Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1266 Was het alleen mijn ego die me zei dat ik een kind met speciale behoeften wilde?

Na een miskraam heb ik tot de bron gesproken, op de top van een berg in North Carolina. Ik liet hem weten dat ik twee gezonde, gave kinderen had, en als er een kind met speciale behoeften was dat hier moest komen en waar ik volgens hem voor zou kunnen zorgen, dan zou ik het voertuig zijn. Het geschenk dat de bron mij gaf is nu tien jaar oud. Maar naarmate mijn studie van Een cursus in wonderen zich verdiept, krijg ik het gevoel dat ‘Gods’ geschenk aan mij misschien een scenario van het ego is. Als ik naar mijn prachtig kind kijk, dat de woorden van de Cursus nooit zal begrijpen, maar het pad van de liefde zal gaan, vraag ik me af waar ik om gevraagd heb en wat ik ontvangen heb.

Antwoord: Je hoeft niet naar het verleden terug te gaan – je hebt gedaan wat jou op dat moment het beste leek. Je kunt op geen enkele manier weten of je dit verzoek om een kind met speciale behoeften vanuit je juiste- of je onjuist-gerichte denkgeest hebt gedaan. Wat je spirituele voortgang betreft, heb je er meer baat bij om je aandacht te richten op je relatie met dit kind in het heden. Wat dat werkelijk betekent is je bewust zijn van elke behoefte die je ego kan hebben en die in deze relatie wordt uitgespeeld. Wat er tien jaar geleden in je denkgeest niet genezen was, is daar nog altijd aanwezig en wordt in het heden nog altijd naar buiten geprojecteerd. Door zachtmoedig en zonder oordeel naar de keuzes te kijken die door het ego zijn ingegeven en waar je je nu bewust van wordt, kan genezing van je denkgeest plaatsvinden. Tijd is in dit proces niet van belang.

Het kan ook behulpzaam zijn om in te zien dat we in zekere zin allemaal kinderen met speciale behoeften zijn! We hebben onze denkgeest onvoorstelbare schade toegebracht door te kiezen voor individuele speciaalheid in plaats van bij de eenheid en heelheid te blijven waarin we als uitbreidingen van oneindige Liefde geschapen zijn. Om alles nog erger te maken, hebben we ons vervolgens afgesplitst van de Stem in onze denkgeest die ons eraan herinnerde, en dat nog altijd doet, dat onze afscheiding van Liefde slechts een nietig dwaas idee was, en dat we nooit gedaan hebben wat we dachten dat we deden. Ieder van ons – zonder uitzondering, en ongeacht de vorm van de beperking of de handicap – deelt dezelfde inhoud in onze denkgeest, zowel de pijn van het afgescheiden zijn van onze Bron als de Roep om deze ontkenning van de waarheid te ontkennen, en in te zien dat we één zijn als Gods eeuwig geliefde Zoon.