Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1305 Help me! Hoe kan ik nu naar de ziekte van mijn dochter kijken en me toch in vrede voelen?

Ik weet dat de Cursus zegt dat ziekte een verdediging tegen de waarheid is, en dat je geen medelijden moet hebben met iemand die ziek is – dat dat de kracht van de denkgeest van die persoon kleineert. Ik heb het zo moeilijk om die les te leren. Hoe kun je die les leren als je dochter een ernstige chronische ziekte heeft, een ziekte die pijn veroorzaakt en de betrokkene belet een ‘normaal leven’ te leiden? Mijn dochter lijdt bijna elke dag pijn en ik lijd met haar mee. Ik weet dat dit haar of mij niet helpt, maar ik kan daarover niet van gedachten veranderen. Ik bid om hulp voor haar (en mezelf) en mijn vrienden bidden ook en dan vind ik in “Het lied van het gebed” dat bidden ook niet helpt. God weet zelfs niet dat we hier zijn. Gebed is alleen voor jezelf, enzovoort. Wat kan ik doen? Hoe kan ik van gedachten veranderen en niet zien dat mijn dochter ziek is en pijn lijdt? Dit gaat letterlijk al jaren zo en ik heb zeker hulp nodig, alsjeblieft.

Antwoord: Het is moeilijk voor te stellen dat er iets is dat meer emoties opwekt dan je dochter elke dag te zien lijden en niet in staat te zijn iets te doen om haar pijn te verlichten. Dat haar pijn jou pijn doet, is een heel normale reactie. Het doel van Een cursus in wonderen is niet dat je je schuldig moet voelen of dat het verkeerd is om die reactie te hebben. En je hoeft evenmin het gevoel te hebben dat je haar kwetst omdat je die reactie hebt.

De Cursus zegt wel dat ziekte een verdediging tegen de waarheid is (WdI.136). Maar hij beweert hetzelfde over absoluut elk aspect van ons ogenschijnlijke bestaan en onze ogenschijnlijke ervaring als mens. Ademen is een verdediging tegen de waarheid, denken is een verdediging tegen de waarheid, spreken is een verdediging tegen de waarheid, enzovoort. Dat komt omdat de overtuiging dat we hier zijn een verdediging tegen de waarheid is. En toch geloven we allemaal dat we hier zijn. En zolang we dat doen, kunnen we geen enkel element van ons schijnbare bestaan, zoals ziekte, uitkiezen en onszelf ervan overtuigen dat dat onwerkelijk is. Doordat de meesten van ons bang zijn voor ziekte, hebben Cursusstudenten jammer genoeg vaak de neiging juist dat te doen: proberen te weten te komen dat ziekte een illusie is, terwijl ze nog altijd andere delen van die droom geloven. Vanuit Jezus’ genezen gezichtspunt is het even onzinnig om wanhopig te proberen ons geloof in ziekte los te laten als wanhopig proberen te stoppen met ademen. Voor hem is geen van beide werkelijk en is geen van beide iets om je schuldig over te voelen.

Omdat wij allemaal het draaiboek van ons leven gekozen hebben op een niveau van de denkgeest waar we ons niet bewust van zijn – buiten deze droom van tijd en ruimte – kunnen we niet weten waarom wij of anderen bepaalde gebeurtenissen in ons leven ervaren, zoals een chronische ziekte. En we kunnen ziekte niet weg-willen of ons ontdoen van de emotionele greep die ze op ons heeft. Maar de Cursus zegt ons wel wat we wel kunnen doen: “Zie in ziekte dan eens te meer een roep om liefde, en schenk jouw broeder wat hij meent zichzelf niet te kunnen geven. Wat de ziekte ook mag zijn, er is maar één remedie. Zoals jij heel maakt, zul je heel gemaakt worden, want in ziekte de vraag om gezondheid zien is in haat de roep om liefde herkennen. En jouw broeder geven wat hij werkelijk wil, is het aan jezelf geven, want je Vader wil dat jij je broeder kent als jezelf. Beantwoord zijn roep om liefde, en de jouwe is beantwoord (T12.II.3:1-5).

Met andere woorden: de pijn van je dochter en de pijn die jij daardoor voelt zijn qua inhoud dezelfde. Jullie voelen je allebei het slachtoffer van iets dat je niet onder controle hebt, waardoor het onmogelijk lijkt Gods Liefde en vrede te ervaren. Om je dochter dus werkelijk te helpen moet je toelaten dat jouw eigen roep om liefde wordt beantwoord. Ook al heeft God geen weet van deze droomwereld, zoals je zelf zegt, en kan Hij onze gebeden dus niet beantwoorden door de uiterlijke gebeurtenissen in ons leven te leiden, toch is er hulp beschikbaar. Wij kunnen die bereiken door de Heilige Geest (de herinnering van Gods Liefde in onze denkgeest) te vragen ons te helpen door Zijn ogen naar de gebeurtenissen in ons leven te kijken. Wanneer we dat doen, zien we dat niets het ons onmogelijk maakt Gods Liefde te ervaren omdat Zijn Liefde in ons aanwezig is. En wanneer je eenmaal in aanraking bent gekomen met deze Liefde, zie je dat hoewel het lichaam van je dochter ziek is en lijdt, dit geen invloed heeft op haar eigen vermogen Gods Liefde te voelen. Ze beseft dit misschien niet en je hebt misschien nog intense gevoelens in verband met haar pijn, maar je weet dat het enige wat je moet doen, is de situatie met liefdevolle ogen bekijken en voortdurend om leiding vragen om dat te doen wat liefdevol is, ongeacht wat dat is.

Of ons lichaam nu gezond of ziek lijkt te zijn, en of ons leven nu naar wereldse normen plezierig of ellendig is, we maken allemaal uiteindelijk dezelfde reis. We hebben allemaal dezelfde gelegenheid om ons leven als klaslokaal of als gevangenis te gebruiken. Elk van ons kan op elk moment de keuze maken om de hand van het ego los te laten, ons te ontdoen van onze greep op deze illusoire wereld van pijn, en in plaats daarvan de hand van de Heilige Geest te nemen, die ons zachtjes doet ontwaken en ons opheft, terug naar ons ware thuis in de Hemel. Je kunt die keuze alleen voor jezelf maken, maar als je dat doet, verlicht je de weg voor anderen.

Als je dus moeilijke momenten met je dochter meemaakt, die een uitdaging voor je betekenen, voel je dan niet slecht over je gedachten en emoties en probeer ze niet te veranderen. Vraag gewoon aan de Heilige Geest je te helpen in herinnering te brengen dat een gelukkige afloop voor de reis van jullie beiden verzekerd is. Laat Hem je eraan herinneren dat Gods Liefde je dochter omringt, ook al wordt ze met veel uitdagingen geconfronteerd, en dat ze nooit zonder troost wordt achtergelaten (W.Nw.6:6-7).