intact ego-denksysteem.” Ik volg zonder moeite de logica dat wij menselijke wezens verstrikt zitten in het ego-denksysteem en kunnen kiezen tussen het ego en de Heilige Geest, maar ik begrijp niet goed hoe een stinkdier, een aspergestengel, of een rotsblok een ego kan hebben of een dergelijke keuze kan maken. Of vergis ik me door te geloven dat er een hiërarchie in illusies is terwijl er in werkelijkheid maar één illusie is: het idee dat afscheiding van God mogelijk is, en dat elke bewuste levensvorm in deze wereld dus deel moet uitmaken van de fragmentatie die het resultaat was van de vierde ego-splitsing?

Antwoord: Je hebt je eigen vraag inderdaad beantwoord: er is maar één illusie, maar die heeft vele vormen aangenomen. Wij (de ene Zoon van God) hebben “slechts één enkele substitutie gepleegd. Die heeft vele vormen aangenomen, want het was de vervanging van waarheid door illusie, van heelheid door fragmentatie. Ze is zo versplinterd geraakt en onderverdeeld en keer op keer opnieuw verdeeld, dat het nu vrijwel onmogelijk is te zien dat ze ooit één was, en nog steeds is wat ze was” (T18.I.4:1-3). En ze is nog altijd één! Er is één gedachte van afscheiding die in miljoenen vormen verschijnt, om waarheid te verlenen aan de leugen van de afscheiding van God, en het bestaan van de waarheid van de eenheid ongedaan te maken. “Niets zo verblindend als de waarneming van vorm. Want het zien van vorm betekent dat begrip aan het zicht is onttrokken” (T22.III.6:7-8). Dat was het uiteindelijke doel van de ego-strategie: als afzonderlijke wezens elk spoor van onze oorsprong uit ons gewaarzijn wissen, en zorgen dat we de waarheid niet kunnen herkennen, of zelfs een groteske absurditeit vinden: “Toen jij zichtbaar maakte wat niet waar is, werd wat wel waar is voor jou onzichtbaar” (T12.VIII.3:1).

Een deel van ons probleem om het onderricht van de Cursus in verband met de afscheiding te begrijpen (nog afgezien van het feit dat ze illusoir is), is dat we dat proberen te doen vanuit ons gezichtspunt. Met andere woorden: ons referentiepunt is onze eigen ervaring als menselijk wezen in de wereld – de wereld van vorm. Vanuit dat referentiepunt is het onzinnig om te denken dat een aspergestengel een denkgeest heeft, en het vermogen om te kiezen. Maar nogmaals, dat is precies waar het ego ons wil hebben. En dat bedoelt Jezus als hij in het Werkboek zegt: “Eén broeder is alle broeders. Elke denkgeest omvat alle denkgeesten, want elke denkgeest is één. Dat is de waarheid. … Brengen deze woorden volmaakte duidelijkheid met zich mee voor jou? Wat anders kunnen ze lijken dan lege klanken … De denkgeest die zichzelf geleerd heeft concreet te denken, kan abstractie niet langer vatten in de zin dat ze alomvattend is” (WdI.161.4:1-3; 5-7).

Het is zeker zo dat de meeste mensen die met Een cursus in wonderen beginnen te werken geen ander referentiepunt hebben dan hun eigen ervaring. Maar na langere tijd met de Cursus bezig te zijn, beginnen ze in te zien dat Jezus ons leert dat al wat we ervaren symbool staat voor de keuze die we altijd in onze denkgeest maken, en dat de dingen daardoor niet zijn wat ze lijken. Daarom zegt hij ons dat we om deze cursus te leren iedere waarde die we eropna houden in twijfel dienen te trekken (T24.In.2:1). Naarmate dit inzicht toeneemt en we op het niveau van de ware waarneming komen, die het verstand te boven gaat, zullen we Jezus’ visie delen, die in de taal van de vorm zo wordt uitgedrukt: “Hoe heilig is het kleinste korreltje zand, wanneer het wordt herkend als deel van het voltooide beeld van Gods Zoon! De vormen die de gebroken stukken lijken aan te nemen betekenen niets. Want het geheel is in elk ervan. En ieder aspect van Gods Zoon is precies hetzelfde als elk ander deel” (T28.IV.9:4-7).