Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1229 Als de Cursus helemaal over de denkgeest gaat, waarom lijkt les 71 dan over gedrag te gaan?

Je legt er de nadruk op dat al ons werk met Een cursus in wonderen uitsluitend op het niveau van de denkgeest gedaan wordt. Hoe klopt dit met Les 71, waar ons wordt gezegd God deze specifieke vragen te stellen: “Wat wilt U dat ik doe? Waarheen wilt U dat ik ga? Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie? (WdI.71.9:3-5). Het lijkt erop dat Jezus zich in deze les richt op gedrag of vorm, en niet op de denkgeest.

Antwoord: Ja, dit is een van de zeer weinige plaatsen in Een cursus in wonderen waar Jezus dit doet. Helaas concludeerden vele studenten dat Een cursus in wonderen louter hierover gaat, dat het een middel is om specifieke antwoorden te krijgen op specifieke vragen en aangelegenheden over ons leven in de wereld. Aldus vervormden zij de bedoeling van de Cursus heel snel nadat deze voor het eerst gepubliceerd werd. Deze trend leidde daadwerkelijk tot het doorgegeven pamflet Het Lied van het Gebed, waarin Jezus verheldert wat hij bedoelt met gebed, vergeving en genezing, waarmee hij de verkeerde interpretaties aanpakt die zich onder studenten verspreid hebben.

Wanneer je eenmaal begrip van de volledige boodschap van deze Cursus hebt, dan weet je dat het beslist niet gaat over het verbeteren van ons leven als lichaam in de wereld, of over ons gedrag. Het is niet verkeerd om specifieke hulp te vragen bij specifieke problemen – dat is een behulpzaam startpunt van je spirituele reis, want het moedigt je aan God te zien als zorgzaam en liefhebbend, en niet als straffend en kritisch. Maar uiteindelijk is ons doel terugkomen naar huis in de Hemel – ontwaken uit de droom dat we afgescheiden zijn van Hem en van elkaar. Als we altijd focussen op specifieke zorgen over ons eigen lichaam en dat van anderen, en op krijgen wat we willen in de wereld, dan blijven we spirituele kinderen, en zien God, de Heilige Geest en Jezus nog steeds als gescheiden van ons. God is een liefhebbende Vader die voor mij zorgt – ik ben gescheiden van God; Jezus als een oudere, wijzere broeder die mij leidt – ik ben gescheiden van hem. Nogmaals, dit is een goede start in het ontwikkelen van een relatie met God en met Jezus, maar het is pas het begin. Er is zoveel meer.

Vergelijk wat jij aanhaalde uit Les 71, met wat Jezus later in Les 133 zegt: “Jij vraagt niet teveel van het leven, maar veel te weinig. Wanneer je toestaat dat jouw denkgeest wordt aangetrokken tot lichamelijke aangelegenheden, tot dingen die je koopt, tot aanzien zoals de wereld dat waardeert, vraag je om verdriet, niet om geluk” (WdI.133.2:1-2; cursivering toegevoegd). Vervolgens geeft hij ons een lijst met criteria waarmee we kunnen ontdekken of wat we vragen ons werkelijk helpt op onze spirituele reis. En in een van de paragrafen van het Tekstboek, waarin besproken wordt wat het betekent om de Heilige Geest om hulp te vragen, zegt Jezus ons dat we niet echt weten wat we nodig hebben: “Want wat jij nodig meent te hebben [bijvoorbeeld manieren om ons leven in de wereld te verbeteren] zal alleen dienen om jouw wereld af te schermen tegen het licht, en jou onwillig maken om de waarde die deze wereld werkelijk voor je bevatten kan in twijfel te trekken” (T13.VII.11:6). Hij wil dat we inzien dat de enige waarde van deze wereld is dat het een leerschool is, waarin we onze ervaringen gebruiken om terug te keren naar onze denkgeest, waarin we vervolgens het geloof in afscheiding ongedaan kunnen maken. Aldus vraagt hij ons om ons te herinneren wat we werkelijk willen: “De Heilige Geest leidt me naar Christus, en waarheen zou ik anders willen gaan? Welke andere behoefte heb ik dan te ontwaken in Hem?” (T.13.VII.14:2-3). Een andere prachtige verklaring hiervan wordt verderop gegeven: “Want wat behalve Christus is er te zien, te horen, lief te hebben en naar huis te volgen?” (T24.V.6:6) – dit wordt gezegd in de context van Jezus’ aansporing om we eerlijk naar ons najagen van speciaalheid te kijken, en naar de afschuwelijke prijs die we betalen voor de speciale relaties die we zo waarderen.

Er zijn vele andere passages zoals deze die geciteerd kunnen worden, maar waar het op aan komt is dat we ze moeten zien in de context van de totale boodschap, het totale doel van de Cursus. We moeten ook onthouden, zoals Jezus in het begin van Hoofdstuk 25 uitlegt, dat hij, om met ons te kunnen communiceren, woorden moet gebruiken waar we vertrouwd mee zijn; woorden vanuit ons kader van dualiteit, en niet uit de zuivere eenheid van de werkelijkheid, wat we onmogelijk zouden kunnen begrijpen (zie T25.I.5-7). Hij moet zijn boodschap dus uitdrukken in woorden die betekenis voor ons hebben, maar die niet letterlijk waar zijn. Aldus laat hij ons gebeden tot God zeggen om met hem op goede voet te komen, maar hij stelt ook dat God geen woorden verstaat en geen gebeden hoort, en, nog schokkender voor ons, dat Hij niet eens weet dat we hier zijn – hoe kan Hij weet hebben van iets wat niet bestaat? (zie WdI.183.7:3-5; 10).

We kunnen nog verscheidene bladzijden vullen hierover. Maar we stoppen hier en verwijzen je naar andere vragen, waar we deze kwesties bespraken en aanvullende verwijzingen gaven. Voor verdere studie zie V#085, V#336, V#538, V#555, V#643. Al deze kwesties worden diepgaand besproken in Hoofdstuk 2 van Few Choose to Listen (Deel 2 van The Message of “A Course in Miracles”); de bespreking focust op het cruciale verschil tussen de vorm van de Cursus en de onveranderlijke, consistente inhoud ervan.