Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1213 Komt ‘de gelukkige droom’ pas wanneer we ophouden die te willen?

Ik begrijp dat onze interpretatie van dingen moet veranderen, maar dat uiterlijke omstandigheden niet noodzakelijkerwijs veranderen als gevolg daarvan. Toch begrijp ik ook, volgens de bioscoopanalogie, dat wat we zien niet anders kan zijn dan wat de film in onze denkgeest op het scherm van onze ervaring projecteert. Ook begrijp ik dat belangstelling voor de vraag hoe lang het duurt totdat de verschuiving van doel in een relatie plaatsvindt – en ik denk dat dit betrekking heeft op waarneembare resultaten van die verschuiving – van het ego is. Desondanks houdt de Cursus ons de mogelijkheid van de ‘gelukkige droom’ voor. Komt die pas wanneer het ego ophoudt die te willen? Waarom bestaan er specifieke patronen in onze persoonlijke dromen? Is er een eenvoudig antwoord op de vraag waarom het tijd vergt voordat veranderingen optreden, als ze al ooit optreden, daar zij veronderstelde weerspiegelingen zijn van bewustzijn, en het wonder van bewuste heroriëntatie geen tijd vergt?

Antwoord: De enige betekenisvolle verandering die kan plaatsvinden is de beslissing om tegen het ego te kiezen en voor de Verzoening, wat het ongedaan maken van het geloof in afscheiding is. De ‘gelukkige droom’ waarvan gesproken wordt in Een cursus in wonderen vloeit voort uit deze keuze, en heeft alleen betrekking op iemands innerlijke ervaring of waarneming. Het heeft niets te maken met wat onze ogen zien, de ogenschijnlijk werkelijke, uiterlijke wereld. In onze afgescheiden staat is het heel natuurlijk om te willen dat de dingen goed gaan in ons leven in de wereld (wat dat ook mag betekenen). Maar als we langer met de Cursus werken, leren we dat de bron van waar geluk en ware vrede onze beslissing om te vergeven is. Dat betekent dat we in toenemende mate zien dat onze belangen dezelfde zijn als die van ieder ander. Dit is de gelukkige droom, daarin komt onze vreugde niet van iets buiten ons, maar van het innerlijk besef dat we ons vergist hebben over de wereld en over wie we zijn, en dat de waarheid is dat we allemaal dezelfde belangen delen, en uiteindelijk dezelfde Identiteit als Gods ene Zoon.

Soms wordt deze verschuiving in bewustzijn buiten ons weerspiegeld, omdat als we schuld loslaten, we niet langer op een kwetsende manier met onszelf en met anderen omgaan. Bijvoorbeeld: als ik mij onbewust verbonden heb met speciaalheid ten opzichte van iemand anders of met een dader/slachtoffer rol, dan kan die ander veranderen wanneer ik er voor kies om niet langer aan die speciaalheid of die rol vast te houden. Maar je moet voorzichtig zijn en geen oordelen vellen gebaseerd op vorm, op verschijnselen in de wereld. We zien ons eigen volledige pad niet, noch dat van iemand anders, dus kunnen we niet beoordelen waarom de lessen verschijnen zoáls ze verschijnen. Het kan zijn dat sommige mensen ervoor kozen te leren door aanhoudend lichamelijk of psychisch lijden. Dat kan hun pad zijn. Dat weten wij niet, dus we moeten niet trachten conclusies te trekken over hun spirituele vooruitgang op basis van de uiterlijke patronen en omstandigheden.

Het is vrij algemeen dat mensen specifiek terugkerende patronen in hun leven ervaren, zoals afwijzing, verlating, misbruik of mislukking bijvoorbeeld. Wij hebben allemaal een diep verdrongen laag van schuld over ons geloof dat we God en onze Identiteit als Zijn Zoon hebben afgewezen, en ons erfgoed – eeuwige liefde en vrede – hebben weggegooid. De overweldigende schuld daarover en de erop volgende angst voor straf, brengt ons ertoe de verantwoordelijkheid voor deze ‘zonde’ te projecteren. Dat betekent dat we altijd iemand anders de schuld daarvoor proberen te geven. Om mijn aandacht af te leiden van de schuld over mijn afwijzing van God en Liefde, ervaar ik mijzelf dus als het onschuldige slachtoffer van andermans ongevoelige afwijzing. Dus, tótdat ik opensta voor het idee van projectie en vervolgens met Jezus of de Heilige Geest naar mijn eigen schuld kan kijken, heb ik de onbewuste behoefte een onschuldig slachtoffer te zijn. ‘Het is niet mijn schuld!’ is mijn lijflied en ik heb geen besef van de oorsprong van dit terugkerende patroon.

Het kan niet vaak genoeg worden gezegd dat het ego dol is op oordelen naar de vorm; de lessen in Een cursus in wonderen daarentegen, gaan uitsluitend over de inhoud in onze denkgeest. Vooral de eerste lessen helpen ons inzien dat ‘binnen’ en ‘buiten’ hetzelfde is. Het is moeilijk voor ons om ons daarmee te verhouden, want het keert wat we in de wereld hebben geleerd volledig om. Vooruitgang in deze cursus berust op onze openheid om ons leven in de wereld te zien als het resultaat van de keuzes die we in onze denkgeest maken. En we maken altijd één van de enige twee beschikbare keuzes: alles waarnemen volgens het egodenksysteem van afscheiding, óf volgens de correctie daarvan, het denksysteem van vergeving van de Heilige Geest.