Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1306 Heb ik er ‘verkeerd’ aan gedaan om iemand te ontslaan die mij bestolen heeft?

Ik ben nu zeven jaar bezig met de studie van Een cursus in wonderen en mijn denken is zeker veranderd! Nu zou ik graag je mening willen weten over een situatie die een conflict veroorzaakt in mijn leven. Ik heb mijn huishoudhulp, die negen jaar voor mij heeft gewerkt, ontslagen toen ik ontdekte dat ze geld van me gestolen had. Ik voel me in vrede met deze beslissing en ik ben niet kwaad op haar. Ik heb nog altijd contact met haar, maar ik heb niet het gevoel dat ik haar voldoende kan vertrouwen om haar opnieuw in mijn huis te laten werken. Een collega van het werk zei me dat ik door mijn huishoudhulp te ontslaan, het tegengestelde heb gedaan van wat Een cursus in wonderen onderwijst – een aantal andere Cursusstudenten zijn het daarmee eens. Maar ik heb nog altijd het gevoel dat ik juist heb gehandeld, en ben daar volkomen in vrede mee.

Antwoord: Vanuit het standpunt van de Cursus gaat het niet over het gedrag – het ontslaan van je huishoudhulp. Op zich is het ontslaan van een werknemer niet liefdevol of onliefdevol. Alleen de inhoud van je denkgeest bepaalt of het liefdevol is of niet, wat betekent dat je gemotiveerd kunt zijn door het ego of door de Heilige Geest. Met je ego zie je jezelf als slachtoffer en je huishoudhulp als de dader, en dus voel je je gerechtvaardigd om boos te zijn en te straffen. Met de Heilige Geest zie je geen slachtoffer of dader, en zo leidt de liefde in je juiste denken je naar dat wat voor jullie beiden in die situatie het beste is. Dat kan zijn: haar ontslaan, of haar niet ontslaan, maar er is geen haat, woede of angst. Je voelt je in vrede.

Er is niets verkeerd mee als je iemands ego aan het werk ziet en die persoon dan beperkt om daarnaar te handelen. Je neemt ook geen erkende pedofiel aan om op je kinderen te passen tijdens je afwezigheid, maar dat betekent niet dat je hem niet ziet als een Zoon van God, met hetzelfde juiste en onjuiste denken, en dezelfde keuzemaker als jij hebt. Je gezonde verstand zegt gewoon dat je hem niet bij je kinderen moet laten als jij er niet bij bent. Op dezelfde manier kun je je, als je in een jury zetelt, door liefde gemotiveerd voelen om ‘schuldig’ te pleiten, wat ertoe zou kunnen leiden dat de beschuldigde voor lange tijd naar de gevangenis gaat. Nogmaals: je ziet de rechter, de beschuldigde, en de aanklager als deel van het Zoonschap, samen met jou – geen haat, geen woede, niet de een of de ander. Het is een grove vergissing te denken dat vergeving betekent dat je een oneerlijke persoon in dienst moet houden, of een pedofiel voor je kinderen moet laten zorgen, of als lid van een jury nooit ‘schuldig’ moet stemmen.

Zonder het te beseffen zeggen veel Cursusstudenten dat er een hiërarchie van illusies bestaat – dat sommige dingen of gedragingen altijd heilig of spiritueel zijn en andere niet heilig of niet spiritueel. Maar hoe kan dat, als alles hier illusoir is? Een deel van een illusie kan niet beter of slechter zijn dan een ander. De allereerste les van het Werkboek wijst in die richting: ”Niets wat ik in deze kamer … zie betekent iets” (WdI.1). Jezus traint ons om onze aandacht te richten op de keuzes die we in onze denkgeest maken en niet op het uiterlijke gedrag, en hij wil ook dat we leren dat we steeds maar twee keuzes kunnen maken: geloven dat ons bestaan afgescheiden van God werkelijk is, of dat het alleen maar een verkeerde overtuiging is die we nu kunnen corrigeren door het oefenen in vergeving. Alle interacties in ons leven kunnen dan naar ons terug spiegelen welke keuze we hebben gemaakt. Dat is het enige wat betekenis heeft in ons leven hier.