Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1220 Waarom maak ik relaties met de andere sekse zo gecompliceerd?

Ik lijk vastbesloten om iedere potentiële vriendschap of relatie met iemand van de andere sekse zeer gecompliceerd te maken. Niet helemaal dát, maar het is duidelijk geworden dat er een heleboel onbewuste emotionele factoren in het spel zijn. Met de vrouw, waarmee ik nog maar pas een verhouding heb, merk ik dat ik vraagtekens bij haar motivatie zet, en dan ik vraag me ook af hoe het met de mijne zit.

Antwoord: De bijzonderheden van onze diverse speciale relaties zullen in de loop van de tijd veranderen. Maar zolang we het ego als onze gids en leraar blijven gebruiken bij het benaderen van onze relaties, zullen de dynamiek, inhoud en doel die er aan ten grondslag liggen hetzelfde blijven. Het is behulpzaam als we herkennen dat de basis van elke relatie die we nastreven speciaalheid is, ongeacht hoe we ermee omgaan. Want het onderliggende uitgangspunt is dat ik op de een of andere manier incompleet ben, en dat ik iemand anders nodig heb om me te helpen me een ander gevoel, een andere ervaring te geven dan wat ik nu ervaar. Met andere woorden: de motivatie is altijd een gevoel van gemis – altijd! En zo lang we tot in de kern van ons bestaan geloven dat gebrek onze werkelijkheid is, vraagt Jezus ons de mogelijkheid te overwegen dat het in werkelijkheid een leugen is.

Toch is het een vergissing te denken dat Een cursus in wonderen ons zegt geen speciale relaties na te streven – Jezus heeft onze speciale relaties nódig, als de leerschool waarin hij ons onze lessen in vergeving kan onderwijzen. Want speciale relaties, ongeacht hun vorm, maken het ons mogelijk in contact te komen met onze eigen onderliggende schuld – de bron van onze gevoelens van gemis en behoeftigheid, die ons altijd motiveren om buiten onszelf te zoeken.

Op dit punt maakt het niet uit hoe de vorm van je relatie met deze vrouw is. De waarde ervan ligt in de kans die het je biedt om te herkennen hóe effectief het ego is om je compleet in de war te maken wanneer je naar zijn raadgevingen luistert. Wanneer we bereid zijn ons tot een andere Leraar te wenden, zullen we beginnen te begrijpen dat relaties nooit werkelijk over iemand anders dan onszelf gaan. Ze zijn de spiegels die we ons voor kunnen houden om in de diepte van onze eigen onbewuste denkgeest te kijken, om te zien welke duisternis zich daar nog schuilhoudt. Intense gevoelens, zoals die je bij zulke relaties beschrijft, zijn niet het resultaat van ervaringen uit het verleden met eerdere relaties, maar komen voort uit de intensiteit van ons geloof in eigen schuld en onwaardigheid. Hun ontologische oorsprong is ons geloof dat we ons van Liefde konden afscheiden en haar aanvallen. Geen wonder dat we met dat geloof alle relaties die we nastreven saboteren, in een hopeloze poging om datgene búiten ons te vinden waarvan we onszelf heimelijk beschuldigen het bínnenin ons vernietigd en weggegooid te hebben.

Het gaat er dus niet om te proberen op te houden met de krankzinnigheid die we in onze speciale relaties najagen; wél willen we leren om een stap terug te doen van wat er lijkt te gebeuren, en te kijken naar wat we doen met een zeker gevoel van niet-oordelende afstandelijkheid. Als we onze krankzinnigheid herkennen zonder die te veroordelen, zal zij haar macht en aantrekkingskracht op ons beginnen te verliezen. En we zullen minder geneigd zijn om uiting te geven aan de fantasieën van ons ego over conflict en slachtofferschap. Meer en meer zullen we merken dat we van relaties kunnen genieten, simpelweg als de verbinding van denkgeest met denkgeest, elke heel en compleet in zichzelf, terwijl elke probeert de liefde, die vanbinnen al aanwezig is, uit te breiden. En als de ander niets terug lijkt te geven, zullen we dat niet als een evaluatie van onze eigen waarde ervaren, maar eerder als een roep om de liefde waarvan hij of zij vergeten waren dat die hen al toebehoort.

Deze omslag van een speciale naar een heilige relatie wordt prachtig beschreven in het begin van hoofdstuk 22 van de tekst:
“Wie heeft er behoefte aan zonde? Alleen zij die eenzaam en alleen zijn, die hun broeders zien verschillen van henzelf. … Want een onheilige relatie is gebaseerd op verschillen, waarbij ieder denkt dat de ander heeft wat hij zelf ontbeert. Ze komen samen om zichzelf compleet te maken en de ander te beroven. Ze blijven tot ze menen dat er niets meer te stelen valt, en gaan dan verder. … Een heilige relatie vertrekt van een ander uitgangspunt. Ieder heeft naar binnen gekeken en daar geen gemis gezien. Aangezien hij zijn compleetheid aanvaardt, wil hij die uitbreiden door zich met een ander te verbinden, die heel is zoals hij. Hij ziet tussen deze zelven geen verschil, want verschillen zijn alleen eigen aan het lichaam. Daarom ziet hij niets wat hij weg zou willen nemen. Hij ontkent zijn eigen werkelijkheid niet, omdat die de waarheid is. Hij bevindt zich vlak onder de Hemel, maar voldoende dichtbij om niet naar de aarde terug te keren. Want deze relatie bezit hemelse Heiligheid. Hoe ver van huis kan een relatie zijn die zo op de Hemel lijkt?” (T22.In.2:1-2, 5-7; 3).

Om meer helderheid te krijgen over het doel dat onze ego’s aan onze relaties geven, kun je wellicht eens kijken naar het boek of de audio-set over Form versus Content: Sex and Money. (Nederlandse titel: Vorm versus inhoud Seks en geld)