Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1216 Hoe zet ik een verstandelijk begrip van haat om in ware vergeving?

Als ik eenmaal bereid ben in te zien dat de haat, jaloezie en kwaadwilligheid die een individu op mij projecteert, in werkelijkheid mijn eigen onbewuste gedachten over mijzelf zijn, en mijn eigen onbewuste schuld, betekent dit dan dat deze gedachten nu bewust zijn geworden? En als dat zo is, wat moet ik dan vervolgens doen? Ik voel nog steeds de haat en woede naar degenen die mij proberen te kwetsen, hoewel ik verstandelijk begrijp dat ik het zelf ben die jaloers is en haat, en dat ik mijzelf kwets. Hoe genees ik dit? Hoe geef ik het aan de Heilige Geest over om mijn denkgeest te genezen, zodat de schuld wordt genezen?

Antwoord: Ja, de geprojecteerde gedachten van haat worden bewust, wanneer ze als projecties worden herkend. Wat nog mist in de vergelijking is om ze vervolgens te zien als het gevolg van de keuze van de denkgeest, en om bovendien de pijnlijke prijs van deze keuze te herkennen. Haat wordt als pijnlijk ervaren, of het nu waargenomen wordt in zijn geprojecteerde vorm naar iemand anders, dan wel naar jezelf toe. De keuze voor afscheiding is de ware bron van de pijn, haat en schuld. Jouw inzicht in het verschil tussen een verstandelijk begrip van de projecties en de daadwerkelijke bevrijding ervan is zeer belangrijk. Het is vaak moeilijk om werkelijk te accepteren dat “woede nooit gerechtvaardigd is”; toch ligt de sleutel tot genezing in dit principe. Het probleem is dat het niet gemakkelijk geaccepteerd kan worden, want het ontkent de strijdkreet van het ego: slachtofferschap. De denkgeest die zich heeft vereenzelvigd met het egodenksysteem komt in opstand bij het vooruitzicht zijn identiteit als denkgeest te moeten aanvaarden, en zich te moeten distantiëren van de lichaamsidentiteit. Woede, oordeel en schuld ondersteunen deze identiteit.

Jezus erkent de intensiteit van de weerstand tegen zijn boodschap: ”Als ziekte [woede, oordeel, slachtofferschap] slechts een verkeerde aanpak is om problemen op te lossen, dan is dat een beslissing. En als dat een beslissing is, dan is het de denkgeest en niet het lichaam die deze neemt. De weerstand om dit te erkennen is enorm, omdat het bestaan van de wereld zoals jij die waarneemt, afhangt van het lichaam als keuzemaker” (H5.II.1:5-7). Verstándelijk zit ons werk erop als we bereid zijn om de projecties te zien en hun ware bron te herkennen. Als student van Een cursus in wonderen begint ons werk wanneer we bereid zijn de enorme weerstand tegen het loslaten van de haat te herkennen, en een keuze tegen de afscheiding te maken. Want dat betekent het einde van het egodenksysteem, en van het zelf dat dit weerspiegelt. Dat is waar jij je nu bevindt. Het enige wat je met weerstand moet doen is die zien en eerlijk erkennen tegenover de Heilige Geest, en de pijn zien die vanwege die weerstand aanhoudt. Alleen door de pijnlijke gevolgen van de haat en de weerstand om de haat los te laten met elkaar in verband te brengen, zullen we de motivatie vinden de stappen te zetten om van de weerstand naar de aanvaarding van genezing te gaan. Ondertussen zitten we in de hartverscheurende situatie dat we wél de bevrijding van de pijn van schuld willen, maar zónder de schuld los te laten.

De ongenezen denkgeest is sterk met het lichaam vereenzelvigd, en het ongedaan maken daarvan kan niet worden geforceerd. Zolang angst voortduurt, zal alleen zachtmoedig geduld de reis eruit vergemakkelijken. De manier om het proces over te geven aan de Heilige Geest is: doorgaan met eerlijk kijken naar de capriolen van het ego, de weerstand om die los te laten en het pijnlijke conflict dat eruit voortkomt, en wel zonder jezelf ervoor te veroordelen. Hij wordt binnen genood door je simpelweg af te wenden van het ego lied van slachtofferschap, middels een beetje bereidwilligheid om de keuze van de denkgeest te erkennen. Consequente beoefening van dit proces is op zichzelf een nieuw perspectief en geeft ruimte voor de genezing van de Heilige Geest. Meer dan dit is niet nodig.