Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1228 Waarom blijf ik steeds dezelfde soort mensen ontmoeten in mijn leven?

Hetzelfde type mens komt altijd weer in mijn leven. In mijn kindertijd was mijn vader gewelddadig en tiranniek, en later waren al mijn vriendjes zo. Ik heb nu een echtgenoot die mijn leven tot een levende hel gemaakt heeft. Ik werk ook nog met iemand die precies is als mijn man. Ik vecht de hele tijd tegen de angst. Eén ding is me duidelijk: het probleem zit in mij. Ik heb ook mensen ontmoet die innerlijke vrede gevonden hebben, of daar naartoe werken. Ik wil niet meer lijden en ik wil bevrijd worden van angst. Hoe kan psychotherapie me hierbij helpen? Ik geloof dat het geen toeval was dat een vriend mij Een cursus in wonderen cadeau gaf. Hoe kan dit me helpen?

Antwoord: Ten eerste kun je, als je het niet al gedaan hebt, proberen om naar een therapiecentrum te gaan dat met misbruikte vrouwen werkt. Dat is vaak een goede eerste stap. Therapeuten en counselors met ervaring op dit gebied kunnen je helpen een uitweg te vinden, en soms kunnen ze je adviseren wat je wel of niet moet doen in een situatie van misbruik. Gebruik maken van dit soort hulp is niet in tegenspraak met wat de Cursus ons leert. In feite zegt Jezus ons dat het gebruiken van uiterlijke hulpbronnen verstandig is, als we tegelijkertijd werken aan het loslaten van de ego-overtuigingen in onze denkgeest (T2.IV.4,5). Op dit niveau hulp zoeken en aanvaarden kan vorm geven aan je verlangen naar genezing; het is vriendelijk voor jezelf zijn, wat een belangrijke stap is in het omkeren van het beeld dat het ego van jou heeft als iemand die schuldig is en straf verdient.

De Cursus kan je helpen leren hoe je jouw ervaring anders kunt interpreteren. Vooral de eerste werkboeklessen helpen met oefenen wat de tekst hierover leert, namelijk dat waarneming een interpretatie is, niet een feit (zie bijvoorbeeld T21.In.1; T24.VII.8:10). Dit onderscheid tussen wat er in de wereld gebeurt en de interpretatie die wij eraan geven, is cruciaal voor ons begrip en de beoefening van de boodschap van de Cursus. Het is een van de moeilijkste leringen om toe te passen, omdat het tegen alles ingaat wat de wereld ons geleerd heeft. Boosaardige, wrede aanvallen vínden plaats. Dit kan niet – en mag niet – worden ontkend. Maar als je voorbij gaat aan dat “objectieve feit” en zegt dat je een slachtoffer bent, dan geef je aan dat feit een interpretatie. Daarom leert Jezus ons in les 5 dat we nooit in onvrede zijn om de reden die we denken (WdI.5), en in les 31 dat we niet het slachtoffer zijn van de wereld die we zien (WdI.31). Wanneer ze deze lessen voor het eerst zien, denken veel mensen dat Jezus het contact met de werkelijkheid verloren heeft, of dat hij niet letterlijk kan bedoelen wat hij zegt! Maar hij bedoelt het wél letterlijk, en heeft de basis voor die uitspraken in het Tekstboek al uitgelegd. Daar leert hij ons dat de schuld in onze denkgeest zo onverdraaglijk is dat we deze wel op anderen moeten projecteren, die we dan zien als de schuldige boosdoeners. Dit is uitermate moeilijk te verwerken voor ons. Het wordt ons levenswerk.

Altijd in gedachten houden dat Jezus of de Heilige Geest iedere stap van de weg bij ons is stelt ons in staat hiermee om te gaan. Zijn troostende, liefhebbende, niet-oordelende aanwezigheid helpt ons zachtjes en geduldig voort te gaan, met de verzekering dat we simpelweg onjuiste overtuigingen in onze denkgeest ongedaan maken, of, om de metafoor van de droom te gebruiken: dat we zachtjes ontwaken uit de nachtmerrie van zonde, schuld en angst. Het is belangrijk ook te onthouden dat deze aanwezigheid kan komen in de vorm van een zorgzame, niet-oordelende therapeut, die je helpt omgaan met je ervaringen van misbruik, met alle schuld, pijn, wrok, en woede. Dit is vaak een behulpzame eerste vereiste voor genezing.