Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1284 Bestaat er in de Cursus een eenvoudige universele techniek om te vergeven?

Vergeving staat centraal in het onderricht van Een cursus in wonderen, en zo veel aspecten ervan worden in de Cursus eruit gelicht en besproken. Ook in deze vraag- en antwoordservice en in andere publicaties van de Foundation wordt veelvuldig besproken hoe je kunt vergeven. Dit kan allemaal nogal verwarrend zijn als je wilt weten hoe je op een eenvoudige manier vergeving het beste kunt oefenen. Velen stellen zich deze vraag: is vergeving, gezien alle aspecten en voorbeelden ervan, zo eenvoudig als ons bewust zijn van een ego-gedachte en die én onszelf oprecht vergeven zonder te oordelen en ze aan de Heilige Geest overgeven om genezen te worden? Aan het einde van hoofdstuk 5 van het Tekstboek wordt er een prachtig ‘vergevingsproces’ beschreven. Kunnen we die universeel gebruiken voor elke ‘niet-vergevende’ ego-gedachte?

Antwoord: Ja, het proces dat aan het einde van hoofdstuk 5 wordt beschreven, kan telkens gebruikt worden wanneer je je bewust wordt van een niet-vergevende gedachte.

Vergeving wordt om verschillende redenen op verschillende manieren beschreven (net als het wonder, trouwens) – en ze hebben allemaal te maken met de toestand van onze denkgeest, niet met het concept of het proces zelf, dat inderdaad heel eenvoudig is. We hebben er behoefte aan dat het ons op verschillende manieren wordt gezegd, omdat we situaties en omstandigheden in ons leven als verschillend waarnemen. Uiteindelijk leren we te veralgemenen en in alles dezelfde inhoud te herkennen, ongeacht de vorm. Dan wordt het heel eenvoudig om te vergeven. Ten tweede: het ego kan gemakkelijk binnenglippen als wij vergeving oefenen zonder dat wij dat beseffen. Onze investering om onze identiteit als persoon en als lichaam te behouden is veel groter dan we beseffen. Dat betekent dat we stiekem manieren proberen te vinden om het onderricht van Een cursus in wonderen te gebruiken om die identiteit te verstevigen (met inbegrip van het geloof in de werkelijkheid van zonde, schuld en angst). En we verzetten ons krachtig tegen elk onderricht dat we als bedreigend ervaren voor de werkelijkheid van dat zelf, wat bij dit onderricht heel beslist het geval is. Als je dit in ogenschouw neemt, is de eenvoudige – en correcte – uitspraak die jij over vergeving geeft, onderhevig aan misverstanden en een verkeerde toepassing. Hoe onmogelijk het ook lijkt, studenten hebben alle begrippen die jij hebt opgenoemd, al verkeerd begrepen: het vergeven van een ego-gedachte, het vergeven van jezelf zonder te oordelen, en de ego-gedachte overgeven aan de Heilige Geest.

We worden tot de Cursus aangetrokken, maar we zijn er ook bang voor. Ons begrip en de toepassing van zijn principes kunnen niet anders dan beïnvloed worden door deze tweeslachtigheid en door onze grotendeels onbewuste verbintenis met het denksysteem van het ego. Daarom spreekt Jezus bijvoorbeeld over het begrip: vergeving-ter-vernietiging (T30.VI.1-4; WdI.126.1-7; L2.II). Hij moet ons ervoor waarschuwen dat het ego verdraait wat liefde ons onderwijst. Wij hebben de waarheid uit ons gewaarzijn verbannen, en een deel van ons wil dat zo houden, maar een ander deel niet. We laten de waarheid dan ook maar mondjesmaat binnen – zoveel als we op dat moment kunnen verdragen, maar nooit de hele waarheid in één keer. Daarom vinden we het onderricht van de Cursus zo ingewikkeld. Maar dat is niet zo. Wij zijn ingewikkeld! (Zie T11.VI.3; T14.I.5).