Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1308 Is de Cursus er voorstander van dat we ‘omarmen wat er is’?

Ik ben met succes met Een cursus in wonderen bezig, maar één vraag blijft bij me opkomen. Ik kreeg op een dag het inzicht dat ‘liefhebben wat er is’ een manier is om zonder stress te leven. Door de kern te omarmen van een emotie, gevoel of gedachte die bijzonder moeilijk is, gaat de stress inderdaad over in vrede. De Cursus lijkt er niet altijd voor te pleiten om ‘te omarmen wat er is’. Hij lijkt eerder te zeggen dat als negativiteit de kop opsteekt, je je aandacht ervan moet afwenden en het licht moet zoeken. Als dat juist is, dan lijkt de Cursus dualistisch te zijn en het leven zoals het zich voordoet, af te wijzen. Als ik de Cursus lees, krijg ik soms het gevoel dat God de Werkelijkheid heeft geschapen en ik het onware, maar wie heeft mij dan geschapen die het onware heeft gemaakt? Is maya of de illusie ook niet God; en zouden we maya of de illusie, het onechte zelf, dan ook niet moeten omarmen? Het lijkt soms of de Cursus dualiteit brengt tussen lichaam, denkgeest, ego en geest, terwijl ze in werkelijkheid wellicht één zijn?

Antwoord: Een cursus in wonderen is strikt non-dualistisch. Hij onderwijst dat alleen het oneindige rijk van de denkgeest/geest werkelijk is. De bron van onze overtuiging dat het lichaam en de wereld ook werkelijk zijn, is een gedachte waar we in onze egoïstische denkgeest aan vasthouden: we willen een bestaan los van God. Dus onderwijst de Cursus: “De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst. En wat is angst anders dan de afwezigheid van liefde? De wereld was aldus bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn” (WdII.3.2:1-4). Deze uitspraak over het doel dat ten grondslag ligt aan het maken van de wereld is het voornaamste verschil tussen de Cursus en de andere tradities die ook van een illusoire wereld spreken. De wereld is God niet. En het onechte zelf dat haar gemaakt heeft, is God niet of niet van God. God schept enkel zoals Hijzelf. Onvolmaaktheid kan niet van Hem afkomstig zijn – nog een belangrijk verschil tussen Een cursus in wonderen en andere tradities. Daarom is het Verzoeningsprincipe de kern van zowel zijn onderricht als zijn oefeningen. Dit principe stelt dat de afscheiding van de Totaliteit onmogelijk is, en dat we ons dan ook gewoon vergist hebben door te geloven dat we een individueel bestaan hebben, los van God. Dit is een aanzienlijk ingekorte samenvatting van het non-dualisme van de Cursus – zoveel als de ruimte hier ons toelaat. De vragen V#6, V#82, en V#171 van deze Vraag- en Antwoorddienst kunnen je helpen nog meer inzicht te krijgen.

De enige overeenkomst tussen de Cursus en ‘het omarmen van wat er is’ (als we dat goed begrijpen) is misschien dat onze waarnemingen en ervaringen gebruikt kunnen worden om onze denkgeest te genezen, zelfs al zijn het waarnemingen en ervaringen van een onecht zelf. Jezus zegt het zo: “Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen” (T18.VI.4:7-8). De sleutel tot het efficiënt beoefenen hiervan is geleidelijk te leren het doel te onderscheiden dat we in onze denkgeest hebben gekozen, want dat is altijd de reden dat we ervaren wat we ervaren (niet dat we verantwoordelijk zijn voor de keuzes van iemand anders). Dit houdt ook in dat we het onderscheid leren maken tussen vorm (gedrag) en inhoud (denkgeest). In die zin kunnen we zeggen dat het duidelijk is dat de Cursus ‘het leven niet verwerpt’ – in feite maken onze dagelijkse interacties en gevoelens het leerplan uit dat onze innerlijke Leraar gebruikt om ons te helpen in contact te komen met de inhoud in onze denkgeest, die de bron is van al ons lijden en onze conflicten. Met andere woorden: negativiteit dient een doel, en de Cursus helpt ons daarmee in contact te komen zodat we het kunnen omvormen van een doel dat onszelf vernietigt tot een die ons volledig uit de illusie wegleidt. (Voor enkele uitspraken in deze richting: zie T20.VIII.7-9; T31.VII.12; WdII.226). Kortom, de Cursus suggereert dus nooit dat we ons moeten afwenden wanneer negativiteit de kop opsteekt – integendeel! Jezus vraagt ons dat we er met hem naar kijken, zoals staat in deze passage uit “De ‘dynamiek’ van het ego”: “Niemand kan ontsnappen aan illusies tenzij hij ernaar kijkt, want door er niet naar te kijken worden ze beschermd. Het is niet nodig voor illusies terug te deinzen, want ze kunnen niet gevaarlijk zijn. We zijn klaar om het denksysteem van het ego nader te bekijken, want samen hebben we de lamp die het zal verdrijven, …” (T11.V.1:1-3).

Het licht zoeken staat dus symbool voor onze keuze om onze vereenzelviging met het denksysteem van afscheiding van het ego om te keren en ons in plaats daarvan met het denksysteem van vergeving van de Heilige Geest te vereenzelvigen. We ontkennen onze ontkenning van de waarheid omtrent onszelf en brengen zo de ware vrede en liefde waarin we geschapen zijn, terug naar ons gewaarzijn.